Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Solons staatsregeling. De theten en zeugiten. 409

wetgevers: hel was hem onmogelijk alle parigen te bevredigen. Alleen de ParaHërs prezen hem; de Diacriërs daartegen waren des te meer ontevreden, dewijl Solon hunne hoop, dat hij zich van de alleenheerschappij meester maken zou, geheel verijdelde, door aan het einde van het jaar zijn ambt als archont neder te leggen.

De Attische adel had zich alleen in de seisachtheia geschikt, dewijl hij meende, door het offer hetwelk hij daarbij bracht, het volk te zullen bevredigen en van verdere eischen terug te houden. Al te spoedig zou hij inzien, dat hij zich misrekend had, want vermeteler dan ooit staken de Diacriërs het hoofd op en eischten op luiden toon en met onstuimigen aandrang eene verandering van de geheele staatsregeling, 't Zij goed- of kwaadschiks, de adel moest eindelijk wel besluiten ook dezen eisch in te willigen en weder werd Solon verkozen, om ook dit belangrijk werk tot stand te brengen.

Hij ontving de volmacht om nieuwe wetten te geven en het bestaande naar zijn goeddunken af te schallen ol te behouden: de adel stelde de volle wetgevende macht in zijne handen. Intusschen werd ditmaal niet hij, maar een met hem zeer bevriend edelman, Dropides, tot eersten archont benoemd.

Op Solon rustte thans de taak eene staatsregeling in het leven te roepen, die aan den eenen kant de rechten van den adel handhaafde en toch te gelijkertijd den Diacriërs zulke waarborgen voor hunne vrijheid en welvaart aanbood, dat ook zij daarmee genoegen konden nemen. Deze taak was des te moeilijker, dewijl Solon niet — gelijk andere wetgevers — voorbeelden ter navolging voor oogen had. Niet ééne staatsregeling, niet ééne wet bestond er, die geschikt zou geweest zijn 0111 bij den eigenaardigen toestand, waarin het Atheensche volk verkeerde, de rust in den staat te herstellen. Solon moest hier scheppend optreden; hij moest een weg zoeken, welken voor hem nog geen andere wetgever bewandeld had. Dij deed dit, naardien hij zich bij zijne wetgeving door dit nieuwe grondbeginsel liet leiden: de maat der staatsburgerlijke rechten moet tot de maat der staatsburgerlijke verplichting in de juiste verhouding staan; zonder recht ook geene verplichting. Dit beginsel werd door Solon tot in zijne uiterste gevolgtrekkingen toegepast.

Hij verdeelde het Attische volk, *) volgens de waarde van de opbrengst der landerijen, in vier klassen. De laagste klasse vormden die landlieden, wier akkers ten hoogste 150 medimnen en metreten f) aan koren, olie en wijn opleverden. Het waren meestal boertjes, die alleen, zonder paard of os hun land bebouwden en niet veel meer dan daglooners waren. Zij werden de theten, d. i. de daglooners genoemd. Tot deze vierde klasse behoorden ook alle burgers, die van grondbezit verstoken waren, dus alle handelaars en handwerkslieden, alle matrozen en reeders, een groot deel van de inwoners der stad. zonder in aanmerking te nemen of zij overigens vermogend dan we} arm waren. De theten waren zoowel van alle belasting als van den krijgsdienst vrijgesteld; slechts in den uitersten nood, wanneer het de verdediging van het vaderland bij een vijandelijken inval gold. konden zij tol den oorlog worden opgeroepen, maar alleen om daarin als lichtgewapenden dienst te doen.

De derde klasse werd gevormd door die landbouwers, wier akkers 150 tot 300 medimnen en metreten opbrachten: zij heetten zeugiten. Het waren

) Onder het volk werden alleen de Attische burgers, niet de vreemdelingen verstaan, die zich in grooten getale in Attica hadden neergezet, om hun handwerk uit te oefenen of handel te drijven. Deze vreemdelingen noemde men Metoeken of bijwoners. Zij hadden geene burgerlijke rechten, mochten geene landerijen bezitten en waren verplicht een hoofdgeld aan den staat te betalen, voor de door hen genoten bescherming. Evenmin als de Metoeken werden de slaven gerekend tot het volk te behooren.

f) ^ Een medimne was ongeveer gelijk aan 54 Ned. kop en een metreet aan 39 Ned. kan. Zie Dr. van den Es, Grieksche antiquiteiten (Groningen bij Wolters) pag. 109.

Sluiten