Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verkiezing archonten grooten raad. Prjtanen. Volksvergadering. 411

dat de archonten tot in liet derde geslacht van Attische ouders moesten afstammen. Om liet volk met het toekennen van zulk een voorrecht aan den adel te verzoenen en tevens het ambt van archont slechts voor zulke edelen open te stellen, van wie Solon verwachten kon dat zij in den geest zijner wetten zouden regeeren, ontnam de wetgever het recht tot verkiezing van de archonten aan den adel en droeg hij dit op het geheele volk over.

Alle Attische burgers, die van Attische ouders afstamden en den leeftijd van twintig jaar bereikt hadden, waren stemgerechtigd. Jaarlijks kwamen zij op de markt bijeen, om uit de mededingers naar het archontschap eene keus te doen. Hij. voor wien de meeste handen werden opgestoken, ontving het ambt. Zoo ontving het volk het recht van veto tegenover zulke candidaten. die het niet vertrouwde; alleen dan, wanneer de adel de handen ineensloeg en bewerkte dat er niet meer dan negen pentakosiomediinnen als mededingers naar het ambt van archont zich aanboden, had er natuurlijk geene verkiezing plaats.

Ook de leden van den grooten Raad werden voortaan door het volk verkozen, gelijk ook de geheele samenstelling van dat lichaam veranderd werd. Tot dusver bestond hel uit de vertegenwoordigers der 360 adellijke geslachten; aan zijne zijde stond de kleine raad der 4K prytanen. Zoowel de groote als de kleine raad werd door Solon afgeschaft en daarvoor één nieuwe groote raad in de plaats gesteld, waarin alle leden van de drie hoogste klassen, die 30 jaren oud waren, gekozen konden worden. Zoo kon ook de landbouwer lid worden van dit boog aanzienlijk collegie; maar dit recht bezat hij slechts volgens de letter der wet en niet in werkelijkheid, want bezwaarlijk kon een landbewoner, wie hij ook zijn mocht, voor langen tijd zijne hofstede en zijne bezigheden vaarwel zeggen, om in de hoofdstad een ambt te bekleeden, waarvoor hij niet de minste schadevergoeding ontving.

De verkiezingen voor den raad hadden niet plaats in de algemeene volksvergadering, maar in den boezem der vier stammen des lands, onder het voorzitterschap van de adellijke stamkoningen en van de geslachlshoofden. Al de vier klassen namen daaraan deel. Uil eiken stam werden jaarlijks honderd raadsleden benoemd. Solon ontnam aan den raad de rechtspraak in burgerlijke en strafzaken, bij liet hem alleen het politietoezicht, het recht om geldboeten op te leggen. Daarentegen bleef liet geheele bestuur hem toevertrouwd: •lij moest de geldmiddelen beheeren, de jaarlijksche begrooting vaststellen, de gelden van den staat ontvangen en uitgeven. Geene wet kon zonder zijne toestemming tol stand komen, ook de vertegenwoordiging van den staat tegenover het buitenland was hem toevertrouwd. De eerste archont leidde als voorzitter zijne vergaderingen, waarin de raadsleden met het oude onderscheidingsteeken. den mirtenkrans, verschenen, gelijk zij ook bij de openbare feesten de eereplaatsen bezetten. Buitendien waren zij gedurende hun dienstjaar van alle verplichting tot den krijgsdienst ontslagen.

Dewijl het getal der raadsleden te groot was om de loopende zaken niet den noodigen spoed af te doen, bepaalde Solon, dat slechts het vierde gedeelte van den raad verplicht was altijd bijeen te blijven. Deze verplichting werd alle drie maanden beurtelings aan de vertegenwoordigers der vier verschillende stammen opgelegd. Zij, wier beurt liet was om voortdurend vergaderd te zijn, werden prytanen genoemd en in bet prytanaeürn op staatskosten onderhouden.

Waar aan den raad zooveel macht was toegekend, was het van het hoogste belang, het volk te verzoenen met het denkbeeld, dat dit lichaam uitsluitend uil leden van den adelstand was samengesteld. Met dit doel bepaalde Solon. dal geen besluit van den raad omtrent vrede of oorlog of omtrent eene nieuw in te voeren wet geldig zou zijn. zonder de toestemming der volksvergadering. Deze moest derhalve ten minste alle drie maanden op de markt worden samengeroepen.

In de volksvergaderingen te Athene ging het levendiger toe dan in die te Sparta. Elk burger, die in het volle bezil van zijne staatsburgerlijke rechten

Sluiten