is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*

Pisistratus begunstigt kunst en wetenschap. Hippias en Ripparchus. 423

van bloei; de tyran riep uit geheel Griekenland de dichters en geleerden aan zijn hof. Door hen deed hij de verspreide Homerische gedichten rangschikken, schiften en tot één geheel samenvoegen. Athene werd door hem tot de letterkundige hoofdstad van geheel Griekenland verheven. Hier werden voortaan de werken van alle wijzen en dichters in zorgvuldig overgeschreven exemplaren bewaard.

In het jaar 527 v. C. stierf Pisistratus in hoogen ouderdom in den schoot van zijne familie. Stervend mocht hij de blijde hoop koesteren, dat zijne heerschappij op zijne nakomelingen zou overgaan. Inderdaad volgde Hippias, overeenkomstig zijns vaders wensch, dezen in de heerschappij op. In vereeniging met zijn broeder Hipparchus voerde hij het bewind, zonder dat het Atheensche volk zich hiertegen in het minst verzette.

De broeders hadden de heerschappij onder elkaar verdeeld. Toch bekleedde Hippias de eerste plaats, want de kunstlievende maar losbandige Hipparchus vergenoegde zich gaarne met de tweede.

Het hof der zonen verschilde van dat des vaders op meer dan één belangrijk punt. Pisistratus, die zich door wijsheid en geestkracht uit eene burgerlijke betrekking tot de waardigheid van alleenheerscher bad weten te verhellen, was verstandig genoeg geweest om zich steeds zijne alkomst te herinneren; zijne zonen daarentegen gevoelden zich vorsten en wilden ook op vorstelijke wijs regeeren. Wel trachtten beiden, geheel in den geest hun vaders, de kunst en de kunstenaars te begunstigen. Zij zetten de door Pisistratus ondernomen bouwwerken voort. Hippias versierde o. a. de wegen te Athene met kunstig bewerkte Hermeszuilen, met pilaren die twee of meer hoofden van dien god droegen, welke naar verschillende zijden uitkeken. Het waren kunstig versierde wegwijzers, want op de zuilen waren de verschillende afstanden aangeduid, terwijl daaronder de eene of andere spreuk geplaatst was. De Hermeskoppen keken uit naar de verschillende richtingen, waarin de wegen voerden. Ook de meest beroemde dichters werden naar het kunstlievende hof der Pisistratiden gelokt. Maar — in weerwil van dit alles — had er toch eene gewichtige verandering plaats gegrepen: het hof had geheel en al zijn burgerlijk karakter van voorheen verloren; het was tot een waar koningshof geworden.

Hippias voerde eene soort van constitutioneele monarchie in, dewijl hij wel de vormen der Atheensche staatsregeling liet bestaan, maar in den grond der zaak den staat als alleenheerscher bestuurde. De archonten en raadsleden werden even als vroeger verkozen, ook de volksvergaderingen werden volgens de wet gehouden, maar de verkiezingen konden onder den invloed van den tyran niet vrij zijn en ook de vrijheid van spreken was belemmerd. De areopagus, het hoogste en meest beroemde regeeringslichaam des lands, bestond uil de gewezen archonten; doch deze waren zonder uitzondering creaturen van Hippias.

Met elk jaar nam de ontevredenheid van den adel toe, die het thans waagde zijn misnoegen te openbaren, nadat Hippias den steun van twee machtige en bevriende bondgenooten, van de tyrannen Lygdamis van Naxos en Polycrates van Samos, verloren bad. Lygdamis was in het jaar 524 dooide Spartanen van den troon gestooten, terwijl Polycrates twee jaren later het slachtoffer was geworden van het schandelijkst verraad. Het was te verwachten dat de Spartanen, de vijanden van eiken tyran, zich ook tegen Hippias zouden keeren. Deze zag derhalve naar andere bondgenooten om, en het gelukte hem, met koning Amyntas van Macedonië en met meer dan éen Klein-Aziatisch vorst een verbond te sluiten. Ook zijne pogingen, om met Sparta in eene vriendschappelijke verstandhouding te geraken, schenen eindelijk met een gelukkigen uitslag bekroond te zullen worden; hij willigde al de eischen in, door de Spartanen hem gedaan, hij verbond zich om de Spartaansche staatkunde nergens tegen te werken. Het was hem immers niet te