Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

428 De staatsregeling door Clisthenes hervormd. Het schervengericht.

hij de verkiezingen de overhand te verkrijgen. Het was dus zaak om aan deze verhouding, waaraan de adel zijne grootste macht ontleende, een einde te maken, en in het jaar 509 v. C. zette Clisthenes dit door. Het land werd voortaan verdeeld in honderd districten (deinen , die elk een afzonderlijk bestuur ontvingen. Elk tiental demen vormde eene phyle; doch met opzet was zulk eene phyle niet uit tien aan elkander grenzende, maar uit tien in de meest verschillende streken des lands verspreide demen samengesteld.

De nieuwe stammen of phylen hadden hunne gemeenschappelijke opperhoofden. heiligdommen en feesten. In elke phyle werd ook een groot aantal handwerkslieden opgenomen, die reeds lang te Athene als hijwoners of vrijgelatenen gewoond hadden, zonder in het bezit te zijn van staatsburgerlijke rechten.

Dewijl de stammen, ten gevolge van de verspreide ligging der demen, geen natuurlijk middelpunt hadden, werd de markt van Athene ongemerkt zulk een middelpunt. Het staatkundig leven van het geheele land trok zich ten gevolge hiervan meer en meer in de hoofdstad samen.

De raad werd in den boezem der stammen verkozen. het aantal raadsleden tot 50» uitgebreid. Elke stam koos er vijftig. Zoo werd ook het getal deiheliasten op 5000 en dat der volksvergaderingen op tien gebracht. De vijftig raadsleden van eiken stam maakten, naar eene vaste volgorde, gedurende het tiende gedeelte van een jaar, een kleiner raadgevend lichaam, dat der prytanen, uit.

De groole macht der archonten, welke voor den staat licht gevaarlijk kon worden, werd beperkt. De eerste archont verloor het beheer der geldmiddelen van den staat. Naast den derde, den polemarch. wien tot dusver uitsluitend het opperbevel in den oorlog was opgedragen, werd uit ieder der tien stammen een veldheer — strateeg — benoemd. Een ieder, die in het bezit was van landerijen en in een wettig huwelijk leefde, was tot dit ambt verkiesbaar, onverschillig tot welke klasse van belastingschuldigen hij behoorde.

Om te voorkomen, dat enkele eerzuchtigen zich tot alleenheerscherzouden opwerpen, riep Clisthenes eene zeer eigenaardige instelling in het leven, namelijk het ostracismus of schervengericht. De ondervinding had geleerd, dat enkele leden van adellijke geslachten, heizij door hun rijkdom, hetzij door hunne talenten, zich binnen korten tijd tot zulk een trap van macht en invloed konden verheffen, dat zij in staat waren den republikeinschen regeeringsvorm omver te werpen. Slechts één middel bestond hiertegen, en wel de tijdige verbanning van zulk een gevaarlijk man. Eiken winter was de raad der vijfhonderd verplicht om het Attische volk te vragen, of het welzijn van den staat ook de verbanning van den eenen of anderen burger eischte. Deze vraag moest aan de volksvergadering worden voorgelegd; over haar werd beraadslaagd even als over elke andere quaestie. De partijhoofden waren echter uit den aard der zaak van die beraadslaging uitgesloten, niet door eenige wetsbepaling, maar door hun eigen belang. Zij konden zich noch voor, noch tegen eene verbanning verklaren; spoorden zij de volksvergadering aan om die vraag met ja te beantwoorden, dan moesten zij vreezen, dat het vonnis der verbanning over hen zelf zou worden uitgesproken. Verklaarden zij zich er tegen, dan gaven zij blijk van vrees om verbannen te worden. Ten gevolge hiervan namen alleen die burgers aan de beraadslaging deel, wier bescheiden standpunt in den staat hen van alle vrees voor verbanning ontsloeg.

Sprak de meerderheid der volksvergadering de overtuiging uit, dat eene verbanning noodzakelijk was, dan werd de dag der stemming bepaald. De markt werd afgezet met staketsels, waarin tien toegangen, voor hen die aan de stemming deelnamen, waren opengelaten. De stemming was geheim; ieder burger had het recht om op een scherf, ostrakon. den naam van den man te krassen, omtrent wien hij overtuigd was, dat diens macht voor den staat gevaarlijk kon worden, en dien hij derhalve verbannen wenschte te zien. In tegenwoordigheid van al de archonten en van den raad werden de scherven in urnen verzameld en na afloop van de stemming geteld; men deed dit door

Sluiten