Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

436 Lyrische poëzie. Spreukendicht. Jambische poëzie. Hekeldicht.

melische of lyrische poëzie in engeren zin, met groote afwisseling in de versmaat, waarbij de rythmus voornamelijk voor gezang en rijdansen geschikt moest zijn.

Tot de elegische dichtsoort behoorden de krijgszangen, waardoor het volk tot heldenmoed werd aangevuurd. Callinus van Ephese, omstreeks 730 v.L.. Tvrtaeüs en Solon muntten in het vervaardigen van zulke gedichten uit. IJe elegische poëzie omvatte daarenboven het spreukendicht de gnomen . waarin Solon insgelijks veel voort redelijks heeft geleverd, de epigrammen, korte kernachtige gedenkspreuken, en eindelijk de erotische poëzie, welke het genot en het lijden der liefde de vreugde en de smart des levens bezong, en als wier grondlegger Mimnermus van Colophon WH) v. C.) genoemd wordt. Beroemde gnomendichters waren Theognis van Megara (570-490 v. C.) en Phocyhdes van Milete (550 v. C.

De gnomische dichtsoort doet ons zien, dat de Grieken ook liet practische. staatkundige leven op dichterlijke wijze poogden op te vatten. Ziiinjke spreuken in dichterlijken vorm gehuld, oefenden ten allen tijde een krachtigen invloed op het volk uit; zonder moeite in het geheugen geprent, werden zij onbemerkt liet gemeenschappelijk eigendom van de geheele natie. Langs dezen we» drong de poezië in het leven door. Aan de wijzen werden, ten gevolge van deze opvatting, spreuken in den mond gelegd, welke eenigermate hel kort bcrip van hunne levensbeschouwing moesten uitmaken. In Interen lijd verzamelde men dergelijke kernspreuken en beschouwde men zulk eene verzameling als een handboek van ware practische levenswijsheid. Eindelijk zette men aan zulke spreukverzamelingen een hoogeren luister bij. door te verhalen dat de wijste mannen van Griekenland in Solons tijd tot elkaar in nauwe betrekkin" gestaan en elkander meermalen op de eervolste wijze den zegepalm der hoogste wijsheid betwist hadden. De naam der zoogenaamde zeven wijzen van Griekenland was in de oudheid zeer beroemd en is ook bij latere geslachten in eervol aandenken gebleven; hunne kernspreuken werden meermalen als de uitnemendste lessen van menschelijke wijsheid herhaald.

De namen dier zeven wijzen worden verschillend opgegeven. Meestal noemt men de volgende; Solon, wiens kernspreuk luidde: »Niets buiten mate;" Thales van Milete, de groote wijsgeer: »Borg zijn baart verdriet; Pittacus van Mytilene: »Let wel op den tijd;" Cleobulus van Rhodus: «Maat te houden is goed;" Periander, tyran van Corinthe: »l)oe alles na rijp beraad;" Cliilon, de hervormer van de Spartaansche staatsregeling: «Ken u zeiven;" Bias van Priene: »Veel hoofden maken eene zaak met beter.

Als schepper van de jambische dichtsoort wordt Archilochus van Paros (700 v. C. beschouwd. Oorspronkelijk was hij een hymnenzanger, dieMotliederen op Demeter en Dionysus, de goden van zijn eiland, dichtte. Eene gloeiende liefde, die hij voor de schoone Neobule opvatte, was oorzaak dat hij zijne kracht aan de erotische poëzie besteedde. Toen bij daarop zijne liefde versmaad zag, verkeerde deze in een doodelijken haat; \ ooi taan dichtte hij zijne liederen in jamben en richtte iiij daarin zulke vinnige schimpscheuten op zijne vroegere geliefde en haar vader, dat deze uit wanhoop zich van nel leven beroofden. »Gij plundert Archilochus," riep men later den Griekschen hekeldichters toe. Archilochus ging voor den eigenlijken schepper van bet hekeldicht door.

De jambische poëzie werd door Hipponax van Lpliese (a40 v. L,) \ ei dei ontwikkeld; van hem verhaalt men, dal bij twee beeldhouwers, die zijn leelijk gezicht en zijn misvormd lichaam op overdreven wijze in hunne standbeelden hadden nagebootst, met zijne spotdichten tot zelfmoord gedwongen heeft.

Simonides van Samos (650 v. C.) geeselde in zijne hekeldichten de zwakheden en zonden der maatschappij; van een door hem vervaardigd gedicht »0ver de vrouwen," bezitten wij nog een brokstuk. _

Wat de versmaat betreft, behooren tot de jambische poezie ook de beroemde fabelen van Aesopus, die omstreeks 560 v. C. leefde, ofschoon zij, naar haar inhoud beoordeeld, meer tol het leerdicht moeten gerekend worden.

Sluiten