is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De opstand op Cyprus na enkele overwinningen der Ioniërs gedempt. 449

goras gehoor en beloofden eene ondersteuning van vijf triëeren. Vijfentwintig schepen dus zouden den Ioniërs in Klein-Azië hulp verleenen; dit was de geheele krijgsmacht, welke Griekenland (ot ondersteuning van zijne rijke koloniën afzond; alleen de Ioniërs hadden zicli hiertoe bereid verklaard, de overige stammen onthielden zich van alle deelneming aan den uitbrekenden oorlog.

Aristagoras liet zich niet ontmoedigen. Hij vond een bondgenoot, die voor hem van groote waarde was. De vorsten van het eiland Cyprus stonden tegen de Perzen op. Zij moesten overwonnen worden, eer Darius aan de onderwerping van de Klein-Aziatische Grieken denken kon.

Hierdoor won de opstand dus tijd om zich uit te breiden. Zoodra in het voorjaar van 499 v. C. de Grieksche vloot bij Ephese vereenigd was, begon Aristagoras den oorlog. De schepen werden op het land getrokken, de manschappen rukten tegen Sardes, net middelpunt der Perzische heerschappij in Klein-Azië, op.

Artaphernes was overvallen; niet in staat om tegenstand te bieden, trok hij zich in den sterken burg van Sardes terug. De Grieken hoopten, dat de Lydiërs zich bij den opstand zouden aansluiten; ongelukkigerwijze stak een Grieksch soldaat een der rieten daken, waarmee de huizen te Sardes gedekt waren, in brand; de vlammen stegen omhoog en tastten weldra de geheele stad aan. Uit hunne woningen gevlucht verdrongen de Lvdische inwoners elkander op de markt.

Thans beschouwden zij de Grieken als vijanden, die Lydië met moord en brand kwamen vervullen, en verdedigden zij zich gezamenlijk met de Perzen tegen hen.

Ook de tempel van Cybele, de beschermgodin der stad, was door de vlammen verteerd. Dit was een slecht voorteeken. De Ionische krijgslieden werden door vrees bevangen; zij meenden, dat zij den toorn der Sardische goden hadden opgewekt. Een geest van moedeloosheid maakte zich van de troepen meester. De veldheeren durfden een aanval der Perzen niet afwachten, maar gaven nog in denzelfden nacht bevel om naar Ephese terug te keeren.

Intusschen hadden ook de Perzen hunne strijdkrachten bijeengetrokken. Van den Halys rukten hunne legers tegen de Grieksche steden op. Dij Ephese kwam het, in den zomer van 499, tot een slag; de Hellenen leden eene gevoelige nederlaag, waarbij vele mannen van naam en invloed op het slagveld bleven. Hun verlies was zóó groot, dat de Atheners aan den goeden uitslag van den opstand twijfelden; zij gaven de zaak hunner Klein-Aziatische stamgenooten prijs en zeilden naar Athene terug.

Toch had men over het geheel nog geen verlies van eenig belang te betreuren.^ Integendeel steeds verder en verder breidde de opstand zich uil. Ook de Grieksche steden aan den Hellespont, aan de Propontis en aan den Bosporus, grepen, even als de steden der Cariërs, naar de wapenen. Eene overwinning ter zee, door de Grieken op de Perzisch-Phoenicische vloot behaald, scheen zelfs een gunstig voorteeken voor de toekomst. Maar wat hun ontbrak, was een krachtig, door allen geëerbiedigd aanvoerder en juist ten gevolge van dit gemis moest elk verlies hen des te gevoeliger treffen.

Het eerst werd de opstand op het eiland Cyprus gedempt; hierop viel in Klein-Azië de ééne stad na de andere voor het aanrukkende Perzische leger, totdat de opstand bijna alleen nog tot de Ionische steden beperkt was.

Nu liet Aristagoras den moed zinken. Nooit bad bij een hooger doel voor oogen gehad, dan zich zelf macht en aanzien te verschaffen; thans, nu hij een ongelukkigen afloop der geheele onderneming voorzag, was hij, eer het te laat was, in lage eigenbaat op redding bedacht. Met zijne meest vertrouwde aanhangers week hij naar Thracië. Doch hier vond hij niet, gelijk hij gehoopt had, een vorstendom, maar na korten tijd een roemloozen dood. Reeds in het jaar 497 werd hij door de Traciërs vermoord.

Al waren de Ioniërs buiten staat om te land aan de overmacht der

Streckitss. I.

29