Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

456 Vergeefsche tocht van Cleomenes naar Aegina. Einde van den oorlog.

Cleomenes kwam niet aan het hoofd van een machtig leger; de overmoedige Aegineten, die op de Perzische bescherming rekenden, weigerden derhalve liet bevel van Sparta op te volgen.

Een der voornaamste aanhangers van Darius, Crios, d. i. hamel genaamd, verklaarde dat Cleomenes volstrekt niet uit naam van het Spartaansche volk kwam, maar dat hij door Athene omgekocht was, daarbij anders den tweeden koning van Sparta. Demaratus, wel meegebracht zou hebben. Onverrichter zake moest Cleomenes naar Sparta terugkeeren. Woedend riep hij Crios toe: »Nu dan, hamel, verstaal uwe horens tegen een hard kwaad, waarop gij stooten zult."

Te Sparta teruggekeerd, bemerkte de koning, dat Demaratus zelf de bewerker was van den tegenstand, dien hij op Aegina had gevonden. Beide koningen leefden in onafgebroken vijandschap. Cleomenes bad het Demaratus nooit vergeven, dat deze hem bij Eleusis de zegekroon ontroofd had. Hij besloot zicli te wreken en de gelegenheid biertoe zag hij zich aangeboden door het sluiten van een verbond met een bloedverwant van Demaratus, Leotychides. Deze stamde, even als Demaratus, uit het koninklijk geslacht der Procliden af; Demaratus was de eenige afstammeling der oudere, Leotychides het hoofd deijongere linie en de erfgenaam der kroon, ingeval Demaratus zonder zonen stierf.

Beide neven koesterden sinds lang de bitterste vijandschap tegen elkaar. Eens bad Demaratus de bruid van Leotychides geroofd en baar als echtgenoot naar zijne woning gevoerd. Om Demaratus ten val te brengen, grepen Cleomenes en Leotychides een zeer bijzonder hulpmiddel aan; zij beweerden namelijk,dat de koning niet de echte zoon was van zijn vader Ariston, maar het kind van een anderen Spartaan, den eersten man zijner moeder, wien deze door kaning Ariston ontroofd was. Zij voegden er bij. dat Ariston zelf bij de geboorte van den knaap zijn twijfel op dit punt aan de ephoren geopenbaard had. Dewijl geen enkel afdoend bewijs voorhanden was, daar de weduwe van Ariston dit vermoeden van haar overleden echtgenoot als geheel ongegrond afwees, moest het orakel te Delphi beslissen. Het verklaarde, overeenkomstig den wensch van Cleomenes, dat Demaratus niet de zoon van Ariston was; de priesters en de Pythia waren omgekocht.

Ten gevolge van de uitspraak des orakels werd Demaratus van de koninklijke waardigheid ontzet; bij ontving een onbeduidend ambt, terwijl Leotychides zijne plaats aan de zijde van Cleomenes innam.

De nieuwe koning was laaghartig genoeg, zijn overwonnen vijand nog te hoonen. Toen deze eens op een feest naar de spelen der knapen stond te kijken, liet hij hem vragen, hoe zijn nederig ambt, na het bekleeden van de koninklijke waardigheid, hem smaakte. »lk heb reeds zoowel het een als bet ander geproefd, maar Leotychides nog niet. Deze vraag zal voor Lacedaemon het begin van duizendvoudig geluk of van duizendvoudige ellende zijn," antwoordde de beleedigde, volgens bet verhaal van Herodotus. Hierop omhulde bij zijn hoofd met zijn mantel en ging naar huis. Na korten tijd verliet bij Sparta. om zich onder de bescherming van koning Darius te stellen.

Nadat Leotychides koning was geworden, vergezelde hij Cleomenes op een tweeden tocht naar Aegina; thans durfden de Aegineten niet langer gehoorzaamheid weigeren, tien hunner machtigste edelen, waaronder ook Crios zich bevond, werden aan de Spartaansche koningen uitgeleverd en door hen weer als gijzelaars aan de Atheners overgegeven.

Was er op deze wijze een einde gemaakt aan den lastigen oorlog niet Aegina, de Atheners rustten zich nu met allen ernst tot den oorlog met de Perzen toe. Zij kozen bekwame krijgslieden tot veldheeren; de ervaren Callimachus werd polemarch. Onder de tien strategen treffen wij Aristides, Themistocles en Miltiades aan.

De Atheners hadden ook goede reden om bij hunne keus met de uiterste behoedzaamheid te werk te gaan. Steeds grooter werd liet gevaar, dat hen thans van nabij bedreigde. Darius had geweldige toerustingen gemaakt. Zes-

Sluiten