Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4G8 Overtocht over den Hellespont en organisatie van het leger bij Doriscus.

hel begin van de brug eene verhevenheid moeien bouwen, opdat de koning van die hoogte het leger en de vloot zou kunnen monsteren. Van hier zag Xerxes neer op de benden, die van alle kanten kwamen aanmarcheeren, op de vloot, wier schepen den geheelen Hellespont bedekten. Hij liet door de schepen een spiegelgevecht houden, om de geoefendheid der bemanning op de proef te stellen.

Toen Xerxes van zijn hoogen zetel neerzag op de ontelbare schepen en op de vele, vele duizenden krijgslieden, die zijn machtwoord hier vereenigd had, zwol zijne borst van trots; hij roemde zich gelukkig, zulk eene krijgsmacht onder zijne bevelen te hebben. Doch spoedig veranderde zijne gemoedsstemming. hij werd door een gevoel van weemoed overmeesterd, de tranen vloeiden hem over de wangen.

Aan des konings zijde stond zijn oom, Artabanus, de broeder van Darius. Deze keurde de geheele onderneming af; reeds vroeger had hij zijn twijfel omtrent haren goeden uitslag uitgesproken, maar zonder gehoor te vinden. Thans, nu hij den koning weenen zag, meende hij eene gunstige gelegenheid te hebben om zijne vroegere raadgeving te herhalen. 11ij vroeg dus:

»o Koning, waarom doet gij toch dingen, die zoo zeer van elkaar verschillen, onmiddellijk na elkander? Zoo even roemdet gij u gelukkig en nu weent gij!" Hierop sprak Xerxes: »Ja, ik betreurde het, onder het zien naar dit schouwspel, dat het menschelijk leven zóó kort is, dat van die allen, hoe velen er ook zijn, na honderd jaren niemand meer in leven zijn zal."

Artabanus meende van de weemoedige stemming des konings gebruik te moeten maken, om nog eens zijne vroegere raadgevingen te herhalen. Doch Xerxes had zeker meer aan zich zelf gedacht, dan daaraan dat van de duizendtallen, die hij naar Griekenland voerde, eene ontelbare menigte in den bloei der jaren zou moeten sterven, alleen om eene koninklijke luim, de veroveringszucht van een alleenheerscher te bevredigen. De woorden van Artabanus, toen deze den oorlog ontried, toen hij den koning voorhield, dat het leger te groot was om in het onderhoud der troepen te voorzien, dat geene haven der wereld het aantal schepen zou kunnen bevatten, vonden geen gehoor. Zelfs toen Artabanus er op aandrong, dat Xerxes althans de schepen der Ioniërs, die insgelijks tot den oorlog waren opontboden, terug zou zenden, dewijl hunne trouw in een oorlog tegen Grieksche stamgenooten hoogst twijfelachtig was, werd ook die welgemeende raad in den wind geslagen.

Den volgenden morgen wijdden de Magiërs de bruggen; zij wierpen welriekende kruiden in het vuur en bestrooiden de stellages met mirtentakken. Met het opgaan der zon zond de koning een gebed op tot den god der overwinning, hij smeekte hem. het leger voor ongevallen te behoeden. De gouden offerschaal door hem gebruikt, een gouden beker en een Perzisch zwaard wierp hij als offers in de zee.

Aan het hoofd van den langen trein gingen de onsterfelijken, de garde des konings; hierop volgden de overige troepen. Den tweeden dag trok de koning zelf over de brug, gevolgd door zijne bloedverwanten, zijne dischgenooten en den hofadel, waaronder zich ook Demaratus en Pisistralusbevonden.

Aan den Europeeschen oever gekomen, monsterde de koning nog eens met trotsche blijdschap de onafzienbare menigte van menschen en schepen.

Zeven dagen waren er tot den overtocht van Azië naar Europa noodig. Hij werd gelukkig volbracht. Nu marcheerde het leger westwaarts over den Chersonnesus naar de vlakte van Doriscus in Thracië. Op deze uitgestrekte vlakte zou de organisatie en indeeling van de landmacht plaats vinden, terwijl tevens in de haven van Doriscus orde op de vloot zou worden gesteld. Slechts de oorlogsschepen vonden in de bocht de noodige ruimte; de transportschepen moesten verder westwaarts op het strand worden getrokken.

Ten einde hel aantal der troepen althans bij benadering te bepalen, opdat men de noodige maatregelen tot hunne verpleging zou kunnen treffen, bediende

Sluiten