Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJF EN VEERTIGSTE HOOFDSTUK.

Krijgstoerustingen in Griekenland. Algemcenc verslagenheid. Uitspraken van het orakel.

Het verdedigingsplan. Leonidas. De pas der Thermopylae. Het gevecht bij Thermo-

pylae. Het verraad van Ephialtes. De heldendood van Leonidas en zijne dapperen.

liet onderling verkeer der verschillende landen was in de oudheid zóó gering, dat er dikwijls meer dan eene maand voorbijging, eer nieuwstijdingen uit het ééne land in liet andere doordrongen.

De Grieken vernamen hierdoor gedurende langen tijd niets van de toerustingen, door Xerxes gemaakt, om hun den oorlog aan te doen. Op den duur konden die toebereidselen hun echter niet verborgen blijven. De doorgraving van de landtong achter kaap Athos, de bevelen tot verpleging der Perzische troepen, door de Thracische kuststeden ontvangen, vielen te zeer in het oog, dan dat daardoor het plan van Xerxes niet ruchtbaar zou zijn geworden. Weldra spraken alle Grieken van niets anders dan van het gevaar, dat hun boven het hoofd hing, ja dit was in hunne schatting zóó verpletterend, dat de meesten den moed verloren.

Alleen Athene liet den moed niet zinken, hoe dreigend juist voor Atlica in de eerste plaats de krijgstocht van den Perzischen koning scheen. De Atheners besloten, aan het gevaar stoutmoedig het liootd te bieden, hoewel zij moesten vreezen, dat zij tegenover de ontzaglijke legermacht van Xerxes genoegzaam alleen zouden staan; want zelfs Sparta had eene poging aangewend om den toorn van den Perzischen monarch te stillen, door hem voor het vermoorden van de door Darius gezonden herauten voldoening aan te bieden.

Gelijk Herodotus ons verhaalt, waren sedert dien moord de offeranden te Sparta altijd van ongunstige teekenen vergezeld geweest. liet was duidelijk, dat de goden vertoornd waren.

De wichelaars verklaarden dan ook, dat door den moord op de herauten gepleegd liet heilige recht der goden geschonden, de godheid zelf' beleedigd en dat dus een zoenoffer volstrekt noodzakelijk was. Twee mannen, Sperthius en Bulis boden zich vrijwillig ten zoenoffer aan. Beiden stamden af uit hel beroemde geslacht van den heraut, die Agamemnon in den Trojaanschen krijg gediend had, een geslacht, waarin van dien tijd af het ambt van heraut erfelijk was geweest.

Sperthius en Bulis verklaarden zich bereid 0111 zich tot koning Xerxes te begeven, ten einde hun leven als zoenoffer voor den moord der Perzische herauten aan te bieden. De raad nam hun aanbod aan, en nu reisden zij naar Perzië, om daar te sterven. Op hunne reis naar Susa kwamen zij bij een der Perzische stadhouders, Hydarnes, door wien zij gastvrij werden ontvangen. Onder den maaltijd vroeg hun de Pers: «Waarom schuwt gij, Spartanen, toch de vriendschap des konings? Ziet gij niet weder aan mij en aan mijne macht, hoe de koning wakkere mannen lot hooge eereambteu verheft? Ook gij zoudt, indien gij u aan den koning onderwerpen wildet. door zijne gunst eene vorstelijke heerschappij in het land Hellas verkrijgen, want gij gaat

Sluiten