Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sperthius en Bulis bij Xerxes. Beraadslaging op den Isthmus. 471

bij hem voor wakkere mannen door." De Spartanen antwoordden: «Uwraad, Hydarnes, is niet van beide zijden even juist overwogen; gij hebt van hetééne, dat gij ons aanraadt, de proef genomen; maar het andere kent gij niet. Gij weet wat het zegt, slaaf te zijn, maar de vrijheid kent gij niet en gij weet niet hoe zoet zij is. Hadt gij ook hiervan de proef genomen, dan zoudt gij ons raden, om niet alleen met lansen, maar zelfs met bijlen voor haar te strijden".

Na deze woorden zag Hydarnes wel in, dat hij den moed der Spartanen niet aan het wankelen kon brengen. De herauten scheidden van hem in vriendschap. Toen zij, te Susa aangekomen, in de tegenwoordigheid van Xerxes gebracht werden, eischten de trawanten van hen, dat zij voor den koning zouden knielen, ja ze wilden hen met geweld daartoe dwingen. Maar de Spartanen weigerden dit bepaald, zij verklaarden dat zij daarvoor niet gekomen waren en dat het in hun land geen gebruik was, voor een mensch, wie hij ook zijn mocht, neer te knielen.

Stoutmoedig en oprecht deelden zij Xerxes mede, dat zij door Sparta waren gezonden tot een zoenoffer voor de vermoorde herauten. Maar Xerxes antwoordde hun edelmoedig, dat hij niet hetzelfde onrecht wilde begaan, als de Spartanen; hadden dezen, door liet vermoorden van de herauten, het volkenrecht geschonden, hij wilde zelf niet doen wat hij hun verweet, noch zelfs door het dooden van de ten zoenoffer aangewezenen de schuld der Spartanen uitwissehen. Hij liet de herauten vrij en veilig trekken, zij mochten naar Sparta terugkeeren. Toch hadden zij hun doel bereikt, want de ongunstige teekenen bleven voortaan bij het offeren uit, dewijl de toorn der goden gestild was.

Door dit aanbieden van een zoenoffer hadden de Spartanen eene neiging tot verzoening met^ den Perzischen koning aan den dag gelegd, die niet veel goeds voorspelde. Zij rustten zich ook volstrekt niet tot den oorlog uit. Toch bleef den Atheners niets anders over, dan zich van het bondgenootschap der Spartanen in den naderenden oorlog te verzekeren.

In den herfst van 481 zonden zij boden naar Sparta en noodigden zij de hoofdstad van den Peloponnesus uit om, in vereeniging met hen, op den Isthmus te beraadslagen over de beste wijze, waarop de Perzische aanval kon worden afgeweerd. Aan die beraadslagingen zouden, behalve de Peloponnesische sfaten, ook gezantschappen van al die gewesten deelnemen, welke zich lot een krachtigen tegenstand bereid wilden verklaren. De Spartanen namen het voorstel der Atheners aan; doch foen op den Isthmus de beraadslaging een aanvang nemen zou, waren — behalve Sparta. de Peloponnesiche bondgenooten en Athene — slechts de twee kleine Boeötische steden Plataeae en Thespiae vertegenwoordigd.

Alle overige Grieksche gewesten vreesden, dat zij zich, door deel te nemen aan de beraadslaging, den toorn van den Perzischen koning op den hals zouden halen.

In weerwil hiervan lieten zij. die bijeengekomen waren, den moed niet zinken. '1 hemistocles van Athene sprak op mannelijke wijze zijn gevoelen uit.

In de eerste plaats, — riep hij den gezanten toe, — moeten alle veeten, die tot heden tusschen de verschillende Grieksche staten bestaan hebben, ter zijde worden gezet. Allen gaven bereidvaardig aan die roepstem gehoor en zóó werd ten tweeden male de vrede tusschen Athene en Aegina hersteld.

Daar alle Hellenen door hetzelfde gevaar bedreigd werden, besloot de vergadering, nog eenmaal alle Grieksche stalen tot deelneming aan hare beraadslagingen uit te noodigen; gezantschappen, die elk uit een Athener en een Spartaan bestonden, moesten niet alleen de Grieken op het vasteland, maar ook op de eilanden en in de Ilaliaansche volkplantingen, maar zelfs de machtige tyrannen van Sicilië oproepen, om zich aan dezen nationalen strijd tegen den vreemden veroveraar aan te sluiten. Te gelijker tijd besloot men, verspieders naar Sardes te zenden, die een oog moesten houden op de toerustingen, door Xerxes gemaakt; want men had reeds vernomen, dat de koning te Sardes aangekomen en daar met het monsteren van zijne troepen bezig was.

Sluiten