Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Perzische vloot door storm geteisterd.

481

dicht aan liet strand lagen, konden op den oever getrokken en zoo in veiligheid gebracht worden; de overige leden vreeselijk. Zij werden tegen elkander geslingerd, ja voor een gedeelte op de klippen verbrijzeld.

\ergeefs poogden de Magiërs met hunne tooverspreuken den storm te bezweren; drie dagen en drie nachten woedde hij onafgebroken voort, en toen eindelijk aan den morgen van den vierden dag de wind ging liggen, was de zee ver in het rond met wrakken en andere overblijfsels van schepen bedekt. Meer dan vierhonderd vaartuigen waren vernield.

De natuur streed voor de Grieken, die veilig in de nauwe straat tusschen huboea en het vasteland voor anker lagen. Hunne verspieders, die zij op het noordelijkste punt van dit eiland geplaatst hadden, deelden hun mede, welk eene gruwelijke verwoesting de storm onder de Perzische vloot had aangericht. Thans grepen de bevelhebbers der Grieken nieuwen moed. Nadat zij aan Poseidon, den beheerscher van de zee, en aan Boreas, den god van den noordenwind, een otler gebracht hadden, wendden zij den steven noordwaarts, in de hoop aan de vloot der Perzen, die door den storm ontredderd was, eene gevoelige nederlaag toe te brengen. Werkelijk gelukte het hun, vijftien Perzische schepen van de vloot af te snijden en te veroveren; maar indien zij meenden, eene her- en derwaarts door elkander geworpen vloot en dus een lichten strijd te zullen vinden, dan zagen zij zich deerlijk bedrogen, want Achaemenes had in allerijl de orde hersteld. Nog altijd had hij IIOO vaartuigen onder zijne bevelen en de Perzische oorlogsschepen vertoonden zich even goed uitgerust en even geschikt om zee te bouwen als ooit te voren.

De Spartaan Eurybiades, die het opperbevel over alle Grieksche schepen voerde, meende, dat hij onder zulke omstandigheden den strijd niet mocht aangaan: hij gaf bevel tot den terugtocht en alle bevelhebbers der Grieken stemden met zijn gevoelen in. Sterker dan iemand anders ondersteunde de bevelhebber der Corinthiërs, Adimantus, het voorstel om terug te keeren. Alleen Themistocles vorderde in dringende bewoordingen, dat men den strijd tegen de Perzen aanvangen zou, en na langdurige oneenigheden gelukte het hem eindelijk, door middel van omkooping, den opperbevelhebber en Adimantus voor zijne plannen te winnen.

Het eiland Euboea was weerloos aan de verwoesting der Perzen prijs gegeven, wanneer de Grieksche vloot terugtrok. De Euboeërs hadden derhalve aan Themistocles dertig talenten zilver geschonken, op voorwaarde dat hij bewerken zou, dat de Grieksche vloot aan de noordkust van Euboea, bij het voorgebergte Artemisium, den Perzen slag zou leveren.

Themistocles maakte van dit aanzienlijk geschenk een zeer verstandig gebruik. Aan Eurybiades gaf hij vijf, aan Adimantus drie talenten, en aan een Atheenschen strateeg, die zich insgelijks voor den terugtocht verklaard had, één talent. Het overige behield hij voor zich, 0111 dit in geval van nood tot nieuwe omkoopingen te besteden.

Herodotus is wel van gevoelen, dat Themistocles van dit geld helgrootste voordeel getrokken en het tot zijn eigen nut besteed, ja den omgekochten zelfs wijs gemaakt heeft, dat hij hun dit geld gaf uit naam van Athene; maar Herodotus spreekt gaarne van de omkoopbaarheid van Themistocles en is jegens dezen niet altijd onpartijdig, zoodat wij wel tot eer van den grooten man mogen aannemen, dat hij de Euboeïsche talenten tot bevordering van de oorlogsplannen der Grieken bewaard heeft

Door zijn geld had Themistocles het)<besluit tot den aanval weten door te drijven; — te rechter tijd! Want weldra kwam er tijding, dat Achaemenes 200 schepen zuidwaarts gezonden had, die van de zuidzijde van Euboea in de straat moesten binnendringen, zoodat de Grieken in dat geval van twee kanten tegelijk zouden worden aangevallen. Themistocles verlangde, dat van de splitsing der vijandelijke scheepsmacht onmiddellijk gebruik zou worden gemaakt om tot den aanval over te gaan, en het gelukte hem, ofschoon eerst na lang-

Streckfuss. I- 31

Sluiten