Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

485

bekrompen zelfzucht dachten vele slaten, zelfs onder zulke dreigende omstandigheden, meer aan zich zelf dan aan het algemeen belang. Het eiland Aegina kon met gemak 50 linieschepen leveren, het zond er slechts twaalf. Op dezelfde wijze gingen ook de overige staten te werk. De bewoners van Corcyra gedroegen zich het lafhartigs! van allen. Deze hadden den gezanten van Sparta en Athene den vorigen winter beloofd, dat zij tot bescherming van Griekenland zestig linieschepen zouden laten uitloopen, Dat was ook geschied; doch de bevelhebbers hadden in last gekregen zich niet met de Grieksche vloot te vereenigen, maar op de hoogte van kaap Taenarum te kruisen. Behaalden de Grieken, tegen alle verwachting aan, de overwinning, dan moesten de bevelhebbers tot hunne verontschuldiging aanvoeren, dat de oostenwind hun niet toegelaten had, het voorgebergte Malea om te zeilen. Bleven daarentegen, gelijk wel waarschijnlijk was, de Perzen overwinnaars, dan kon men met hen, dewijl men niet aan den strijd deelgenomen had, een voordeelig verbond sluiten.

De vereenigde vloot, die thans met de 170 door Troezen gezonden schepen versterkt was, lag in de straat tusschen Salamis en de Attische kust, de schepen waren op het strand getrokken, de manschappen op Salamis gelegerd. De ontruiming van Attica was nauwelijks volbracht, toen Eurybiades de veldheeren der verschillende Grieksche staten tot een krijgsraad bijeen riep, om de vraag te bespreken, wat hun nu te doen stond. Themistocles drong er op aan, dat men de Perzen in de engte van Salamis afwachten en hun hier slag leveren zou. De Peloponnesiërs wilden, dat men Salamis in den steek zou laten en naar den Isthmus zeilen, om den Peloponnesus te beschermen. Intusschen daalde de nacht en toen men aan den gezichteinder de vlammen van hel brandende Athene ten hemel zag stijgen, maakte zulk een schrik zich van de aanvoerders meester, dat eenige strategen onmiddellijk de vergadering verlieten, naar hun boord terugkeerden en daar bevel gaven, om ijlings naar den Isthmus te varen. De vergadering besloot, den volgenden morgen Salamis te verlaten.

Themistocles was de eenige, die met helderen blik de gevolgen van zulk een besluit overzag. Zoodra de Grieksche vloot Salamis verliet, was dit eiland, even als Aegina, zonder slag of stoot den Perzen prijs gegeven. Daarenboven kon de Isthmus alleen van Salamis uit verdedigd worden, slechts in de nauwe straat was het mogelijk, aan de zooveel sterkere Perzische vloot met goed gevolg slag te leveren.

Bij het heerschen van den panischen schrik, die de bevelhebbers aangegrepen had, was het Themistocles niet mogelijk geweest, zijn denkbeeld ingang te doen vinden. Daarom gaf hij echter den moed niet op. Nog denzelfden nacht liet hij zich naar het admiraalschip roeien: hij eischte een onderhoud met den opperbevelhebber en hield Eurybiades levendig voor oogan, met welk eene schande zij zich zouden overladen, wanneer de vloot Salamis verliet. Vertrouwend op de bescherming der schepen hadden de Atheners luinne vrouwen en kinderen naar de eilanden overgebracht; gaf men die prijs, zonder zelfs eene poging tot hunne verdediging te wagen, dan zouden de Atheners, als ware 't met geweld den Perzen in de armen gedreven, genoodzaakt zijn om tot hun eigen behoud een verbond met den vijand te sluiten en diens vloot met luinne schepen te versterken. Eindelijk gelukte het Themistocles. den Spartaan te overtuigen; deze riep de bevelhebbers nog eens bijeen en weder werd een krijgsraad belegd. In die bijeenkomst ging het ruw en stormachtig toe. De Peloponnesiërs waren verbitterd, dewijl over eene zaak, waarin reeds een besluit gevallen was, nog eens beraadslaagd zou worden. Toen Themistocles in het vuur van zijn ijver opsprong, om het woord te voeren, eer Eurybiades hem daartoe verlof gegeven had, riep de Corinthische strateeg Adimantus hem woedend toe: «Themistocles, bij de kampspelen worden zij, die te vroeg beginnen, met slagen gestraft." Themistocles was wijs genoeg om de beleediging niet betaald te zetten; met kalme matiging antwoordde bij terstond: «Maar zij, die achterblijven, worden niet gekroond."

Sluiten