Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

500 Eereteekenen uitgereikt. Versterkt legerkamp der Perzen.

Van alle Spartanen was Aristodemus degeen geweest die de schitterendste dapperheid ten toon gespreid had. Zijne medeburgers erkenden dit, maar in weerwil hiervan werden toch drie andere gesneuvelden hem voorgetrokken, dewijl hij slechts den dood had gezocht om een eind te maken aan een

M li'a'Bii'^het^bespreken van de vraag, aan welk volk de hoogste prijs voor betoonde dapperheid toekwam, ontstond een lievige twist tusschen de Spartanen en de Atheners. Wel hadden de laatsten sinds lang billijke redenen van verstoordheid op de Spartanen, doch in weerwil hiervan namen zij bereidwillig het voorstel aan, dat de prijs der overwinning niet aan Athene of Sparta maar aan de Plataeërs zou worden toegekend, dewijl de slag die later dè slag bij Plataeae genaamd werd, op hun grondgebied was voorgeva len.

Van Plataeae trokken de overwinnaars tegen Ihebe op. De verraderlijke stad, die zich steeds zoo gunstig jegens de Perzen had getoond, moest gestraft worden. Om erger dingen te voorkomen, besloten de Thebanen, na korten tijd belegerd te zijn geweest, diegenen hunner bevelhebbers uit te leveren, die eene bijzonder gunstige gezindheid jegens de Perzen aan den dag gelegd hadden. Op Pausanias' bevel naar den Isthmus gevoerd, werden zij hier lot een voorbeeld voor andere Grieken ter dood gebracht.

Op denzelfden dag, den 26"> September 479 waarop de slag van Plataeae zoo roemrijk door de Grieken gewonnen werd Inhaalde hunne vloot op een ander, ver van Plataeae verwijderd slagveld in klein-Azie insgelijks eene

luisterrijke overwinning. ... ,

De Grieksche vloot had gedurende den zomer van 479 werkeloos bij het eiland Delos gelegen. Zij bestond uit 110 oorlogsschepen, van welke Athene alleen er zestig geleverd had. liet opperbevel was opgedragen aan den Spartaanschen koning Leotychidas, terwijl onder hem Xanthippus de Atheensche

schepen jn ^ Qm Je Cycladische eilanden tegen een mogelijken

aanval der Perzen te beschermen en alle pogingen van de Perzische vloot, om de bewegingen van Mardonius te ondersteunen, te verijdelen. Zij vond gwne "elegenheid om iets hoegenaamd te verrichten want .le Perzische vloot, 300 schenen sterk, bleef onder aanvoering van Mardontes werkeloos bij het eiland Samos aan de kust van Klein-Azië liggen, ten einde elk oogenblik gereed te zijn om, in vereeniging inet het bij kaap Mycale geposteerde leger ondei Ti"ranes een mogelijken opstand der Klein-Aziatische Grieken te onderdrukken.

° De zegepraal der Grieken bij Salamis had de Ioniërs op de eilanden en op het vasteland van Klein-Azië met nieuwen moed bezield. Zij hoopten hans in staat te zijn het Perzische juk af te schudden; met hoeveel achterdocht zij ook bewaakte werden, toch waagden zij het, boden lot koning Leotychidas te zenden, ten inde diens hulp in te roepen. .... . ...

Leotychidas, die even moedig en strijdlustig als Pausanias overvoorzichtig was en wien die werkeloosheid sedert lang verdroot, besloot aan het aanzoek, door de geheime boden van Samos hem gebracht, gehoor te geven. In den nazomer van 479 zette hij naar dit eiland koers. Toen de Helleensche vloot zich bii de zuidkust van Samos vertoonde, waagde Mardontes het met haar sla" te leveren; wel was het aantal zijner schepen driemaal zoo groot als dat de° Hellenen, maar de strijders van Salamis waren, in weerwil hiervan in zijne oogen zeer geducht, terwijl hij buitendien noch de Phoeniciers, noch de Ioniërs vertrouwde, wier schepen twee derden van zijne geheele macht uitmaakten Derhalve zond hij de Phoenicische schepen naar huis en zeilde vervolgens naar Mycale, om de vloot met hel leger in verbinding te brengen

Men trok de schepen op het land en sloeg op de zuidelijke helling van het gebergte eene versterkte legerplaats op, welke zoowel de schepen als het leger Tegen een aanval der Grieken moest beveiligen. De Samiers, die den opperbevelhebber vergezelden, werden — even als de krijgslieden van Milete

Sluiten