Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De versterking van Athene door de Peloponnesiërs tegengewerkt. 503

zijn; hiertoe was het noodzakelijk, aan den reeds vroeger ondernomen bouw der havenwerken van den Piraeüs opnieuw de hand te slaan, door eene nieuwe havenstad te stichten en jaarlijks een aanzienlijk aantal schepen te bouwen en uit te rusten. Doch in de eerste plaats moest de hoofdstad zelf beveiligd worden voor het gevaar om in liet vervolg even gemakkelijk als vroeger door een vijandelijk leger bezet te kunnen worden. Het bouwen van sterke verdedigingswerken was de dringendste behoefte voor de hoofdstad van Attica. Maar met welke zwarigheden ging deze onderneming niet gepaard! De Perzen hadden de stad op eene vreeselijke wijze verwoest, slechts enkele stukken van den ringmuur, slechts enkele huizen, waarin de Perzische bevelhebbers gewoond hadden, stonden nog; geheel de overige stad lag in puin.

Na den slag bij Salamis waren de Atheners van Aegina, van Salamis, uit Troezen en uit hunne overige schuilplaatsen naar Athene teruggekeerd; gedurende den winter hadden zij gepoogd zich zoo goed mogelijk in te richten; met het terugkeeren der lente begon de herbouw der stad. Geld en slaven waren daartoe in overvloed voorhanden. Themistocles was de ziel der geheele onderneming; hij drong er op aan, dat het volk niet het allereerst aan zijn gemak denken, maar in de eerste plaats aan de versterking van Athene de hand slaan zou.

Ver buiten den ouden omtrek der stad moesten reusachtige muien verrijzen, opdat — in geval van eene nieuwe belegering—het landvolk daar binnen eene schuilplaats en bescherming tegen den vijand zou kunnen vinden. De hoofdstad Athene moest liet welbevestigd toevluchtsoord voor de aanvallen der Perzen uitmaken, wanneer dezen een andermaal in Attica poogden binnen te dringen.

Met een werkelijk bewonderenswaardigen ijver spanden de Atheners hunne krachten in om de taak, door Themistocles hun voor oogen gesteld, te vervullen. toen zij eensklaps van de zijde der Peloponnesische staten en voornamelijk van Sparta een zeer onverwachten tegenstand ontmoetten.

Nauwelijks was de overwinning over de Perzen behaald, of opnieuw ontwaakte ook de oude haat, door Aegina, Corinthe en Sparta tegen Athene gekoesterd. De Aegineten maakten er Sparta opmerkzaam op, dat Athene spoedig alle overige Grieksche staten zou overvleugelen, indien men toeliet, dat het zijne ontzaglijke verdedigingswerken voltooide; het bouwen van de muren moest tot eiken prijs belet worden. Sparta vereenigde zich van lieeler harte met deze zienswijze zijner Peloponnesische bondgenoten. Het zond gezanten naar Athene met den eiseh, dat men den opbouw van de muren staken zou, dewijl MiddelGriekenland bij de nadering van een Perzisch leger toch niet verdedigd kon worden en eene vesting, na eenmaal veroverd te zijn, slechts een gevaarlijk steunpunt voor de vijandelijke macht aanbood. Men richtte den eisch lot de Atheners om niet alleen hunne eigene vestingwerken te slechten, maar ook de hand te leenen tot liet slechten van de verdedigingswerken der overige staten van Middel-Griekenland. Themistocles achtte liet gevaarlijk, juist op dit tijdstip de eischen van Sparta rechtstreeks af te wijzen en zich daardoor misschien in een oorlog met de Peloponnesische bondstaten te wikkelen; hij nam dus de toevlucht tot eene list. waardoor hij zijn doel uitnemend bereikte. Het bouwen werd voor het oogenblik gestaakt; Themistocles ging zelf als gezant naar Sparta, om daar verder te onderhandelen; doch hij had bevel gegeven om na zijn vertrek weer met bouwen voort te gaan. Al wat handen had, moest aan de muren werken, zelfs vrouwen, grijsaards en kinderen moesten daartoe de hand leenen. Alle voorhanden bouwstoffen moesten gebruikt worden om den bouw zoo spoedig mogelijk te voltooien.

Terwijl de Atheners wakker doorwerkten, beweerde Themistocles te Sparta, dat er niets gebeurde. Boden van Aegina kwamen en meldden, dat men met bouwen voortging, doch Themistocles ontkende dit; zijne medegezanten — tot welke ook Aristides behoorde — zouden, naar zijn voorgeven. binnen zeer korten lijd aankomen, om den Spartanen de lijding te

Sluiten