Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

510 Aristides en Cimon verzetten zich tegen Themistocles' plannen.

roem in Griekenland verworven had, als een ellendig verrader. Een veel grooter man dan hij zou in zijn val worden meegesleept.

Themistocles, de redder van Griekenland, deelde in het lot van vele groote mannen: zijne verdiensten werden door het volk met ondank beloond Eens zeide hij treilend van zich zelf, dal hij een boom geleek, onder welks takken gedurende het onweer allen een schuilplaats zochten, maar die geminacht en beschadigd wordt, zoodra de storm en de regen voorbij zijn. Geen volksleider moet ooit op dankbaarheid rekenen, hij zal in dat geval aitijd bedrogen uitkomen.

Doch Themistocles droeg zelf de schuld van het leed. dat hem trof. Door hoevele uitstekende eigenschappen hij ook uitmuntte, toch ontbrak hem de liefde voor eene vaste, wettelijke orde, waaraan hij zich, even als ieder ander, onderwerpen moest. Bovenal ontbrak hem die rechtschapenheid van inborst die onomkoopbaarheid, waardoor Aristides zich de hoogste achting van liet volk verworven bad. Onmiddellijk na de overwinning bij Salamis had hij zich aan zulke groote afpersingen schuldig gemaakt, dat er te Athene slechls éene stem der verontwaardiging tegen hem opging; zijne willekeur, onrechtvaardigheid en omkoopbaarheid worden door zijne tijdgenooten, vooral door zijn voormaligen gastvriend Timocreon van Rliodus, met scherpe kleuren geteekend. Terwijl Timocreon Aristides als den besten man van Athene prijst, stelt bij Themistocles voor als een bij de goden gehaten leugenaar en verrader, die om den wil van het vuile geld onrechtvaardig was.

Themistocles was zich zoozeer van zijne verdiensten bewust, dat hij dikwijls daarmede praalde, dat bij wilde bevelen, ook daar, waar bij hiertoe geen recht had. Alle halve maatregelen stuitten hem tegen de borst, maar ook menigmaal beschouwde bij als halve maatregelen de zoodanige, die in de gegeven omstandigheden inderdaad doortastend genoeg waren. Hel was zijn onvermoeid streven, Athene tot den machtigsten staat van Griekenland te verheffen. Aristides, met zijne zachtmoedige gematigdheid, ging naar zijn zin volstrekt niet ver genoeg. Themistocles wilde, dat Athene geeae bondgenooten maar alleen onderdanen zou bezitten, het was niet naar zijn zin, dat in het bondgenootschap der loniërs de kleinste steden dezelfde rechten als de grootste zouden bezitten. Athene moest allen de wet voorschrijven; de vrijheid van Athene, niet die der bondgenooten, begeerde Themistocles.

Ook de goede verstandhouding met Sparta was een voorwerp van zijn afkeer. Hij wist wel, dat de Spartanen hem haatten en vervolgden, en hij vond geene reden om zijne vijanden te sparen. De staatkunde van dezen grooten man stond lijnrecht tegen die van Aristides over. Deze was met eene bewonderenswaardige zelfverloochening een vurig voorstander van de democratische staatsregeling geworden; van hem, den trouwsten verdediger van Solons instellingen, den ouden vriend van Clisthenes, was — gelijk onze lezers zich herinneren — het voorstel uitgegaan om de volle staatsburgerlijke rechten aan de vierde klasse des volks te verleenen. Hij, de oude vijand van Themistocles, die indertijd verbannen was, omdat hij zich tegen het plan tot hel vormen van eene machtige viool verzet had, deelde thans geheel en al de inzichten van zijn voormaligen tegenstander. Evenals Themistocles streefde ook hij er naar Athene tot de eerste zeemogendheid van Griekenland te maken, doch hij wilde dat doel niet bereiken door bet onderdrukken van alle overige zeevarende volken van Griekenland, maar door het sluiten van een verbond van oprechte vriendschap met hen, hij wilde de macht van Athene niet op de slavernij der Ionische sleden en eilanden, maar op hunne vrije medewerking grondvesten. Ten einde dit doel te bereiken was hij genoodzaakt andermaalals de tegenstander van Themistocles op te treden, maar hij deed dil met die verschoonende zachtmoedigheid en gematigdheid, welke steeds aan zijn karakter eigen waren.

Van een geheel verschillend karakter was een andere staatkundige vijand van Themistocles, Cimon, de zoon van Miltiades. Cimon behoorde, volgens

Sluiten