Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Themistocles door de brieven van Pausanias in verdenking gebracht. 511

al zijne persoonlijke neigingen en hoedanigheden tot de aristocratische partij. De Spartaansche staatsregeling was in zijn oog het hoogste ideaal op dit gebied. de vriendschap met Sparta de dringendste staatkundige behoefte voor Athene. Themistocles was bij hem niet alleen gehaat, hij beschouwde dezen staatsman daarenboven als den gevaarlijksten vijand van zulk eene staatsregeling als waaraan Athene, naar zijne meening, dringend behoefte had.

Cimon was de lieveling van het Atheensche volk. In zijne vroegste jeugd had het volk hem met bezorgdheid gadegeslagen; hij gedroeg zich als een volbloed edelman, die slechts smaak vond in zinnelijk genot, die trotsch was op zijne afkomst van eene Thracische koningsdochter en van den vorst van den Chersonnesus. Lomp in zijne manieren, achteloos in zijn gedrag tegenover geringen, genoot bij bij niemand liefde en achting. Maar spoedig veranderde dit alles. Aristides trok zich zijner aan en uit den weinig belovenden jongeling ontwikkelde zich een man, die de stoutste verwachting, welke zijne vrienden van hem konden koesteren, verre overtrof, Hij ontdeed zich van alle adellijke vooroordeelen, om een echt burger van Athene te worden; in de volksvergadering voerde hij het woord met eene vurige welsprekendheid; spoedig won hij daar een machtigen invloed, die nog vermeerderd werd door zijn ridderlijk en beminnelijk karakter, waarvan hij in den omgang met aanzienlijken en geringen blijken gaf. Vrijmoedig en oprecht gedroeg hij zich jegens een ieder; door zijn aangenamen omgang hield bij de mannen van zijn stand aan zich geboeid. Door zijne mildheid en gastvrijheid wist bij de liefde van het volk te winnen. Zijne lusthoven en landgoederen stonden voor een ieder open, geen zwerver werd afgewezen, die een beroep deed op de gastvrijheid van den aanzienlijken man. Voor alle werken van algemeen nut had hij milde bijdragerr over. Daarbij betoonde Cimon zich een dapper krijgsman en een geniaal veldheer. Van jaar tot jaar steeg de gunst, waarin hij bij het volk stond, en daarmede zijne macht. Hij was de gevaarlijkste tegenstander van Themistocles, des te gevaarlijker, dewijl de zachtmoedige gematigdheid van Aristides hem vreemd was.

Iu vereeniging met zijne machtige partij en met de vrienden van Aristides spande Cimon onophoudelijk al zijne krachten in om Themistocles ten val te brengen, terwijl Aristides zich terugtrok om niet in persoon zijn vroegeren vijand tegen te werken. Van Cimon gingen de scherpe verwijten uit, welke Themistocles van tijd lot tijd over zijne geldgierigheid gedaan werden, zelfs het verwijt van omkoopbaarheid werd door Cimons partij den man naar het hoofd geslingerd, wiens medewerking Xerxes zeker tot eiken prijs zou hebben willen koopen.

Jaren achtereen wederstond Themistocles al de aanvallen, die door Cimon en door de partij van Aristides op hem gericht en die door de Spartanen in het geheim ondersteund werden; eene tegen hem ingediende aanklacht wees hij, door Aristides zelf ondersteund, zegevierend af'. Het scheen zelfs dat zijne macht, na dit voorval, opnieuw aangroeide; Cimon en zijne partij moesten dus het uiterste beproeven om den gevreesden tegenstander onschadelijk te maken. Het middel, dat hun ten dienste stond, was het Ostracisrnus.

Het volk besloot tot het houden van een schervengericht; Themistocles werd, overeenkomstig de wet, verbannen. Hij trok zich naar Argos terug, nam derwaarts een deel van zijn vermogen mede, en bezocht van daaruit ook andere steden van den Peloponnesus. Zoo leefde hij rustig, totdat de dood van Pausanias eensklaps een geheelen ommekeer in zijn lot te weeg bracht.

Onder de papieren van den verrader bevonden zich brieven, die bewezen, dat Themistocles van de plannen van Pausanias kennis droeg. Waarschijnlijk had Pausanias aan Themistocles voorstellen gedaan om aan zijn verraad deel te nemen; maar geen zweem van bewijs is voorhanden, waaruit volgen zou, dat deze voorstellen gunstig waren opgenomen. Themistocles achtte hel beneden zich, de aanklager van Pausanias te worden; misschien had hij voor

Sluiten