Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Atliene's ontrouw aan de democratische beginselen.

517

vloot en ileze werd alleen gebruikt om den bondgenooten zelf, wanneer zij zich tegen den wil der' hoofdstad aankantten, den oorlog aan te doen. Dit nioest ook het eiland Thasos ondervinden, hetwelk ten gevolge van een twist met Athene uit den bond trad. Een oorlog, die drie jaren — van 465 tot 463 — duurde, was hiervan het gevolg; hij eindigde met de zegepraal der Atheners. De Thasiërs moesten hunne schepen uitleveren; de muren van hunne stad werden omvergehaald en hunne bezittingen op het Thracische vasteland gingen in handen der Atheners over.

Door deze nieuwe overwinning had Athene wel zijne opperheerschappij over de zeevarende staten van Griekenland op onwankelbare grondslagen gevestigd, maar liet had ook tegelijkertijd het verderfelijke zaad uitgestrooid, welks vrucht eens de ondergang van Athene's macht en vrijheid zou wezen. Meermalen heeft men beweerd, dat Athene eindelijk te gronde is gegaan, dewijl de volksheerschappij de hoofdstad van Attica in liet eind wel tot den ondergang moest voeren; juist de geschiedenis van Athene is altijd als een bewijs aangevoerd voor de stelling, dat democratische instellingen ten slotte de vernietiging van den staat na zich moeten sleepen. Wij willen beproeven, het tegenbewijs te leveren, door aan te toonen, dat Athene niet ten gevolge van zijne democratische instellingen, maar juist bierdoor moest ten ondergaan, dat het aan de volksvrijheid niet ten einde toe getrouw is gebleven.

Wanneer de Atheners overal de vaan der vrijheid hadden geplant; wanneer zij, gelijk zij binnen de beperkte ruimte van hunne eigene stad de democratische beginselen in toepassing trachtten te brengen, dit ook overal bij hunne bondgenooten hadden gedaan; wanneer zij, in plaats van naar de opperheerschappij over de Ionische steden en eilanden te streven, de vrijheid dier staten in bescherming hadden genomen; wanneer de beginselen, waarvan Aristides bij het sluiten van het verbond doordrongen was, met kracht waren gehandhaafd, — dan zou Athene, aan het hoofd van een machtig verbond van vrije staten, ongetwijfeld als overwinnaar te voorschijn zijn getreden uit den zwaren strijd, waarin het nu bezwijken zou. Maar van den oogenblik af, waarin het denkbeeld van den aristocraat Cimon, dat aan Athene de opperheerschappij ter zee toekwam, door het onderdrukken der bondgenooten ten volle verwezenlijkt werd, was het eerste beginsel der democratie, de gelijkheid van allen, geschonden.

De onderdrukte bondgenooten gehoorzaamden zoolang zij moesten; met tegenzin streden zij aan de zijde der Atheners en zij waren steeds bereid om in de gevaarlijkste oogenblikken ontrouw te worden. Hun blik wendde zich naar Sparta; van hier verwachtten zij hulp, want de aristocratische Spartanen hadden altijd getoond, dat zij in het Peloponnesisch verbond de onafhankelijkheid der afzonderlijke staten eerbiedigden. De Thasiërs hadden zelfs onderhandelingen met Sparta aangeknoopt en indien de hoofdstad van den Peloponnesus toen niet — gelijk wij straks verhalen zullen — door een groot onheil was getroffen, dan zou hel eiland Thasos, in zijn strijd tegen Athene, van Sparta ongetwijfeld eene krachtdadige ondersteuning hebben genoten.

De volksheerschappij in eigen boezem te huldigen en te gelijkertijd eene tyrannieke heerschappij naar buiten uit te oefenen, is de onverzoenlijkste tegenstrijdigheid, die men uitdenken kan. Een volk, dat voor zich zelf eene vrije staatsregeling op hoogen prijs stelt en daarbij andere volken onder het juk brengen wil, moet den waren vrijheidszin onvermijdelijk verliezen. Hoe ineer de Atheners hunne eigene staatsregeling in democralischen geest ontwikkelden, des te duurder was hunne verplichting om dezelfde vrijheid ook aan al hunne bondgenooten toe te staan; in denzelfden oogenblik, waarin zij — overeenkomstig den raad van Cimon — ontrouw werden aan de beginselen, die Aristides bij bet vormen van het bondgenootschap geleid hadden, door zich eene willekeurige heerschappij over hunne bondgenooten aan te matigen, hadden zij den kiem van den ondergang van hunne eigene vrijheid gelegd.

Sluiten