Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bondsschat der Ioniërs naar Athene overgebracht. 525

van rechten, die den grondslag van het Delisch verbond uitmaakte, geheel te vernietigen, ten einde Athene metterdaad tot de hoofdstad van den bond te maken.

Tot bereiking van dit doel was het noodig. Athene, in plaats van Delos. tot het middelpunt der beraadslagingen van het verbond te verhellen. De bondgenooten lieten zich dit welgevallen. Zij ondersteunden zelfs de pogingen der Atheners, want van de Samiërs ging het voorstel uit om den bondsschat van het weerlooze eiland Delos naar Athene over te brengen, ten einde dien binnen de sterke en machtige stad tegen eiken vijandelijken aanval te beveiligen.

De schat, die de aanzienlijke som van 1800 talenten bedroeg, werd inderdaad naar Atlica's hoofdstad overgebracht. Al te spoedig beschouwde het volk van Athene hem als zijn eigendom en de bijdragen, die de bondgenooten moesten leveren, als schattingen, welke de overheerschende stad van hare onderdanen ontving.

De Peloponnesische bondgenooten aanschouwden de uitbreiding van Athene s macht niet zonder bezorgdheid. Toen nu Megara zich steeds nauwer en inniger aan Attica's hoofdstad aansloot, toen Atheenscbe soldaten de Megarische steden binnenrukten, om hen tegen een mogelijken aanval der Peloponnesiërs te verdedigen, toen de Atheners in Megara lange, sterke muren bouwden, tot eene beschutting tegen het zuiden, toen achtten vooral de Corinthiërs zich ernstig bedreigd. Zij verbonden zich met de Epidauriërs en met de oude vijanden der Atheners, de Aegineten, en reeds in het jaar 458 kwam het tot een openbaren oorlog. Het tijdstip was voor de Atheners niet gunstig, want het grootste deel der vloot bevond zich in verre wateren, om de Egypte naars in hun opstand tegen de Perzen te ondersteunen.

In weerwil hiervan bleef de overwinning aan de zijde der Atheners. Na eenige weinig beteekenende gevechten zegevierde Leocrates in een grooten zeeslag bij het eiland Aegina; hij maakte 70 vijandelijke schepen buil en omsingelde het eiland met zijne vloot.

De Corinthiërs meenden, dat zij thans, nu een deel der vloot in Egypte streed, en een ander gedeelte bij Aegina bezig gehouden werd, zonder gevaar een inval in Megara konden doen; want de geheele krijgsmacht van Athene stond reeds onder de wapenen. Zij hielden zich van eene gemakkelijk te behalen overwinning verzekerd. Maar bitter bedrogen zij zich. Voor de vrijheidlievende burgers van den democratischen staat was geen offer voor het vaderland te zwaar. Zij wilden noch Aegina opgeven, noch Megara in den steek laten. Zij moesten een nieuw leger op de been brengen. Dit geschiedde. De jongelingen, die wegens hun jeugdigen leeftijd nog niet tot den krijgsdienst verplicht waren, de grijsaards, die hunne dienstjaren reeds lang achter den rug hadden, wijdden hun leven bereidwillig aan den dienst van den staat. Het op die wijze gevormde leger rukte onder Myronides den Lorrnthiërs tegemoet en overwon hen in twee gelukkige gevechten.

Megara was gered. De democratie had door daden getoond, welk eene kracht de vrijheid aan een staat verleenen kan. De oorlog met Aegina duurde ïntusschen voort, want de Aegineten streden dapper voor hunne onafhankelijkheid. Hunne pogingen werden begunstigd door de krijgsgebeurtenissen, dte in het noorden voorvielen.

De Phocensers, stoutmoedig geworden door de voordeelen welke Athene had behaald en door de werkeloosheid van Sparta, dat nog altijd met de Messeniërs in oorlog was gewikkeld, hadden een inval in den kleinen staat Hons gedaan. Niet alleen de eer, ook de zucht tot zelfbehoud legde den Spartanen de verplichting op hunne Dorische stamgenooten te beschermen. Door dit na te laten, zouden zij al hun aanzien in Griekenland op het spel hebben gezet. Met prijzenswaardigen spoed zonden zij een leger af tot bescherming van Doris. 11,500 man, deels uit Spartanen, deels uit troepen hunner bondgenooten bestaande, rukten over den Isthmus, eer de Atheners dit be-

Sluiten