Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

526 De Spartanen bij Tanagra gelegerd. Cimon. Slag bij Tanagra.

letten konden, tegen de Phocensers op en dwongen hen het. veroverd Dorisch grondgebied weer Ie ontruimen.

Iu dien tusschentijd hadden de Atheners den Isthmus bezet; toen de Spartanen den terugtocht wilden aannemen, zagen zij zich den pas afgesneden. Zij trokken derhalve naar Boeölië en werden hier met open armen ontvangen door de Thebanen. die van begeerte brandden om opnieuw eene invloedrijke plaats in Griekenland in te nemen en hierloe gaarne een verbond met de Spartanen sloten. Niet ver van de Attische grenzen, in de nabijheid van Tanagra, sloeg het Sparlaansche leger zich neer.

Hel bezetten van den Isthmus was een onberaden slap van de Atheners geweest. Een dubbel gevaar bedreigde hunne stad; van builen het Sparlaansche leger en van binnen de aristocratische partij, die opnieuw het hoofd begon op te steken en liet bewijs leverde, dat geen middel haar te slecht was, indien het slechts strekken kon om de heerschappij van den adel te herstellen: juist omstreeks dezen tijd werd Ephialtes vermoord. De aristocratie ontzag zich niet, met de vijanden des vaderlands geheime onderhandelingen aan te knoopen; zij zond boden tot de Spartanen, om dezen mededeelingen van hel hoogste belang te doen. Slechts met de hulp van Sparta meenden de aristocraten hunne oude voorrechten te kunnen herwinnen. Wilden zij echter hun doel bereiken, dan was het voor hen hoog lijd om te handelen; want de Atheensche burgerij was juist in die oogenblikken bezig hare stad nog sterker dan vroeger te bevestigen. Twee lange muren moesten de lot dusver van elkaar gescheiden steden Piraeüs en Athene tot éenegroote stad verbinden; de reeds door Cimon ondernomen bouw werd nu eerst inet allen ernst doorgezet; was dil werk voltooid, dan konden de Spartanen de adellijke partij te Athene niet meer te hulp komen.

ïloe dreigend het gevaar ook was, de burgers verloren den moed niet. In aller ijl werd een leger bijeengebracht, waartoe ook de Argiven en de overige bondgenooten van Athene hunne troepen hadden geleverd. Mei eene ruiterbende, bun uit Thessalië Ier hulp gezonden, trok een leger van 14,000 man voetvolk den Spartanen tegemoet.

In November 457 ontmoetten de beide vijandelijke legers elkander bij Tanagra. Eer de slag begon, meldde Cimon zich in het Atheensche kamp aan met hel verzoek aan den strijd deel te mogen nemen. Men stond hem dit echter niet toe, want de raad der vijfhonderd had, door wantrouwen jegens Cimon gedreven, den strategen bevolen hem dit verlof niet te verleenen. Cimon verliet de legerplaats, doch spoorde vooraf zijne vrienden aan metterdaad, door het ten loon spreiden van de grootst mogelijke dapperheid, het bewijs te leveren, dat de verdenking, alsof zij het vaderland aan de met hen bevriende Spartanen wilden verraden , van allen grond ontbloot was.

De slag begon. Het was een heete strijd! Voor de eerste maal stonden Athene en Sparta in het open veld tegenover elkander. Lang weifelde de kans. Met eene schitterende dapperheid slreden de vrienden van Cimon, 100 krachtige jonge mannen van adellijken bloede. Niet één van hen overleefde den slag, allen sneuvelden zij; doch in weerwil hiervan waren zij niel in staat aan hun volk de overwinning te schenken. Midden in het gevecht liepen de Thessalische ruiters tol den vijand over. De Spartanen zegepraalden. Doch zij hadden deze overwinning met zulke zware verliezen betaald, dat zij niet naar een nieuwen strijd verlangden. Zoodra zij de passen van den Isthmus vrij zagen, (rokken zij nog in den laten herfst door Megara naar den Peloponnesus, zonder dal hun veldtocht iets anders dan de verwoesting van hel grondgebied van Megara had teweeggebracht.

De Thebanen, die gehoopt hadden, zich met de hulp van Sparta tot eene nieuwe mogendheid in Middel-Griekenland le verheffen, zagen zich (hans aan hun lot overgelaten. Nog voordat zij lijd hadden zich goed tot den oorlog toe te rusten, rukte Myronides met zijn leger tegen hen op. Hij versloeg het

Sluiten