Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opstand der Samiërs. Samos opnieuw onderworpen.

535

hadden de Atheners het nog niet gewaagd met storende hand in de inwendige aangelegenheden van het eiland in te grijpen. Een twist, tusschen Samos en Milete gevoerd, gaf daartoe aanleiding.

Milete en Samos betwistten elkaar het bezit van de stad Priëne. Eindelijk kwam hel tot een oorlog en de Milesiërs. die Priëne niet langer konden verdedigen, wendden zich, zes jaren na het sluiten van den algemeenen vrede, met de bede om hulp tot de Atheners: zij werden door de democratische partij op Samos zelf ondersteund. De hoofdstad van den bond vorderde, dat de Samiërs haar de beslissing van het geschil met Milete zouden overlaten, doch de edelen op Samos weigerden dit. Terstond zeilde Pericles met eene vloot van veertig schepen naar Samos, en zette hier de oude regeering af; vijftig edelen werden als gijzelaars medegevoerd en naar Lemnos in bewaring gebracht, terwijl het volk zich eene democratische staatsregeling zag opgedrongen.

De adel van Samos verloor intusschen den moed niet. Hij stelde zich in betrekking met den Perzischen satraap van Sardes en met de stad Byzantium en wist, nadat Pericles het eiland verlaten had, zich opnieuw van het bewind meester te maken. Thans verklaarde Samos openlijk dat liet zich aan het bondgenootschap met Athene onttrok.

Indien de Samiërs duurzame voordeelen behaalden, zou hieruit voor de macht van Athene een dreigend gevaar ontstaan. Alle overige bondgenooten waren maar al te zeer geneigd om het knellende juk af te werpen en zij zouden bij zulk eene poging eene krachtige ondersteuning gevonden hebben bij de Perzen, die van Je Phoeniciërs reeds eene vloot eischten om de Samiërs te helpen. Ook Sparta zou ongetwijfeld bereid zijn geweest tot het verleenen van bijstand, wanneer zij dit met eenige hoop op een goeden uitslag hadden kunnen doen. Al was het jaargetijde, waarin de scheepvaart gewoonlijk geopend werd, nog niet gekomen, toch nam Pericles onmiddellijk het bevel over zestig schepen op zich en verscheen hiermede voor Samos. Het gelukte hem de vloot der Samiërs, die 70 zeilen telde, te verslaan en hij sloot de stad van de land- en van de zeezijde in. Maar nog voordat hij haar had kunnen veroveren, werd hem het bericht gebracht, dat de Phoenicische vloot in aantocht was. Met alle beschikbare schepen moest Pericles de Phoeniciërs tegemoet zeilen; doch de belegerden maakten van zijne afwezigheid gebruik om onder aanvoering van den dapperen wijsgeer Melissus de blokkade te verbreken en de stad opnieuw van krijgsvoorraad en levensmiddelen te voorzien.

Steeds dreigender werd het gevaar voor de Atheners; doch nu keerde Pericles terug; hij versloeg Melissus, sloot de stad opnieuw in en ondernam negen maanden daarna met geheel nieuwe werktuigen zulk eene hevige bestorming, dat de Samiërs zich moesten overgeven.

De muur der stad werd geslecht, de staatsregeling opnieuw overeenkomstig den wil der Atheners gewijzigd, en op het eiland de laatste zweem van onafhankelijkheid vernietigd. De Samiërs moesten hunne vloot uitleveren, gijzelaars stellen en de oorlogskosten betalen. Zoo hadden de Atheners den eenigen bondgenoot, die hun gevaarlijk worden kon, voor goed vernederd. Te gelijkertijd werd ook Byzantium onderworpen en van nu af waren de eilanden Lesbos en Cliios als de eenige onafhankelijke staten onder de bondgenooten van Athene overgebleven; alle overige steden en eilanden waren aan de hoofdstad onderworpen.

Al werd die afhankelijke toestand voor Athene's voormalige bondgenooten ook met ieder jaar drukkender, al nam Athene ook maatregelen, die de hoofdstad van hel verbond den doodelijken haat van bijna alle leden op den hals haalden — namelijk, de zoogenaamde kleruchieën — toch moesten zij zich dit alles laten welgevallen. Reeds ten tijde van Cimon luidden de Atheners van eiken opstand eener tot het bondgenootschap behoorende stad gebruik gemaakt om, nadai de oorlog gelukkig ten einde was gebracht, het

Sluiten