Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

538

Daggelden en andere geldelijke belooningen.

Hoe strenger liet beginsel van gelijkheid voor allen te Athene werd toegepast, des te meer voelden de rijken zich gedrongen om zich, door bij de liturgieën een deel van hun vermogen ten oller te brengen, eer en onderscheiding, aanzien en invloed te verwerven. Meer dan éen richtte zich zelfs door buitensporige mildheid ten gronde.

De liturgieën brachten nog een ander zeer belangrijk nadeel met zich. De onontwikkelde volksmenigte gewende zich er aan te genieten, zonder zich daarvoor een oller te getroosten, en deze gewoonte werd haar eindelijk ten gevolge van de geheele staatsinrichting to! eene tweede natuur. Terwijl het Solons streven was geweest, het volk tot eerlijken arbeid aan te sporen, door den nijveren staud van den banvloek der algemeene minachting te ontheffen, terwijl hierdoor de burgers van Athene in onderscheiding van die der overige Grieksche staten een nijver en arbeidzaam volk waren geworden, gaven de latere volksleiders, en aanvankelijk niet zonder gevolg, van een tegenovergesteld streven blijk. Zij verkondigden de leer, dat de armen even goed recht hadden op de genietingen des levens als de rijken en dat op den staat de verplichting rustte den armen de middelen hiertoe te verschaffen.

Zulke denkbeelden vonden bij het volk een al te vruchtbaren bodem. Als gevolg van dit beginsel werden in de eerste plaats aan de armen de reeds vermelde daggelden uitgereikt; maar ook hiermee was men nog niet tevreden. Bij alle leesten en offermaaltijden werd het volk kosteloos onthaald; buitendien werden schouwburggelden uitgedeeld, ook bij zulke feesten, waarbij geene tooneelvoorstellingen plaats vonden. De burgers ontvingen, om bij die feestelijke gelegenheden in hun onderhoud te voorzien, daggelden, die bij feesten van langeren duur verdubbeld en verdrievoudigd werden. Ook gelduitdeelingen uit het overschot der staatskas kwamen nu en dan voor, en meer en meer werden de arme burgers er aan gewoon uit de schatkist gelden te ontvangen, in plaats van daaraan iets te geven; eigenbaat nam alzoo de plaats van zelfverloochenende vaderlandsliefde in.

Hand aan hand met het uitreiken van de daggelden ging eene andere instelling, namelijk de geldelijke belooning van diensten aan den slaat bewezen. Eik lid der burgerij moest aan bet bestuur en aan de verdediging van den staat deelnemen. Daartoe was hel noodig. in strijd met de vroegere gewoonte, de staatsambten te bezoldigen, want alleen op die wijze was de arme bij machte zijn tijd aan den staatsdienst te wijden. De soldij der troepen en de bezoldigiug der overige staatsbeambten, ook die der kleinste (der gezworenen, die elk jaar bij hel lot benoemd werden), was een natuurlijk gevolg van dit beginsel. Maar hiermede niet tevreden, ging men nog verder en stond men zells voor het bijwonen der volksvergadering eene geldelijke vergoeding toe. Alle invloed der aristocraten moest uil de volksvergadering verwijderd blijven ol — zoo zij poogden zich te doen gelden — terstond onderdrukt worden. Hiertoe scheen het noodzakelijk de groote massa des volks tot getrouwe deelneming aan de volksvergaderingen aan te sporen. Moest de handwerksman zijn werk lalen liggen, om door het bijwonen van de volksvergadering ten nutte van den staat werkzaam te zijn, dan achlte men hel den plicht van den staat, hem daarvoor schadeloos te slellen. Dit nu geschiedde door het presentiegeld bij de volksvergadering in te voeren.

Wij weten niet, ol deze zonderlinge maatregel van Pericles zelf afkomstig is; doch zeker is het, dat hij volkomen past in het stelsel, door hem gevolgd. Hij sleepte daarenboven op staatkundig gebied zeer gewichtige gevolgen met zich.

De geheele bevolking nam voortdurend aan de volksvergaderingen deel; ook de armsten, de geringste arbeiders en handwerkslieden gevoelden zich leden van het gemeenebest, verwierven zich kennis van de wet, van de rechtspleging, van de binnen- en buitenlandsche aangelegenheden van den staat en werden hierdoor geschikt om door het bekleeden van het een of ander ambt aan het besluur van den staat deel te nemen.

Sluiten