Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deelneming van het geheele volk aan de staatszaken. 539

Tegen dit gelukkig gevolg stond ecliler ook eene nadeelige uitwerking over, welke van jaar tot jaar sterker aan liet licht trad. Menig luiaard vond het veel gemakkelijker, in de volksvergadering het hoogste woord te voeren, in de zittingen der heliaea recht te spreken, of in het een of ander minder belangrijk staatsambt half en half het leven van een ledigganger te leiden, dan zich door zwaren handenarbeid af te martelen. Was het volk in een staat, waarin de slavernij nog rechtens bestond, ook buitendien geneigd om de zwaarste werkzaamheden aan de slaven over te laten, te Athene werd deze neiging door de bovengenoemde instellingen nog meer versterkt. Het grootste deel des volks gaf zich geheel aan zijne zucht tot genietingen over. van den staat ontving het zijne daggelden bij de feesten, zijn presentiegeld bij de volksvergaderingen, zijn aandeel bij de gelduitdeelingen. en hiervan leefde het, zoo weinig werkend als mogelijk was, in de blijde hoop dat het. bij de eerstvolgende kleruchie, met een stuk land begunstigd zou worden.

Met trots zag de Athener, ook de geringste arbeider, op de bewoners der verbonden Ionische sleden en eilanden neer. Zij hadden in zijne schatting niets anders te doen dan door hunne schattingen hein een aangenaam leven te verschatten. De vrije man verachtte de slaven; voor zich zelf eischte hij de hoogste vrijheid, maar hij gunde die niet aan anderen. De ware democratische geest ging bij het volk van Athene langzamerhand verloren, de liefde voor de vrijheid, die het in staat had gesteld in de Perzische oorlogen zulke wonderen van heldenmoed en vaderlandsliefde te verrichten, verkoelde; de democraten werden aristocraten, want de geringste burgers van Athene gevoelden zich, ten gevolge van hunne geboorte, bevoorrecht niet alleen tegenover de slaven, maar ook tegenover de burgers der Ionische stalen. De democratische geest, waarvan de Atheensche staatsregeling doordrongen was en die de burgers van Athene bezielde, had den staat tot het toppunt van macht verheven. Ilier hield het genie van den grooten Pericles Athene nog eenigen tijd staande; doch reeds werd de staat met diep verval bedreigd, want de grondzuil van Athene's macht — de vrijheidszin zijner burgers — wankelde.

TWEE EN VIJFTIGSTE HOOFDSTUK.

Het nationale congres. De bouwwerken in Attica. Phidias en zijne kunstgewrochten. De kunst te Athene. De wetenschap. De letterkunde. Het Grieksche treurspel. Aeschylus, Sophocles, Euripides. De schouwburgen Het blijspel.

Was Pericles groot als veldheer en als staatsman, nog grooter was hij als beschermer van kunst en wetenschap. Wat hij op staatkundig gebied tot stand bracht, is weldra in den storm der tijden ondergegaan, maar hetgeen hij op het gebied der kunst in het leven riep, heeft hem nu reeds honderden jaren overleefd.

Athene, de voornaamste stad van Griekenland, ook tot het middelpunt van Grieksche kunst en wetenschap, tot het brandpunt van het geestesleven der geheele natie te verbetten, dat was het doel van Pericles streven en dat groote doel werd ook werkelijk door hem bereikt.

Kort na het sluiten van den dertigjarigen wapenstilstand — nauwkeurig is het tijdstip ons niet bekend — zond Pericles gezanten naar alle vrije Grieksche staten. Deze gezanten waren ernstige, achtenswaardige mannen, die allen in de Perzische oorlogen mede gestreden hadden. Zij ontvingen van het volk, dat hen gekozen had. den gewichtigen last, de burgers uit alle gewesten uit

Sluiten