Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIE EN VIJFTIGSTE HOOFDSTUK.

Onlusten te Epidamnus. Ue opstand te Potidaea Eischeu der Peloponnesiërs. Ue vijanden van Pericles. Besehuldiging tegen Phidias ingebracht; zijn dood. Aspasia. Het laatste vredesgezantschap te Athene. Redevoering van Pericles. Stand der partijen vóór den Peloponnesischen oorlog Plataeiie overvallen. De gevangen Thebanen vermoord. Begin van den Poloponnesischen oorlog. Krijgsgeluk der Atheners gedurende de eerste jaren. Het tweede jaar van den oorlog. Ue pest. Pericles aangeklaagd en van zijne macht beroofd. Zijne huiselijke rampen. Pericles in zijne vroegere macht hersteld. Zijn dood.

Athene had met de Peloponnesische bondgenooten in liet jaar 443 v. C. een dertigjarigen wapenstilstand gesloten (zie hl. 529). Nauwelijks was een derde gedeelle van dit tijdperk verkropen, of reeds bleek het, dat dit verdrag niet ongeschonden blijven zou. .

De steeds aangroeiende macht van Athene begon Sparia met elk jaar ernstiger te bedreigen. Had Sparta zich tot heden niet alleen als de hoofdstad van den Peloponnesus, maar als de eerste stad van geheel Griekenland beschouwd. thans zag hel zich door Athene verre overvleugeld.

Door het schitterend bestuur van Pericles was Athene het middelpunt van Grieksche kunst en wetenschap geworden; door middel zijner vloten heerschte het met eene onbeperkte macht op alle Grieksche zeeën, een groot aantal eilanden huldigde de oppermacht der hoofdstad van Attica.

De oorlogspartij te Sparta aanschouwde de mededingster sinds lang mei afgunstige blikken en zag met brandend ongeduld naar eene gelegenheid uit om den gehaten vrede, die de macht van Athene dagelijks uitbreidde, te kunnen verbreken. Toch moesten zij die wenschen in hun binnenste smoren, want Pericles, de talentvolle staatsman, wist de zegeningen des vredes op hare juiste waarde te schatten en schroomde niet, tot behoud daarvan aanzienlijke offers te brengen. Jaarlijks besteedde hij 10 talenten om de licht omkoopbare toongevers van den Spartaanschen adel voor den vrede te winnen.

Ernstiger nog dan Sparta werd Corinthe door Athene's heerschappij bedreigd. Sparta was eene landstad, wier kracht niet in hare vloot, maar in haai voortreffelijk georganiseerd leger, in haar dapper, zwaargewapend voetvolk gelegen was. Corinthe daarentegen, als handelsstad, beschouwde, behalve het bezit van koloniën, de heerschappij ter zee als zijne voornaamste hulpbron. Van deze volkplantingen nu was reeds een deel onder de macht van Athene „eraakt- zij hadden zich aan het Atheensche bondgenootschap aangesloten en moesten, gelijk Potidaea op het schiereiland Pallene, schatting aan Athene betalen.

Met een onverzoenlijken haat tegen Athene bezield, spande Corinthe al zijne krachten in om de vijandschap der Spartanen tegen de Atheners aan te wakkeren. De oude wrok zou spoedig gelegenheid vinden om zich in hel openbaar lucht te geven.

Tusschen Corinthe en het rijke eiland Corcyra heerschten van oudsher naijver en vijandschap (zie blz. 3G8). Corcyra had zijne moederstad door zijn uitgebreiden handel en door zijne wel uitgeruste vloot overvleugeld en poogde

Sluiten