Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

548 Athene Corcyra's bondgenoot. Oorlog tusschen Athene en Corinthe.

digend verbond, want dit zou eene oorlogsverklaring aan Corinthe zijn geweest, maar alleen een verdedigend verbond, volgens hetwelk zoowel de Corcyraeërs als de Alheners de verplichting op zich namen elkander wederkeerig te verdedigen, wanneer een der beide staten aangevallen werd. Ten einde het vroeger gesloten vredesverdrag niel te schenden, werd niet de geheele Atheensche vloot, zelfs niet het grootste deel daarvan naar Corcyra gezonden: slechts tien schepen richtten op bevel van Pericles den steven derwaarts, met den last zich met geen gevecht tegen de Corinthiërs in te laten, zoolang deze niet eene landing op Corcyra zouden beproeven.

Aan een zeeslag tusschen de Corinthiërs en Corcyraeërs namen dan ook de Atheensche schepen geen deel, ofschoon zij daarbij tegenwoordig waren om den strijd gade te slaan. I)e Corinthiërs zegepraalden, maar zij waagden geen tweeden slag. want twintig andere schepen, door de Atheners tot versterking gezonden, verschenen op de kampplaats en de Corinthiërs vreesden, dat deze zich in den strijd zouden mengen; zij zeilden derhalve naar huis terug.

Athene had bij al zijne voorzichtigheid toch eene dubbelzinnige rol gespeeld. Corinthe zag daarin eene vredebreuk, doch de overige Peloponnesische bondgenooten waren niet van hetzelfde gevoelen en indien er niet eene tweede openlijke veete tusschen Corinthe en Athene ware ontstaan, zou de vrede waarschijnlijk bewaard zijn gebleven.

Met een enkel woord vermeldden wij reeds, dat de kolonie der Corinthiërs op liet schiereiland Pallene, Potidaea. gedwongen was tot het verbond met Athene toe te treden en aau de hoofdstad schatplichtig te worden. Potidaea had, in weerwil hiervan, de vroegere betrekking met Corinthe voortdurend onderhouden en het ontving jaarlijks van daar een beambte, die op de regeering der stad invloed uitoefende. Uit wraak over de inmenging van Athene in den strijd met Corcyra besloten de Corinthiërs Potidaea onafhankelijk te maken. Zij vonden ondersteuning bij koning Perdiccas van Macedonië, die met de Atheners in twist geraakt en er thans op uit was om de bondssteden tegen de hoofdstad op te zetten.

Athene was in zijne zwakste zijde aangetast: het voorbeeld van den ongestraften afval eener schatplichtige stad moest in andere streken verderfelijk werken. Krachtige maatregelen waren dringend van noode en Pericles deinsde daarvoor niet terug: hij rustte zich tot den oorlog toe. Om den afval der Potidaeërs onmogelijk te maken, beval hij hun, de muren hunner stad op de helft af te breken, den Corinthischen regeeringscommissaris te verjagen en gijzelaars als waarborg voor hunne trouw naar Athene te zenden.

De Potidaeërs, door de Corinthiërs opgehitst, weigerden dit bevel te gehoorzamen. In de eerste plaats zonden zij gezanten naar Sparta en stonden, nadat zij hier de belofte van ondersteuning ontvangen hadden, tegen Athene op. Corinthe zond onmiddellijk hulptroepen onder bevel van Aristeus, een zoon van Adimantus.

Athene begon den oorlog dadelijk met klem te voeren; eene voortreffelijk uitgeruste vloot zette koers naar het noorden, het Atheensche leger bestreed de verbonden Potidaeërs en Corinthiërs met gunstigen uitslag en belegerde vervolgers Potidaeii, welks burgers zich dapper verdedigden.

De overwinningen, door de Atheners in die beide ver van elkaar verwijderde streken op de Corinthiërs behaald, waren een zware slag ook voor Sparta, want hoe hooger de invloed der mededingster steeg, des te dieper zonk die van de hoofdstad van het Peloponnesisch verbond. Dit gevoelde de Spartaansche adel en de groote sommen, waarmede Pericles sommigen tot dusver had omgekocht, waren thans niet meer in staat de oorlogspartij hel stilzwijgen te doen bewaren. Door de Corinthiërs ondersteund, beweerde deze, dat Athene den vrede verbroken had en eischte, dat Sparta eene krachtige staatkunde zou volgen om hen. die den'vrede verbroken hadden, te straffen.

Hun eisch vond ingang bij de bestuurders van den staat. Allen, die

Sluiten