Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5G4 Perdiccas en Sitalces vallen van Athene af. Lesbos in opstand.

beelden van Tlieinislocles en Pericles over de verhouding der bondgenooten tot de hoofdstad werden ook door hem in nog sterkere mate gekoesterd.

De niets ontziende heftigheid, die hem van nature eigen was, deed hem al te dikwijls de wetten der voorzichtigheid, ja zelfs die der menschelijkheid uit het oog verliezen, wanneer het er op aan kwam de tyrannie van Athene te handhaven; geen middel was in zijn oog te wreed, wanneer het slechts dienen kon om de bondgenooten voor een gepleegden afval te straflen en weifelende vrienden door vrees voor straf van zulk eene daad af te schrikken

Zijne voorliefde voor krachtdadig handelen, die van geene verschooning wist, vervoerde het volk menigmaal tot het nemen van maatregelen, die met den geest van onzen tijd in onverzoenlijke tegenspraak zijn, die wij alleen kunnen begrijpen, wanneer het ons gelukt, ons in de denkbeelden van dien ouden tijd te verplaatsen. Terwijl Cleon in de volksvergadering de macht in handen had, was het eigenlijk bestuur van den staat, wat de buitenlandsche aangelegenheden betrof, aan Nicias als veldheer opgedragen. Zoo werd te Athene de éénheid van het bestuur verbroken, een verschijnsel, dat op de ontwikkeling van het staatkundig leven niet anders dan nadeelig werken kon. De aristocratie sloot zich aan Nicias, de lagere volksklasse aan den man aan, die uit haar eigen boezem voortgekomen was. De bevelhebbers van het leger, de hoogste staatsdienaren behoorden nu, evenals vroeger, tot den adel, de lagere beambten en de rechters daarentegen tot het volk. De partijen stonden met ieder jaar in eene vijandiger houding tegenover elkander.

De oorlog duurde intusschen onafgebroken voort en nam steeds grootere afmetingen aan. De verbittering der oorlogvoerende partijen steeg aanhoudend en gaf van weerszijden tot gruwelijke wreedheden aanleiding. Toch werd de oorlog ook in het eerstvolgend jaar met afwisselend geluk en zonder beslissenden uitslag gevoerd.

De Atheners verloren kort hierop twee machtige bondgenooten, den Macedonischen koning Perdiccas en den Thracischen koning Sitalces. Detrouwlooze Perdiccas had zijne beloften, bij zijn toetreden tot bet verbond gedaan, niet gehouden. Sitalces verzamelde, op aansporing van de Atheners, een groot leger, 100,000 man voetvolk en 50,000 ruiters, om daarmede een inval in Macedonië te doen. De Atheners hadden beloofd, hem met hunne vloot te ondersteunen. Maar zij kwamen hunne belofte niet na; Sitalces wachtte te vergeefs op de Atheensche vloot. Waarschijnlijk was slechts nalatigheid hiervan de oorzaak. De sluwe Perdiccas, die vreesde, dat Amyntas — een pretendent naar de kroon van Macedonië — hem met de hulp van Sitalces onttronen zou, deed aan Sitalces vredesvoorslagen, het gelukte hem zich met den Thracischen vorst te verzoenen en dezen voor altijd van het bondgenootschap met de Atheners af te trekken.

Hoe zwaar een verlies de afval dier beide machtige bondgenooten op het Thracische oorlogstooneel voor Athene ook was, een nog zwaarder, ja een werkelijk noodlottige slag kon de afval van het eiland Lesbos, waarmee Athene bedreigd werd, voor den staat worden.

Het eiland Lesbos, het eenige met Chios. dat bij het bondgenootschap inet Athene zijne onafhankelijkheid bewaard had, was als zeemogendheid niet van beteekenis ontbloot. Onder de vijf volkrijke steden van liet eiland nam Mitylene den eersten rang in. Hier regeerde nog altijd een hooghartige adel, die zich met kracht in het bezit zijner voorrechten handhaafde, terwijl de overige steden van Lesbos met uitzondering van Methymna — de tweede stad van het eiland — tot eenvoudige landsteden waren vernederd. Methymna daarentegen had zijne onafhankelijkheid weten te bewaren en eene democratische staatsregeling ingevoerd.

Reeds voor het uitbreken van den Peloponnesischen oorlog had de adel van Mitylene, die zich slechts tegen zijn zin bij het democratische Athene aangesloten had, pogingen aangewend om met Sparta in verbintenis te treden.

Sluiten