Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eurymedon. Moord op de edelen van Corcyra gepleegd.

571

om het leven van edele en kundige volksmannen in gevaar Ie brengen. De schuldenaars ontdeden zich van hunne schuldeiscliers, door hen als vijanden des volks aan te klagen. Goddelooze zonen vermoordden ongestraft hunne vaders.

Slechts aan iiOO vastberaden aanhangers der adellijke partij gelukte het, hun leven te redden en zicli op de hoogten van den berg Istone te nestelen, van waar zij op roof en plundering uitgingen. Langen tijd voerden deze vijfhonderd met tamelijk goeden uitslag eene soort van guerilla tegen hunne landgenooten; doch eindelijk, toen op nieuw eene Atheensche vloot onder opperbevel van Eurymedon den Corcyraeërs te hulp kwam, moesten zij voor de overmacht zwichten. Zij gaven zich aan de Atheners over, onder voorwaarde, dat zij naar Athene gezonden en daar door het Atheensche volk gevonnist zouden worden.

Eurymedon willigde deze voorwaarde in. Hij liet de gevangenen aan boord brengen en voerde hen naar het naburige eiland Ptychia; hier moesten zij blijven, totdat zij naar Athene zouden overgebracht worden. Eurymedon voegde bij deze afspraak de bedreiging, dat wanneer ook maar één hunner eene poging deed om te ontvluchten, de geheele overeenkomst vernietigd zou zijn.

De bovendrijvende partij te Corcyra was ten hoogste verbitterd, wijl de gehate edelen naar Athene zouden worden overgebracht, waar, gelijk men vreesde, hun leven gespaard zou worden. Ook Eurymedon stelde op het handhaven der capitulatie weinig prijs: hij vond het lastig, zoovele gevangenen naar Athene over te brengen. Daarom stemde hij er in toe, dat jegens de gevangenen een schandelijk bedrog gepleegd werd.

Ëenige voormalige vrienden der edelen, die zich als werktuigen bij dit schandelijk spel lieten gebruiken, werden van Corcyra naar Ptychia gezonden; zij verzekerden den gevangenen, dat Eurymedon hen, in strijd met het verdrag, aan het volk wilde uitleveren; in dat geval dreigde hun een wisse dood. De valschaards gaven hun dus den raad te vluchten en werkelijk gelukte het hun enkele liclilgeloovigen te overreden. Deze beproefden in eene gereedliggende boot te ontsnappen, doch zij werden op heeterdaad betrapt. Thans was de capitulatie verbroken: Eurymedon leverde de gevangenen aan de Corcyraeërs uit.

Een groot gebouw op het eiland ontving de edelen; van hier werden zij in afdeelingen van twintig man, twee aan twee aan elkaar geketend, ter dood geleid; twee rijen zwaargewapenden waren aan beide zijden van den weg geplaatst. Achter de geboeiden liepen eenige geeselaars, die de achterblijvers door zweepslagen tot meerderen spoed aanzetten. Nauwelijks was eene afdeeling een eind weegs van de gevangenis verwijderd, of zij werd door de gewapenden, die aan weerszijden hadden post gevat, op de schandelijkste wijze overvallen. Elk dezer mannen, die een persoonlijken vijand onder de edelen had. zocht dezen op en stiet hem neder.

De eerste twintig gevangenen waren necrgehouwen, eene tweede en derde afdeeling van twintig man volgden, en allen ondergingen hetzelfde lot. Zij, die in de gevangenis waren achtergebleven, begonnen eindelijk iets te vermoeden van hot lot. dal hun dreigde. Thans weigerden zij, iiet gebouw te verlaten; zij verleenden aan niemand toegang en riepen onder luide klachten de hulp der Atheners in, om hen tegen hunne landgenooten te beschermen. Het was vergeefsch; de Atheners gaven, tot hunne eigen schande, aan die klacht geen gehoor.

De naar het bloed der gevangenen dorstende Corcyraeërs dachten na over een middel om hunne vijanden te verdelgen, zonder dat zij een gevaarlijken aanval op de poort der gevangenis behoefden te doen. Spoedig vonden zij hel. Zij namen het dak van het gebouw af en wierpen van boven af, steenen, pannen en pijlen op de ongelukkigen neder. In den beginne poogden dezen zich tegen dat werptuig te beschutten, doch spoedig verhaastten zij in hunne wanhoop hun einde, door zich met de op hen afgeschoten pijlen eigenhandig te dooden.

Sluiten