Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

572

Een geheelen dag en een geheelen nacht duurde de vreeselijke slachting; eerst toen in de diepte niets zich meer bewoog, klommen de Corcyraeërs van het dak af; thans was hunne afschuwelijke wraakzucht bevredigd.

l)e adel van Corcyra was uitgeroeid; want ook tol de vrouwen der edelen strekte zich de woede der bovendrijvende partij uit: zij werden als slavinnen verkocht.

Intusschen werd de oorlog in Griekenland met onverminderde hevigheid voortgezet. Over het geheel waren de Atheners daarin niet ongelukkig, ofschoon zij ten tweeden male geteisterd werden door de pest, die opnieuw te Athene uitbrak. In liet jaar 425 gelukte het hun kundigen en talentvollen veldheer Demosfheiies, de voortreffelijke, aan de westkust van Messenië gelegen haven Pylus (thans Navarino) te bemachtigen, die te versterken en met vijf oorlogsschepen bezet te houden.

De Spartanen zagen zeer goed in, hoe gevaarlijk het voor hen was, dat de Atheners in Messenië, het onderworpen, hun steeds vijandig gezind gewest, vasten voet verkregen. Terstond zonden zij eene vloot van 43 oorlogsschepen af, om den vijand te verdrijven. De ingang tot de haven werd beheerscht door het daarvoor gelegen rotsachtig eilandje Sphacteria. Zoodra de Peloponnesische vloot voor Pylus verscheen, liet haar bevelhebber Brasidas het eiland bezetten door 420 dappere mannen, waaronder zich vele Spartaansche edelen bevonden; hierop ondernam hij met de aanzienlijk') macht, waarover hij beschikken kon, den aanval op de Atheners.

Demosthenes verdedigde zich dapper, Brasidas was niet in staat eenig voordeel te behalen en spoedig genoeg werd zijn toestand hoogst gevaarlijk, want eene vloot van 50 Atheensche schepen kwam den aangevallenen te hulp, zoodat dezen thans op hunne beurt aanvallers werden. Zij behaalden eene schitterende zegepraal. De Spartanen waren niet eens bij machte hunne op Sphacteria aan wal gezette manschappen op te nemen, maar moesten dezen aan hun lot overlaten.

Door den ongelukkigen afloop hunner meeste ondernemingen hadden de Spartanen den lust tot den oorlog verloren. Zij wenschten boven alles de op Sphacteria ingesloten soldaten te redden, en deden hierom het voorstel tot het aanknoopen van vredesonderhandelingen. Dat het hun met deze vredelievende gezindheid ernst was, toonden zij het best door het sluiten van een wapenstilstand op voorwaarden, die bijna vernederend mochten heeten.

Zestig van hunne schepen leverden zij den Atheners uit, als onderpand voor hunne onthouding van alle vijandelijkheden, en zij ontvingen daarvoor niets anders dan het verlof om dagelijks zooveel levensmiddelen naar Sphacteria te zenden, als de bezetting daar noodig had. Het eiland zelf werd voortdurend streng bewaakt, zoolang er te Athene nog geene beslissing omtrent vrede of oorlog genomen was.

Spartaansche gezanten begaven zich naar Athene. Zij spiegelden het volk al de voordeelen van een vrede voor, en boden aan een verbond met de Atheners te sluiten, maar zij werden niet ontvangen zooals zij gewenscht hadden.

Cleon, de altijd onstuimige en vermetele man, wendde al zijn invloed op liet volk aan om den oorlog te doen voortzetten; slechts op ééne voorwaarde wilde hij den vrede gesloten zien, namelijk, wanneer daardoor beslissende voordeelen te behalen waren.

Zoo dreef hij in de volksvergadering door, dat de Atheners verklaarden, zich dan alleen met onderhandelingen fe willen inlaten, wanneer de Spartaansche bezetting van Sphacteria krijgsgevangen naar Athene werd gebracht en wanneer alle voormalige Attische bezittingen in den Peloponnesus en in Megaris teruggegeven werden. Was dit geschied, dan konden de Spartanen hunne gevangenen weer afhalen en verder onderhandelen over een wapenstilstand, welks duur men dan naar goedvinden bepalen kon.

Het was den Spartaanschen gezanten onmogelijk zulk een voorstel aan

Sluiten