Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cleon tot opperbevelhebber benoemd. 573

Ie nemen. Zij keerden naar hun land terug en na een wapenstilstand van twintig dagen Itegon de strijd in den zeeboezem van Pylus opnieuw. De Spartanen eischten hunne schepen op. doch de Atheners weigerden, die uitte leveren; zij hoopten op die wijze de op Sphacteria ingesloten krijgsmacht hel spoedigst tol overgave te zullen dwingen. Deze hoop werd niet verwezenlijkt. Ook de verwachting, dat de thans zeer nauw ingesloten bezetting door honger tot de overgave genoodzaakt zou worden, bleek ijdel, want door dappere heloten werden gedurende de duisternis van den nacht levensmiddelen naar Sphacteria overgebracht; de eene week na de andere verliep, zonder dat er in den stand van zaken de minste verandering kwam, terwijl de Atheners vooral door gebrek aan drinkwater groote ontberingen te verduren hadden.

Hoe langer het bericht van de gevangenneming der Spartanen op Sphacteria, waarnaar men te Athene reikhalzend uitzag, zich wachten liet, des te meer veranderde daar de stemming van het algemeen. Nicias en zijne adellijke vrienden wierpen Cleon scherpe verwijten naar het lioold, wijl men het gunstig tijdstip lot het sluiten van een voordeeligen vrede ongebruikt had laten voorbij gaan. Cleon daarentegen sprak hierop in de volksvergadering rond en open uit, dat het eene schande voor Athene was, dat de Spartanen op Sphacteria nog niet gevangen waren genomen. Indien de veldheeren mannen waren, dan zouden zij reeds lang door eene stoute onderneming een einde aan de zaak gemaakt hebben.

Dit was een onbewimpelde aanval op Nicias, die het ambt van opperbevelhebber bekleedde, en wiens besluiteloosheid reeds meermalen door Cleon gegipst was. een aanval, die des te meer bijval bij het volk vond, daar Demosthenes hetzelfde gevoelen uitgesproken en lot het bestormen van liet eiland aangespoord, maar van den opperbevelhebber het verlof tot zulk eene onderneming niet verkregen had.

In het vuur zijner rede had Cleon zich laten ontvallen, dat hij. zoo hij veldheer was geweest, de zaak sinds lang ten einde zou gebracht hebben. Dit ondoordacht woord greep Nicias als wapen tegen zijn vijand aan. Onmiddellijk verklaardde hij, zoo voor zich zelf' als uil naam zijner ambtgenooten, dat hij afstand deed van het veldheersambt en hij spoorde daarbij het volk aan, om dit aan Cleon op te dragen.

Nicias en zijne medestanders voedden de heimelijke hoop, dat Cleon in die betrekking de bewijzen zou leveren-, dat het hem aan kennis en beleid ontbrak. Leden de Atheensche troepen onder hem. eene nederlaag, dan zou het volk des te meer lot den vrede geneigd en de invloed van den gehaten leider der democratische partij gebroken zijn. Dat in dit geval honderden, misschien duizenden Atheensche burgers in den strijd tegen den vijand nutteloos zouden worden opgeofferd, dit nam de zelfzuchtige adel niet in aanmerking.

Aanvankelijk weigerde Cleon het ambt van veldheer, waarvoor hij zich niet bekwaam achtte, te aanvaarden; maar zoowel zijne vrienden als zijne vijanden drongen bij hem er op aan. dat hij het zich zou laten welgevallen; zijne vrienden, dewijl zij den talentvollen man ook de leiding van den oorlog toevertrouwden, zijne vijanden, om hem op die wijze ten val te brengen. Eindelijk moest hij wel voor het algemeen geuit verlangen zwichten. Ilij deed liet, onder voorwaarde, dat Demosthenes hem ter zijde zou worden gesteld. Met diens bijstand beloofde hij, binnen twintig dagen óf de Spartanen van Sphacteria gevangen naar Athene te voeren, óf hen op het eiland te dooden.

Thucydides, de vijand van Cleon, verhaalt, dat de Atheners zich om zulk eene grootspraak niet van lachen konden onthouden. Maar al lachten Cleons tegenstanders, spoedig genoeg zouden zij de zaak anders leeren inzien. want de leerlooier hield zijn woord, hij leverde het bewijs, dat het volk den rechten man tot veldheer gekozen had.

Demosthenes was reeds sinds lang mei een plan van aanval op Sphacteria gereed. Toen nu Cleon liet opperbevel overnam en hem versche troe-

»

Sluiten