Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

574 Sphacteria, Cythera en Thyrea b3machtigd. Afval der Thraeiërs.

pen, lichtgewapenden en boogschutters, toevoerde, lastte liij het eiland mat kracht aan. De Peloponnesiërs, die zich daarop bevonden, werden zóó in de engte gedreven, dat zij zicli moesten overgeven, nadat zij 72 dagen ingesloten waren geweest. 2!)2 dappere mannen, waaronder 120aanzienlijkeSpartaansche edelen, werden gevangen naar Athene gebracht, en de Atheners verklaarden . dat zij hen onmiddellijk zouden ter dood brengen, wanneer de Spartanen een nieuwen inval in Attica waagden.

Diep was de indruk, door het veroveren van Sphacteria op de beide oorlogvoerende partijen gemaakt. Dl' Spartanen waren geheel ter neergeslagen, hun krijgsroem was verdonkerd; 120 hunner aanzienlijkste mannen hadden zich overgegeven, hadden de wapens neergelegd en niet, gelijk de plicht was van elk rechtgeaard Spartaan, den dood boven de gevangenschap verkozen. Thans stond het te duchten, dat de heloten tot de Atheners zouden overloopen; van Pylus uit kon licht een nieuwe Messenische oorlog tegen Sparta ontbranden. De Spartanen wenschten ten gevolge hiervan naar den vrede en openden hieromtrent opnieuw onderhandelingen. Doch tevergeefs, want de stoutmoedige Cleon had door zijne zegepraal en zijne vervulde belofte opnieuw grooten invloed te Athene gewonnen. Hij drong er op aan, dat de Atheners hun krijgsgeluk niet ongebruikt zouden laten, hij stelde vredesvoorwaarden, die de Spartanen niet konden aannemen, zonder hunne onafhankelijkheid prijs te geven; het volk luisterde naar zijn raad, de onderhandelingen liepan te niet.

Onafgebroken overwinningen, op het verzwakte Sparta behaald, bewezen dat Cleon gelijk had gehad, toen hij ried den oorlog voort te zetten. Het gelukte den Atheners, onder aanvoering van Nicias, in den zomer van 424 het belangrijke eiland Cythera, ten zuiden van den Peloponnesus te veroveren, hetwelk de sleutel der scheepvaart op Afrika was en den Atheners eene veilige plaats aanbood, van waar zij de Laconische kusten met den besten uitslag konden verwoesten. Ook de Peloponnesische stad Thyrea, waarheen de Spartanen de verdreven edelen van Aegina gebracht hadden, werd door de Atheners veroverd. De Atheners voerden hierom de gevangen inwoners van Thyrea mee en namen thans op onedele wijze wraak over de vroeger van hen ondervonden vijandschap, door de gevangenen tot den laatsten man ter dood te brengen.

Met elke zegepraal groeide het zelfvertrouwen der Atheners aan. Doch al te spoedig moesten zij ondervinden', dat het krijgsgeluk zeer wispelturig is. Op de overwinning volgden herhaalde nederlagen; hunne poging om Megara te veroveren mislukte; nog ongelukkiger uitslag had het plan om in Boeötië, met de hulp der daar aanwezige, onderdrukte democratische partij, vasten voet te krijgen. Onder aanvoering van Pagondas leverde het Thebaansche leger den Atheners bij Delium *) een slag, waarin de Atheensche veldheer Hippocrates met meer dan duizend man sneuvelde.

\\as deze nederlaag reeds belangrijk, een nog veel zwaarder verlies hing den Atheners op het Thracische krijgstooneel boven het hoofd. Hier had koning Perdiccas van Macedonië verscheidene steden van Chalcidice overgehaald om de zijde der Atheners te verlaten. Deze wendden zich om hulp tot de Spartanen. In de eerste plaats verzochten zij, dat men hun Brasidas, die door zijne stoute veldtochten een grooten roem verworven had, als veldheer

*) Bij Delium, gelijk vroeger bij Potidaeii, namen twee mannen aan den strijd deel, wier namen spoedig zeer beroemd zouden worden, Alcibiades en Socrates; de eerste stond bij de ruiterij, de laatste bij de hopliten. De beroemde wijsgeer Socrates betoonde zich bier een dapper soldaat. In weerwil hiervan heeft zijn vijand, de blijspeldichter Aristophanes, hem in zijn blijspel «de wolken" als een droomerig inensch, wiens lichamelijke ontwikkeling evenveel te wenscben overliet als zijne zedelijke waarde, aan de bespotting prijs gegeven. Geen enkelen geschiedschrijver is het in de gedachte gekomen, aan deze voorstelling van Aristophanes geschiedkundige geloofwaardigheid toe te kennen, terwijl de lasteringen van denzelfdea man tegen Cleou zoo algemeen geloof hebben gevonden.

%

Sluiten