Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bekentenis van Andocides. Dioclides ter dood gebracht.

589

dat het bijna even licht was alsof het dag geweest ware. Tot zijne croote verbazing zag Dioclides een troep van ongeveer 300 mannen door de straten gaan. Verschrikt verborg hij zich achter een zuil, om de nachtelijke wandelaars te bespieden. Deze spraken, in troepen van vijftien tot twintig man verdeeld, een tijd lang te zamen; vervolgens verstrooiden zij zich. Bij het heldere schijnsel der maan had hij vele aangezichten herkend Dioclides zag thans, dat hij niets te vreezen had en zette, nadat de troepjes zich verstrooid hadden, zijne wandeling naar Laurium voort. Toen hij echter den volgenden dag tot zijne verbazing de schennis der Hermeszuilen vernam, dron" zich onmiddellijk de overtuiging aan hem op. dat die mannen de euveldaders waren Hij zeide derhalve tot één hunner, dien hij toevallig ontmoette, in vertrouwen diit hij de verniinkers der Hermeszuilen kende en hen Aangeven zou, wanneer ZIJ hem niet voor zijn stilzwijgen beloonden. Hierop werden hem 12000 drachmen voor zijn stilzwijgen beloofd; doch deze toezegging had men niet gestand gedaan.

Zoo verhaalde Dioclides, en met schaamtelooze openhartigheid voedde hij er bij, dat hij zijne aanklacht bij den raad indiende, dewijl de misdadigers hunne belofte met gehouden hadden. Hij duidde te gelijker tijd twee en veertig van de driehonderd personen, die bij gezien had, bij name aan.

Het verhaal van den beschuldiger, die zelf bekende, dat iiij bereid was geweest om zich voor zijn stilzwijgen te laten omkoopen, was zoo ongeloofwaardig mogelijk. In weerwil hiervan sloeg liet volk er geloof aan Dioclides ontving eene rijke belooning, hij werd als redder van den staat met eerbewijzen overladen en Pisander waagde het, ten gevolge van deze aangifte buitengewone, uiterst strenge voorzorgsmaatregelen voor te stellen, waardoor de vrijheid van eiken Atheenschen burger ernstig bedreigd werd.

Ten einde de waarheid uit te vorschen, zou de pijniging, welke anders alleen tegen slaven aangewend werd, bij het onderzoek der zaak ook lot vrije Atheensche burgers uitgestrekt worden. De geheele burgerij kwam onder de wapenen; er heerschte eene vreeselijke opschudding.

Allen, die door Dioclides beschuldigd waren en zich niet door de vlucht hadden kunnen redden, werden in de gevangenis geworpen; vrienden van Alcibiades ontmoetten hier sommige aanhangers der adellijke partij. Onder de laatsten bevond zich ook Andocides, een van de edelen, die het ijverigst zijne krachten had ingespannen om van de schennis der Hermeszuilen tegen Alcibiades partij te trekken, met een groot aantal zijner vrienden. Thans oo,rslten zij de vrucht van het door hen gestrooide zaad.

Alle beschuldigden zagen zich door een onvermijdelijken dood bedreigd. Nu besloot Andocides, tegen wien de zwaarste aanklacht was ingebracht, vrijwillig inlichtingen omtrent liet gepleegde misdrijf te geven, mits men hem daarvoor straffeloosheid toezegde. Deze belofte werd hem geschonken, dewijl men hoopte, dat men uit zijn mond nog de namen van andere medeplichtigen vernemen zou.

Andocides verklaarde, dat de aangifte van Dioclides niets dan leugens bevatte, dat het misdrijf door een troep vroolijke gasten, de leden van een gezelschap, waartoe hij zelf behoorde, in een roes was gepleegd; hij noemde ook de namen van hen, die aan deze heiligschennis hadden deelgenomen. Dewijl de verklaringen van Andocides en van Dioclides in lijnrechte tegenspraak met elkaar waren, poogde men het onderzoek voort te zetten, en thans herinnerden de Atheners zich eensklaps, dat het tijdens het plegen van de euveldaad nieuwe maan was geweest, dat dus reeds hierdoor een afdoend bewijs voor liet leugenachtige van Dioclides' verklaringen was geleverd.

Dioclides werd op zijne beurt op staanden voet aangeklaagd en als misdadiger ter dood gebracht. Ook hen, die zich aan de schennis der Hermeszuilen hadden schuldig gemaakt, trof hetzelfde lot; slechts Andocides bleef ongestraft, tot belooning voor het verraad jegens zijne vrienden gepleegd.

Sluiten