Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

590

Alcibiades ontsnapt te Thurii en begeeft zich naar Sparta.

De rust scheen te Athene hersteld. Doch dit was evenmin naar den zin der adellijke partij, als naar dien van eenige democratische volksredenaars, die jegens Alcibiades zeer vijandig gezind waren. Was liet hun ook niet langer mogelijk, het voorwerp van hun haat als medeplichtig aan het vernielen der Henneszuilen in verdenking te brengen, toch hadden zij on\vedersprekelijke bewijzen bijeengebracht, dat hij al te dikwijls in vroolijk gezelschap de Eleusinische mysteriën bespot had. Hieraan wisten zij op listige wijze de verdenking vast te knoopen, dat hij niet alleen heilige mysteriën, maar ook de staatsregeling van Athene wilde vernietigen, dat hij naar de alleenheerschappij streefde en met dit doel betrekkingen met de aristocratische partij te Argos onderhield.

Thessalus, de zoon van den grooten Cimon, een der vurigste voorstanders van de adellijke partij, trad voor het volk op met de aanklacht, dat Alcibiades de mysteriën had bespot door hare plechtigheden na te bootsen en dat hij zich dus tegen de Eleusinische godinnen bezondigd had. Hij bracht voldoende bewijzen voor de gegrondheid zijner aanklacht bij en ten gevolge hiervan werd er besloten, Alcibiades van Sicilië terug te roepen.

Het scheen inlusschen niet zonder gevaar, den veldheer, die aan het hoofd van een (alrijk, aan hem verknocht leger stond, door wiens bemiddeling de Argivische bondgenooten zich aan de expeditie tegen Sicilië hadden aangesloten, te midden zijner aanhangers gevangen te nemen. Da triërarch, die over de Salaminia bevel voerde, ontving derhalve in last zelfs den minsten zweem van hardheid of bedreiging te vermijden. In geen geval mocht hij zich met geweld van Alcibiades' persoon meester maken; zoo beleefd mogelijk moest hij den veldheer uitnoodigen naar Athene terug te keeren, ja hem zelfs toestaan de reis op zijn eigen schip te doen.

De triërarch volbracht den hem opgedragen last met de grootste nauwgezetheid. Alcibiades begreep terstond, welk lot hem boven het hoofd hing, wanneer hij gehoorzaamde. Zijne meest verbitterde vijanden hadden voor het oogenblik te Athene de macht in handen, de ineesten zijner aanhangers bevonden zich op de vloot. Zich tegen het bevel om terug te keeren te verzetten, was hem onmogelijk. Hij schikte zich dus schijnbaar gewillig in zijn lot en volgde met zijn schip de Salaminia. Te Thurii echter sloop hij in alle stilte van boord en vluchtte met zijne makkers, die even als hij van bespotting der mysteriën aangeklaagd waren, naar Elis en Argos, en eindelijk naar Sparta. De Salaminia kwam te Athene zonder den beschuldigde aan. Wellicht was dit juist geheel overeenkomstig den wensch van Alcibiades' vijanden. Thans hadden zij de handen volkomen vrij. Zij wisten het door te zetten, dat hij bij verstek ter dood veroordeeld, dal zijn vermogen verbeurd verklaard, ja dat wegens hoogverraad de vloek over hem uitgesproken werd.

Toen Alcibiades te Sparta het over hem uitgesproken vonnis vernam, riep hij hoonend uit: »Ik zal hun toonen, dat ik nog leef."

Al te getrouw heeft hij woord gehouden.

Nadat Alcibiades van de vloot verwijderd was, voerde Nicias daar het opperbevel. Tragelijk zette hij den oorlog voort en zoo verliep de zomer van het jaar 415, zonder dat er iets van belang was uitgericht. Eerst in den volgenden zomer betoonde Nicias grooter ijver. Het gelukte hem. de hoogten welke Syracuse bestreken, te bezetten en in allen ernst met de belegering van de stad een begin te maken. Hij legde een dubbelen muur rondom Syracuse aan, die de stad van de landzijde geheel moest afsluiten. Alle pogingen der Syracusanen, om dit te beletten, waren vruchteloos. In meer dan één hevig gevecht werden zij overwonnen; de Atheners behaalden schitterende voordeelen, ofschoon zij den dood van den dapperen Lamachus, die in een der gevechten viel, betreuren moesten.

De belegeringsmuur was bijna voltooid; de stad was zoo nauw ingesloten, dat hare burgers schier aan hunne redding wanhoopten; de ongelukkige uit-

Sluiten