Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

592

neemt. Zendt den Sicilianen manschappen en schepen ter hulp. geeft hun bovenal een Spartaan tot aanvoerder, die aan het hoofd van hun leger staan en daarin orde en tucht bewaren kan; doch vangt zelf te gelijkertijd in Griekenland den oorlog met kracht tegen Athene aan, opdat de Atlieners buiten machte zijn aan hunne vloot bij Sicilië verderen onderstand te zenden. Bezet Decelena in Attica en versterkt het, verschalt u daardoor een vast steunpunt voor uwe bewegingen tegen de Atlieners in hun eigen land, dan zult gij door de plundering van Attica den Atlieners allen toevoer van levensmiddelen afsnijden, gij zult hen van de inkomsten der zilvermijnen van Laurium berooven, en ook de bijdragen der bondgenooten zullen verminderen, wanneer zij zien, dat gij den oorlog met klem voert. Bedenkt, dat gij over uwe eigen dierbaarste belangen beraadslaagt, en verzuimt niet, den veldtocht op Sicilië en tegen Attica met moed te ondernemen, om de macht der Atheners niet alleen voor het tegenwoordige maar ook voor de toekomst te lnuiken. Dan zult gij, niet door dwang, maar met de vrije toestemming der Grieken, geheel Hellas beheerschen."

Zulke woorden vonden weerklank bij de Spartanen. Zij volgden den raad van Alcibiades op en zonden tegen het einde van Mei 414 hun dappersten en bekwaamsten veldheer Gylippus, al was het ook voorloopig slechts met eene geringe macht, den Syracusanen ter hulp.

Dezen verkeerden bij de aankomst van Gylippus in den uitersten nood. In aller ijl wist hij uil de Siciliaansche steden eene niet onbeduidende krijgsbende bijeen te brengen en door den nog niet geheel voltooiden insluitingsmuur in Syracuse binnen te dringen.

De altijd nalatige Nicias had verzuimd, de landing der Spartanen te beletten. Evenzoo liet hij het juiste tijdstip voorbijgaan om den dapperen Gylippus te gemoet te trekken en hem van Syracuse af te snijden.

Thans ontwaakte een nieuw leven binnen de belegerde stad. De moed der Syracusanen klom met eiken dag. Het gelukte hun, in den strijd tegen Nieias belangrijke voordeelen te behalen. Spoedig bepaalden zij zich niet meer tot verdediging. De belegerden werden aanvallers, de belegeraars aangevallenen. In de meeste gevechten was de overwinning aan de zijde der Syracusanen.

De toestand van Nicias werd met eiken dag hachelijker; zijn leger was ontmoedigd, allerlei ziekten braken onder zijne troepen uit en rukten de beste manschappen weg. Aan een gelukkigen afloop van den veldtocht durfde hij nauwelijks meer denken. Eindelijk achtte hij zich verplicht naar Athene bericht van zijn gevaarlijken toestand te zenden. Hij verzocht, dat men het leger terugroepen of, wanneer men dit niet goed vond, hem krachtigen onderstand zenden zou.

In elk geval drong hij er op aan, dat men hem van het opperbevel zou ontheffen, dewijl hij ziek was, en de belegering van Syracuse onverzwakte en jeugdige krachten eischte. In een langen, eigenhandig geschreven brief zette hij dit alles uiteen.

Het bericht van den gevaarlijken toestand, waarin Nicias verkeerde, bereikte Athene op een tijdstip, waarop de Spartanen, volgens het voorstel van Alcibiades, reeds den oorlog in Griekenland hadden aangevangen. Koning Agis van Sparta was in April 413 met een machtig leger in Attica gevallen en had het stadje Decelea, slechts vier mijlen van Athene gelegen, bezet en versterkt. Gelijk Alcibiades ondersteld had, werden de Atlieners hierdoor in de grootste ongelegenheid gebracht, want de Spartanen waren bij machte den toevoer van levensmiddelen van Euboea naar Athene af te snijden.

In weerwil van dezen gevaarlijken toestand gaven de Atheensche burgers toch den moed niet op. Zij konden echter niet besluiten, Nicias' wenschen in te willigen. In plaats van de vloot terug te roepen, spanden zij alle krachten in, om eene aanzienlijke versterking naar Sicilië te zenden. Demosthenes,

Sluiten