Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

594

gesplitst, waarvan de eene door Demosthenes, de andere door Nicias werd aangevoerd.' Demosthenes werd liet eerst door de Svracusanen aangevallen en gedwongen zich met 6000 man over te geven. Hij wilde die schande niet overleven, doch in denzelfden oogenblik, waarin hij poogde zich te doorsteken, werd zijne hand vastgehouden en hij gevangen weggevoerd.

Weinige dagen later trof Nicias hetzelfde lol, nadat in een bloedig gevecht een groot gedeelte zijner manschappen gesneuveld was. De Syracusanen hadden eene volledige zegepraal behaald; de reusachtige Atheensche vloot was vernietigd en het Feger gevangen genomen; slechts aan enkele vluchtelingen gelukte het, hun vaderland te bereiken.

Vreeselijk was het lot der overwonnenen. Te vergeefs sprong de Spartaansche veldheer Gylippus voor het leven der beide veldheeren in de bres; hij wenschte hen als gevangenen in zegepraal naar Sparta Ie voeren, maar de Syracusanen wilden van het genot der wraak geen afstand doen: Demosthenes eti Nicias werden ter dood gebracht. Meer dan ééne stem verhief zich ten gunste van den laatste, doch de invloedrijkste burgers van Syracuse, die vroe»er met hem onderhandeld hadden, drongen aan op zijn dood, dewijl zij vreesden door hem verraden te zullen worden, en dus moest ook hij sterven. De overige gevangenen werden in de steengroeven van Syracuse geworpen. Hier zagen zij zich zonder de minste beschutting tusschen de hooge rotswanden des daags aan de zonnehitte, des nachts aan de koude blootgesteld. Gezonden en gekwetsten strekten zich hier naast elkander uit en weldra werd de lucht verpest door de uitwasemingen der lijken van hen, die aan hunne wonden stierven en niet begraven werden. Zeventig dagen lang smachtten de ongelukkigen in hunne afgrijselijke gevangenis, waar zij telkens blootstonden aan de bespotting dei' Syracusanen, die van de boogie der rotsen op hunne gevangenen neerzagen; eindelijk werden zij naar een eenigszins beteren kerker overgebracht, om later als slaven verkocht te worden. De rijkste burgers van Athene uit de aanzienlijkste geslachten der trotsche stad moesten voortaan de laagste slavendiensten verrichten.

ACHT EN VIJFTIGSTE HOOFDSTUK.

Radeloosheid der Atheners. De partij der welgezinden. Verandering van de staatsregeling. De probuien. Verbond van Sparta met de Perzen. Alcibiades te Sparta ter dood veroordeeld. Alcibiades en Tissapbernes. Samenspanning van Alcibiades met de adellijke partij te Athene. Phrynichus. Samenzwering van den adel. Staatkundige moord te Athene. De staatsregeling vernietigd. De regecring der vierhonderd. Omwenteling door het scheepsvolk teweeggebracht. Thrasybulus. Alcibiades teruggeroepen. Theramenes en zijne kuiperijen. Val der vierhonderd. Slag bij Cyzicus. Cleophon. Zegepi-aal van Alcibiades.

De lijding van den ongelukkigen afloop der Siciliaansche expeditie verspreidde te Athene een onbeschrijfelijken schrik. Plutarchus deelt ons mede. dat een vreemdeling het nieuws het eerst naar den Piraeüs overgebracht en het daar in een barbierswinkel verhaald had. Verschrikt liep de barbier naar Athene om den archonten en het volk op de markt de vreeselijke tijding mee te deel'en. Oogenblikkelijk werd eene volksvergadering bijeengeroepen, daar moest hij zijne mededeeling herhalen en werd hij opgeroepen om bewijzen voor de waarheid van zijn verhaal bij te brengen. Dit kon hij niet, want de

Sluiten