Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

59G De probuien. Verbond van Sparta met de Perzen.

door hen waren goedgekeurd, zouden voortaan aan de vergadering worden voorgelegd om dienaangaande een besluit te nemen. De probuien moesten zorg dragen, dat de staat met krachtige hand en volgens één beginsel werd bestuurd en dat de geldmiddelen op eene zuinige wijze beheerd werden.

De instelling van het collegie der probuien was de eerste schitterende zegepraal der aristocratie, de eerste schrede op den weg, die op den ondergang der democratie en daarna op de. vernietiging van Atbene's macht zou uitloopen. De burgerij had zich onder eene nieuwe voogdij gesteld en bet gelukte den edelen zonder moeite, deels hunne blinde volgelingen, deels zulke mannen, die zich althans niet tegen hen durfden verzetten, tot probuien te doen benoemen.

Aanvankelijk scheen het bijna, dat de nieuwe instelling inderdaad heilzaam werkte: de strijd der partijen binnen de stad bedaarde, de gemoederen werden kalmer en de probuien bewerkten, dat de uitgaven voor feesten, oileranden en openbare spelen werden ingekrompen en dat de geheele huishouding van den staat op een zuiniger voet werd gebracht. Tegelijk zorgden zij voor nieuwe krijgstoerustingen, om op den zwaren strijd, die hen wachtte, voorbereid te zijn.

Wel mocht men bij die toerustingen met den grootst mogelijken ijver te werk gaan, want alle vijanden van Athene bereidden zich voor om in het volgend jaar met vereende macht de hoofdstad van Attica aan te vallen. De bondgenooten, die zoo lang als slaven waren behandeld, verbeidden met brandend verlangen het tijdstip, waarop zij wraak zouden nemen voor alle daden van geweld, die zij hadden moeten verduren.

Onvermoeid was Alcibiades intusschen tot verderf van zijne vaderstad werkzaam. Hij spoorde de Spartanen aan om niet alleen te land, maar ook ter zee de Atheners te bestrijden en zich daardoor van de onbetwiste heerschappij over geheel Griekenland te verzekeren.

De Spartanen moesten eene vloot uitrusten. Hiertoe echter was geld noodig en de Spartaansche staatsregeling bad het opeenstapelen van schatten voor den staat onmogelijk gemaakt. Alcibiades wist raad: een verbond met de Perzen, wien al de schatten van het Oosten ten dienste stonden en die steeds geneigd waren om zich in de oneenigheden der Grieken te mengen, kon lichtelijk de middelen verschaffen om eene Spartaansche vloot te bouwen.

Het tijdstip scheen voor zulk een verbond juist gekozen. In het jaar 425 was koning Artaxerxes gestorven. Na zijn dood vermeerderde de verwarring in het kranke Perzische rijk. Xerxes II. de eenige echte zoon van Artaxerxes, werd na eene regeering van nog geen twee maanden door zijn halfbroeder Sogdianus omgebracht. Den moordenaar trof hetzelfde lot, dat bij aan Xerxes bereid had; een tweede stiefbroeder, Darius II, Notlius, d. i. de bastaard, vermoordde hem en plaatste zich zelf op den troon.

Darius was een even zwak en onbekwaam als wreed regent; hij werd geheel beheerscht door de eunuchen van zijn harem en door zijne gemalin Parysatis, eene vrouw die door bare gruwelijke wreedheid haar naam in de geschiedenis zeer berucht heeft gemaakt. Onder zulk een zwakken koning inoest de macht der stadhouders wel meer en meer aangroeien, en deze mannen begonnen hierdoor op het staatstooneel eene veel belangrijker rol te spelen dan voorheen. In Klein-Azië waren Tissaphernes en Pharnabazus de beide hoogste waardigheidbekleeders des konings; de eerste regeerde te Sardes, de tweede te Dascylium. Beiden streefden er naar hunne macht deor liet heroveren van de Grieksche steden op de kust van Klein-Azië uit te breiden. Met de hulp van Sparta hoopten zij, bij de tegenwoordige machteloosheid van Athene, dit doel te bereiken; daartoe hadden zij ook onderhandelingen met de bondgenooten van Athene aangeknoopt.

Tissaphernes stond in betrekking met de jegens Athene vijandige partij op bet machtige eiland Chios, Pharnabazus met de steeds lot oproer over-

Sluiten