Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

606

Plechtige optocht naar Eleusis.

jaloersch, ongunstig noodlot, aan welks macht de stad onderworpen was geweest. Doch thans was er een betere tijd gekomen, thans ging de stad nieuwe zegepralen te gemoet.

De burgerij gaf den zegevierenden veldheer blijken van de grootste ingenomenheid, van een onbepaald vertrouwen. Zij stelde hem opnieuw in bet bezit van zijn vermogen, kende hem eene gouden eerekroon toe en benoemde hem tot opperbevelhebber te land en ter zee; ja zij verleende hem eene onbepaalde volmacht, waardoor alle hulpmiddelen van den staal tot zijne beschikking werden gesteld.

Zoo had Alcibiades zich te Athene eene macht verworven, gelijk nog nooi' een veldheer bezeten had, eene tnacht zelfs grooter dan die, welke het volk aan Pericles had opgedragen. Het schijnt bijna alsof de ontvangst vol geestdrift, welke hij te Athene vond, alle betere gevoelens in hem deden ontwaken; wij hooren niets van eene vervolging, door hem tegen zijne vroegere vijanden ingesteld, niets van eene onedele wraak, door hem genomen. Hij kende slechts één doel, dat hij met inspanning van alle krachten nastreefde, het welzijn van den staat te bevorderen. Gelijk hij zelf het verleden vergeten had, zoo meende hij, dat dit ook uit het geheugen van het geheele volk was gewischt; in het fier bewustzijn van zijne zegepraal was hij overtuigd, dat de leiders der adellijke partij, die thans zwegen, voor hem bogen, ja hem vleiden, werkelijk verzoend waren, gelijk hij verzoend was: spoedig zou hij bemerken, dat hij zich bitter had bedrogen!

Het overige van den zomer besteedde Alcibiades om zich met allen ijver tot den oorlog toe te rusten. Te gelijk legde hij er zich op toe de rust in den boezem des volks te herstellen en het aan een eenhoofdig bestuur van den staat te gewennen; alles scheen hem uitnemend te gelukken. Hoewel het hem nog niet mogelijk was, de in het versterkte Decelea gelegerde Spartanen aan te tasten, en daardoor Athene van den druk van het vijandelijk leger te bevrijden, toch gaf hij een schitterend blijk van de verbeterde veiligheid van den staat, doordien hij het den Atheners mogelijk maakte, voor het eerst sinds vele jaren weer een plechtigen optocht naar Eleusis te houden, om daar de heilige mysteriën te vieren. Alleen te water hadden de burgers tot nu toe Eleusis kunnen bereiken; het was in hun oog eene zaak, die met de luisterrijkste zegepraal gelijk stond, toen Alcibiades de veiligheid van den weg naar Eleusis door zijne troepen verzekerde en den optocht derwaarts in weerwil van de Spartanen mogelijk maakte. Hij had daarenboven hierdoor getoond, dat hij, ook al had hij zich vroeger in jeugdigen overmoed tegen de Eleusinische godinnen bezondigd, thans tot betere gedachten was gekomen. Hij had aan de Godinnen zijn eerbied betoond; Demeter en Persephone waren verzoend. Alcibiades was de aangebeden held des volks; hij stond op hel hoogste toppunt van geluk.

Sluiten