Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artaxerxes een zwak regent. De wreede Parysatis.

G25

lingen, vooral door zijne moeder Parysatis, geheel beheerscht, liet hij dezen de regeering over. Hij duldde zelfs, dat Parysatis met gruwelijke wreedheid allen deed ter dood brengen, die op de eene of andere wijze de schuld droegen van den dood van haar lieveling Cyrus; hij zag het lijdelijk aan, dat de trouwe lijfwachten, die den koning, bij den aanval van zijn broeder in den slag bij Cunaxa, het leven gered hadden, als slachtoffers van de wraakzucht der bloeddorstige koningin vielen; zelfs toen deze de schoone Statira *), de geliefde gemalin des konings, vergiftigde, om zich in het onbeperkt bezit der heerschappij te stellen, bestond de geheele straf van deze misdaad in eene kortstondige verbanning van Parysatis.

Onder zulk eene regeering kwam de innerlijke zwakheid van het rijk met onloochenbare klaarheid aan het licht. Doch het onwedersprekelijkst bewijs daarvoor was geleverd door den gunstigen afloop van Xenophons roemrijken terugtocht. Niets was natuurlijker — gelijk we met een woord reeds opmerkten — dan dat de Grieken, bovenal de op roem en buit vlammende Spartanen, hierdoor uitgelokt werden tot een oorlog met het Perzische rijk. Uit dien hoofde grepen zij gretig een aanzoek om hulp der Grieksch-Aziatische steden als eene geschikte gelegenheid aan, om den strijd met Perzië te beginnen. Artaxerxes had aan Tissaphernes, tot belooning van zijne bij den opstand van Cyrus bewezen diensten, de waardigheid van opperstadhouder verleend. Deze poogde van zijn nieuw verworven ambt tot uitbreiding van zijne macht partij te trekken, door de Grieksche steden van Ionië, die zich onafhankelijk gemaakt hadden, te beoorlogen.

Op het verzoek om hulp der Ioniërs zonden de Spartanen in den herfst van het jaar iOO v. C. een leger naar Klein-Azië, waarvan het opperbevel aan den plunderzieken veldheer Thimbron was opgedragen. Ofschoon deze, met de hulp van liet overschot der tien duizend, die hij aangeworven had! op het oorlogstooneel in Klein-Azië menig voordeel behaalde, maakte hij zich aan den anderen kant door zijne wreedheid, zijne roofzucht en zijne dwingelandij jegens de met Sparta verbonden steden zóó gehaat, dat hij in den herfst van 399 teruggeroepen en door Dercyllidas vervangen werd. Ook deze zette den oorlog met gelukkig gevolg voort en dwong Tissaphernes in het jaar 397 tot het sluiten van een wapenstilstand onder zeer ongunstige voorwaarden.

Belangrijker voordeelen evenwel zou Sparta behalen, toen een nieuwe Spartaansche veldheer — koning Agesilaüs — zich aan het hoofd van het leger stelde. Agesilaüs was de broeder en opvolger van den in het jaar 397 overleden koning Agis. Deze had een eenigen, nog jeugdigen zoon, Leotychides, nagelaten, die hem eigenlijk had moeten opvolgen. Maar er rees twijfel omtrent de echtheid der geboorte van dezen jongeling, dewijl de schoone Timaia, de gemalin van Agis, de erkende minnares van Alcibiades was geweest. Meermalen had Agis beweerd, dat Leotycliides niet zijn zoon maar die van Alcibiades was; eerst op zijn sterfbed was hij van inzicht veranderd en had hij den jongeling voor den echten afstammeling der Heracliden erkend.

) Tusschen Statira en Parysatis heerschte eene bittere vijandschap. Statira wist zeer goed, dat haar leven onophoudelijk bedreigd werd en poogde zich dus door de grootst mogelijke voorzichtigheid tegen het gevaar van vergiftiging te beveiligen. Nooit raakte zij eene spijs aan, voordat anderen daarvan geproefd hadden. Was zij bij een maaltijd ten huize van Parysatis tegenwoordig, dan at zij niets, eer Parysatis van de eene of andere spijs een gedeelte genuttigd had. De listige koningin-moeder wist zich intusschen wel te redden. Op zekeren dag liet zij een mes, dat tot het voorsnijden van vleesch diende, aan den éénen kant met vergift bestrijken. Aan Statira werd het stuk toegereikt, dat met de vergiftigde zijde van het mes in aanraking was geweest, terwijl zij zelve het andere, onschadelijke stuk nam. Zoo gelukte het haar, den moord te volvoeren. De plotselinge dood van Statira maakte de achterdocht van Artaxerxes gaande. Door de dienaren zijner moeder te doen pijnigen, kwam hij achter de waarheid. Zijn wraak bestond hierin, dat hij eenige vriendinnen van Parysatis deed ombrengen en zijne moeder zelf voor een korten tijd naar Babyion verbande.

Streckfuss. I- 40

Sluiten