Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G38 De polemarchen vermoord. De aristocraten overmand.

Nieuwe wijn werd aangebracht, steeds hooger klom de roes! «Brengt de helaeren!' riepen de besclionkenen Pliyilidas toe en deze verliet het vertrek. oni de samenzweerders te waarschuwen. Weldra keerde hij naar zijne gasten terug inel het bericht, dat de vrouwen weigerden te komen, eer alle slaven waren weggezonden. Zulk eene weigering scheen volkomen natuurlijk, de slaven werden verwijderd en Ie gelijkertijd traden drie der samenzweerders, als aanzienlijke dames verkleed en in lange sluiers gehuld, de zaal binnen; vier anderen volgden hen in het kleed van slavinnen.

De eerste drie zeilen zich aan de zijde der polemarchen. Eensklaps sloegen zij den sluier terug, dit was het teeken om te handelen! Zij wierpen zich op de polemarchen en vermoordden hen. eer dezen eenigen noemenswaardigen tegensland konden bieden.

Leontiades was niet bij hel feest tegenwoordig geweest, hij behoorde niet lol de polemarchen van dat jaar. Toch was juist hij de ziel der aristocratische partij; zoo iemand dan moest hij vallen, indien de saamgezworenen niet alle hoop op zegepraal wilden opgeven. Drie hunner, waaronder Pelopidas, begaven zich onder Pliyilidas" geleide naar de woning van Leontiades. De geheimschrijver der polemarchen liet zich aanmelden als den overbrenger van een bevel zijner meesters; met zijne gezellen werd hij bij den heer des huizes toegelaten.

Leontiades zat na den avondmaaltijd in zijn huisvertrek; naast hem zat zijne vrouw bezig met wol te spinnen. Nauwelijks bad hij een blik op de saamgezworenen geworpen, of hij vermoedde, dat bier verraad in het spel was, sprong op en greep zijn zwaard. De samenzweerders wierpen zich op hem. een lievig gevecht ontstond, een der aanvallers werd doodelijk gekwetst. doch eindelijk gelukte het Pelopidas, zijn gehaten tegenstander te doorsteken.

Zoo waren de leiders der aristocratische parlij overmand. Pliyilidas en zijne medestanders snelden thans naar de gevangenissen, om hunne vrienden, die ten getale van 150 in boeien zuchtten, te bevrijden. De cipier werd neergestooten, de bevrijde gevangenen trokken met hunne vrienden door de straten, om de burgers te wapen te roepen Herauten verkondigden met luider stem onder trompetgeschal door de geheele stad, dat de despoten gedood waren.

Alle democraten grepen op deze blijde tijding naar de wapenen. Het eerst meldden zich hvee trouwe vrienden van Pelopidas, Epaminondas en Gorgidas aan. De eerste was ook aangezocht om aan de samenzwering deel te nemen, doch had dit geweigerd, daar hij niet medeplichtig wilde zijn aan een moord. Thans echter, nu het er op aankwam, in een eerlijken strijd tegen de op den burg gelegerde Spartanen voor de vrijheid te kampen, was hij de eerste, die naar de wapenen greep. Een algemeen vreugdegejuich weergalmde door Tliebe. Het volk kwam in dichte drommen aanloopen en verklaarde zich bereid 0111 aan de zijde der saamgezworenen te strijden. In aller ijl werden boden naar Athene gezonden, om de overige ballingen op te roepen; met hen kwamen ook Atheensche vrijwilligers, bij wie zich twee strategen bevonden, om deel te nemen aan den strijd tegen de Sparlaansche macht. De bezetting hield zich achter de muren van den sterken burg schuil; zij bad wel iets van bet rumoer in de stad gehoord en ook eenige vluchtelingen der aristocratische partij, die voor hun leven beducht waren, opgenomen, maar het niet gewaagd, een uitval te doen, hoewel het haar zeker in de eerste oogenblikken nog niet moeilijk zou zijn geweest, den opstand te onderdrukken. Toen de Spartanen den burg door het gewapende volk omsingeld zagen, deinsden zij voor den strijd terug. De bevelhebber verzocht vrijen aftocht met volle krijgseer, onder die voorwaarde was hij bereid om den burg over te geven. De vrije aftocht werd hem eindelijk toegestaan en deze belofte door de Thebanen ook stipt gehouden.

Toen de Spartanen de poort uittrokken, wilden vele aanhangers der over-

Sluiten