Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Demosthenes' Philippica's. Perinthus belegerd.

675

dan ongaarne en gedwongen voor hem gebogen hebben, zij zouden van de eerste gunstige gelegenheid de beste gebruik hebben gemaakt om het Macedonische juk weer af te werpen. Philippus wist dit en gedroeg zich uit dien hoofde als den gematigden vriend der Grieken. Tevreden, dat hij den sleutel van middel-Griekenland, de Thermopylae, in zijne macht had. trok hij teru". om gedurende de eerstvolgende jaren zijne legers in Thracië bezig te houden. Voordat hij den laatsten, beslissenden strijd met Griekenland aanging, poogde hij zich door zijn geld bondgenooten in de onderscheiden stalen te verwerven en hij zag deze pogingen met den besten uitslag bekroond. Zijne gevolmachtigden doorreisden de staten van den Peloponnesus, zij beloofden aan de Argiven, Messeniërs, Arcadiërs en Eleeërs geld en ondersteuning en vormden daar eene sterke Macedonische partij.

Terecht rekende Philippus op den inwendigen kanker, die aan bet Gneksche staatsleven knaagde, op den onderlingen naijver der verschillende staten. Dezen naijver aan te wakkeren was het voornaamste doel van zijn streven; dat was de bondgenoot, die hem den weg ter overwinning banen moest. Om zich in alle staten vrienden te verwerven, gedroeg de°konin« zich zoo beminnelijk mogelijk tegenover alle Grieksche geleerden, dichters en kunstenaars. Aan zijn schitterend hof werden deze mannen, evenals de vluchtelingen, die om eene staatsmisdaad uit een der gewesten verbannen waren, met de grootste gastvrijheid ontvangen en met zulke eerbewijzen overladen, dat zij den vorst wel voor altijd dankbaar moesten zijn. Zij werden, in huii vaderland teruggekeerd, de ijverigste pleitbezorgers van Philippus van Macedonië.

De eenige Helleensche staat, welks macht gevaarlijk worden kon, was Athene; met fijn berekenende slimheid was Philippus er derhalve op bedacht, in weerwil van den gesloten vrede, de macht der Atheners te ondermijnen! Op het eiland Euboea versterkte hij zijn invloed; de Atheensche bondgenooten beoorloogde en verzwakte hij onophoudelijk. Vooral wendde hij den begeengen blik naar de Atheensche bezittingen aan de kust van den Chersonnesus, om door de verovering van die steden de zeemacht van Athene te fnuiken.'

liet was hem niet mogelijk, zijne bedoelingen zóó verborgen te houden, dat zij door een zoo scherpzinnig staatsman als Demosthenes niet doorzien werden. Met rusteloozen ijver trad deze in de volksvergadering te Athene op. Hij waarschuwde de burgers voor hun verraderlijken vijand, voor diens aangroeiende macht, voor diens arglistige streken. Zijne Philippica's zoo

noemt men zijne tegen Philippus gehouden redevoeringen, — zijn ware meesterstukken van welsprekendheid. En het gelukte Demosthenes, den Atheners de oogen te openen voor de gevaren, welke hen bedreigden.' Ofschoon de Koning onophoudelijk er op uit was — met de hulp van zijne omgekochte aanhangers — door valsche vriendschapsbetuigingen den Atheners een bedriegelijk gevoel van veiligheid in te boezemen, lieten dezen zich niet meer misleiden.

Demosthenes spoorde tot een openbaren oorlog aan, zoo lang het daarvoor nog tijd was. De oorlog brak dan ook uit, toen Philippus de machtige handelstad Perinthus, aan de kust van de Propintis, in het jaar 341 met eene groote krijgsmacht belegerde. De Perinthiërs verdedigden zich dapper, vergeefs spande de koning al zijne krachten in om de stad door middel van nieuwe belegeringswerktuigen te veroveren. Deze ontving weldra van alle zijden hulp. De snel aangroeiende macht van den Macedonischen vorst boezemde den koning der Perzen eene ernstige bezorgdheid in. In zijn oog was het eene zaak van het hoogste belang, de rijke handelstad aan den Europeeschen oever tegen Macedonischen invloed te beveiligen en bij zond haar uit dien hooide geld en koren toe, opdat de burgers in staat zouden zijn de belegering te doorstaan.

Een anderen, machtigen bondgenoot vonden de Perinthiërs in de stad Byzantium. De Byzantijnen begrepen, dat, indien Perinthus viel, ook hun

43*

Sluiten