Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hulp van Philippus ingeroepen. Hij herbouwt Elataea. G79

keeren, om daar hunne instructiën te halen. y. , ~

korist mogelijken tijd eene huilengewone vergade.-,1(r° ^e"s zou binnen den Tliermopylae worden gehouden, om over de stra? , •'fphiclyonen te beslissing te nemen. "r misdadigers eene

Toen Aeschines, te Athene teruggekeerd, in de volksve.^

gaf van het gebeurde, zag Demosthenes oogenblikkelijk in, we'fir"ig verslag gevolgen de genomen besluiten na zich konden sleepen. «Gij YCeeselijke oorlog naar Attica, een Amphictyonenkrijg," riep hij uit; maar heV den door de rede vau Aeschines opgewonden, beschouwde zulk eene voorspell;, als een spooksel der verbeelding; de vrienden van Aeschines lieten DemosIhenes in het geheel niet aan het woord komen, ja Aeschines wierp dezen voor de voeten dat hij een omgekocht partijganger der goddelooze Locriërs was. Zoo ver ging echter de dweepzieke opgewondendheid der menigte toch niet, dat deze beschuldiging tegen den troinvsten vriend des volks hij haar ingang kon vinden, en toen de eerste roes voorbij was begreep een ieder zeer goed, welke gevaren, ten gevolge van Aeschines' handelwijze, Athene bedreigden. De raad en de volksvergadering namen eenstemmig het besluit om geen deel te nemen aan de buitengewone vergadering der Amphictyonen, maar wel in de gewone vergaderingen, evenals vroeger, te verschijnen.

De buitengewone vergadering had te Tliermopylae plaats; zij nam liet besluit om den Amphictyonenkrijg tegen Amphissa te ondernemen, en droeg hel bevel over het daartoe bestemde leger aan den Thessaliër Cottyphus op. Athene en Thebe weigerden echter, hulptroepen voor dit leger te leveren en ook de overige steden gedroegen zich traag en wederspannig. Tengevolge van dit alles was Cottyphus buiten staat iels uit te richten.

De gewone herfstvergadering der Amphictyonen, waarbij ook Aeschines als Atheensch gezant tegenwoordig was, besloot derhalve, ten einde den oorlog met meer kracht door te zetten, tot het inroepen van den bijstand van Philippus van Macedonië, die twee stemmen ia den raad der Amphictyonen bezat. Hem benoemde ze tot opperbevelhebber der vereenigde krijgsmacht; hij zou in den nieuwen heiligen oorlog als de kampvechter voor den Delphischen god optreden, gelijk hij dat in den laatsten oorlog was geweest.

Philippus ontving het aanzoek hiertoe, toen hij van zijne wonde eenigermate hersteld was. Bereidvaardig nam hij de laak op zich, hem door de Amphictyonen opgedragen; hij verzamelde zijn leger en Irok daarmee door Thessalië en door den pas der Tliermopylae naar Phocis. Overal maakte hij bekend, dat de oorlog uitsluitend de goddelooze Locriërs van Amphissa gold, dat zijn tocht naar Griekenland alleen ten doel had, de eer van den Delphischen god te wreken. De afgevaardigden der Amphictyonen vergezelden het Macedonische leger, waarbij ook hunne troepen zich aansloten.

Intusschen liet Philippus reeds op zijn marsch naar Phocis zijne ware bedoelingen doorschemeren. Toen hij Elataea, de voormalige doch thans verwoeste hoofdstad des lands, bereikte, liet hij het leger halt houden en begon hij de muren van de stad té herstellen, om haar opnieuw tot eene vesting te maken. Welk doel kon hij met zulk eene onderneming hebben? Wilde hij alleen de eer van den Delphischen god wreken, dan behoefde hij zich niet op te houden door het bouwen van eene vesting. Hel was duidelijk, dat hij de belangrijke stad, die den weg naar Boeötie beheerschte, slechts ingenomen had om andere plannen ten uitvoer te leggen, en dat dit inderdaad zijne bedoeling was verheelde hij thans ook niet langer. Hij zond gezanten naar Thebe en liet daar bekend maken, dat hij gekomen was om de Alheners, die met de Locriërs vau Amphissa getneene zaak gemaakt hadden, (van Athene waren hulptroepen naar Amphissa gezonden), aan te tasten; hij eischte derhalve van de Thebanen het sluiten van een bondgenootschap, of tenminste een vrijen doortocht door Boeötie om in Attica te kunnen binnendringen.

Sluiten