Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

688 Oneenigheid tusschen Alexander en Philippus.

lijksle geestesgaven begiftigd was, gaf reeds vroegtijdig blijken van de zucht naar roem, die hem zijn geheele leven door is bijgebleven, die de drijfveer van al zijne handelingen worden zon. De daden der Homerische helden zweefden hem onophoudelijk voor den geest; zijn roem zou dien van den goddelijken held Achilles zoo mogelijk nog verdonkeren. Een gevoel van naijver vervulde hem. zoo dikwijls hij hoorde, dat zijn vader geprezen werd.

Wanneer het bericht aankwam, dat Philippus weer eene overwinning behaald, opnieuw een volk onderworpen had, werd Alexander droefgeestig gestemd; meer dan eens riep hij moedeloos uit: »\Vat laat mijn vader dan voor mij te doen over?"

Alexander was niet alleen de lieveling van zijne moeder, maar ook van zijn vader, die in hem een krachtig opvolger hoopte groot te brengen- Maar de goede verstandhouding tusschen vader en zoon zou niet van langen duur zijn. In dezelfde mate, waarin Philippus zich van Olympias terugtrok, waarin hij aan schoone Grieksche hetaeren boven zijne echtgenoot de voorkeur gaf en een woest en losbandig leven leidde, in dezelfde mate, waarin Olympias, ten gevolge van dit alles, in plaats der vroegere liefde, haat tegen Philippus koesterde, werd ook Alexander van zijn vader vervreemd. Bij de bruiloft van den koning met de schoone Cleopatra, de nicht van Attalus, kwam het tot eene openlijke breuk.

Bij het schitterend huwelijksfeest vloot, gelijk dit aan het Macedonische hof de gewoonte was, de wijn bij stroomen. Reeds waren de meeste gasten beschonken, reeds had Philippus zooveel wijn gedronken, dat hij zich niet langer op de been kon houden, toen Attalus, de oom der jonge koningin, eensklaps opsprong en den gasten toeriep: «Smeekt de goden, vrienden! dat zij aan het land door den schoot uwer koningin een rechtmatigen erfgenaam der kroon mogen schenken!" — »Ben ik dan een bastaard?" schreeuwde Alexander, terwijl hij woedend een beker wierp naar het hoofd van Attalus, die hem zoo schandelijk beleedigd had. Philippus trok partij voor zijn gunsteling; door den wijn verhit greep hij zijn zwaard en wierp hij zich op zijn zoon, om hem te vermoorden; maar hij was niet in staat zijn voornemen te volvoeren, door zijn roes bedwelmd struikelde hij en viel hij op den grond.

Alexander wierp een blik vol haat en verachting op zijn dronken vader. »Hij wil Azië veroveren," riep hij, op Philippus wijzend, »en ziet eens. vrienden, hij is niet eens in staat den weg van de ééne tafel naar de andere af te leggen." Met dit woord verliet hij de feestzaal en vluchtte hij. om de wraak zijns vaders te ontgaan, met Olympias naar Epirus.

Langen tijd duurde de verwijdering tusschen vader en zoon voort, totdat een Corinthiër, Demaratus, die Philippus te Pella bezocht, de verzoening tot stand bracht. Philippus ondervroeg den aanzienlijken Corinthiër omtrent den stand van zaken in Griekenland, of de Hellenen eindelijk weer vrede en eendracht onder elkander hadden. Demaratus antwoordde hem : »Hoe kunt gij er naar vragen, o koning, of in de Grieksche landen vrede en eendracht heerschen, terwijl in uw eigen huis twist en haat wonen, daar gij uw zoon, die u boven alles dierbaar moest zijn, van u verwijderd hebt."

Philippus dacht edel genoeg om het vrijmoedige woord niet alleen goed op te nemen, maar ook den raad van zijn gastvriend te volgen. Door tusschenkomst van Demaratus had er eene verzoening plaats, Alexander keerde naar het hof zijns vaders terug, doch in beider harten was de angel der verbittering nog blijven steken.

Alexander vergat het nooit, dat zijne moeder verstooten was. Of Olympias hem heeft ingewijd in de vreeselijke wraakplannen, welke zij tegen haar ontrouwen echtgenoot smeedde, weten wij niet.^Geen geldig bewijs is er voorhanden, dat de zoon van den voorgenomen inoord zijns vaders kennis heeft gedragen, al wordt dit ook door vele geschiedschrijvers beweerd.

Alexander was 21 jaar oud, toen Philippus door Pausanias vermoord

Sluiten