Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alexanders tochten naar het noorden. Gerucht van zijn dood. 691

met alle gemakken, door eene verfijnde beschaving uitgedacht. Men verhaalt, dat hij, zoolang hij te Corinthe woonde, in een eenvoudig wijnvat zijne woning' had opgeslagen en dat al zijn huisraad bestond in eene schaal, die hij Gebruikte oin uit eene naburige bron water te scheppen.

Alexander — zoo luidt de legende verder — had van den merkwaardigen man gehoord; hij bezocht hem en vond alles bevestigd wat hem omtrent tien wijsgeer was meegedeeld.

Diogenes lag zich voor zijne 'on in de zon le koesteren.

.. ,^e J0ll8e koning onderhield zich lang met hem en vroeg hem eindelijk hij het heengaan, ol hij hem niet eenigen dienst bewijzen kon. »Ja wel," antwoordde Diogenes, «wees zoo goed en ga een weinig uit de zon."

De hovelingen, die den koning vergezelden, waren verontwaardigd over zulk een antwoord; zij lieten zich op minachtenden toon over den zonderlingen man uit. Doch Alexander verbood het hun met de beroemde woorden: »Bij Zeus, als ik niet Alexander was, zou ik wenschen Dioganes te zijn."

Op zijne terugreis van Corinthe naar Macedonië — zoo verhaalt de wel meer dan verdachte, maar dan toch geheel in den geest van Alexander verdichte overlevering — bezocht hij ook hel orakel te Delphi. Hij wilde de Pythia ondervragen, doch deze weigerde, hem te waarzeggen, dewijl hij niet op den heiligen, daartoe bestemden dag gekomen was. Toornig greep Alexander haar bij den arm, om baar met geweld naar den drievoet te sleepen. »0 zoon, — riep zij uit — »gij zijt onwederstaanbaar!" Een gunstiger orakel verlangde de koning niet; verheugd liet hij de Pythia los en maakte hij haar woord als de uitspraak der godheid bekend.

... Naar Macedonië teruggekeerd, had Alexander de handen vol om de Thraciërs en de oproerige volksstammen in het noorden weer onder het Macedonische juk te brengen. Hij gaf op deze veldtochten blijken'van dien aan hulpmiddelen rijken geest, die elke zwarigheid wist te overwinnen, van dat schitterend veldheerstalent en dien alle gevaar verachtenden heldenmoed, waardoor hij ten allen tijde het voorwerp van de bewondering zijner soldaten gevveesl is.

Schitterende zegepralen waren de vrucht van zijne stoutmoedige en te gelijk zoo omzichtige wijze van oorlog voeren. Hij drong noordwaarts tot aan den Donau door en maakte bij de Barbaren zijn naam zoo beroemd en gevreesd, dat zelfs een verwijderde, tot dusver den Grieken geheel onbekende volksstam der Galliërs, die in Hongarije zijne woonplaats gevestigd had, gezanten tot hem zond en om zijne vriendschap smeekte. De Galliërs waren in ue oogen der Macedonische hovelingen door hunne reusachtige gestalte en door hunne fiere en vrije wijze van spreken hoogst zonderlinge menschen; volgaarne sloot Alexander met hen een verbond, ofschoon dit hem weinig voordeel aanbrengen kon. Hij richtte te hunner eere een prachtig feestmaal aan. Gedurende dien maaltijd vroeg hij hun, welk gevaar zij wel bet meest van alles duchtten. «Wij vreezen voor geen mensch en voor geen gevaar behalve hiervoor, dat eenmaal de hemel op ons zou kunnen neervallen," luidde hun antwoord.

Alexander had op een ander antwoord gehoopt, namelijk, dat ze zijne macht het meest duchtten; hij meende hierom, dat de Galliërs grootsprekers waren en gaf den gezanten hun afscheid.

Terwijl de koning nog in Augustus 335 in Illyrië zegevierend streed, verbreidde zich eensklaps door Griekenland het gerucht, dat hij in een gevecht gesneuveld was.

Een Griek, die uit Thracië kwam, beweerde met eigen oog gezien le hebben, dal de koning doodelijk gewond werd. Groot was de vreugde over dit onverwacht geluk in Griekenland; het krachtigst openbaarde zij zich onder de Thebaansche ballingen, die te Athene eene schuilplaats hadden gevonden.

lerstond besloten zij, hunne vaderstad uit de slavernij te verlossen. Door Demosthenes en eenige andere Atheensche burgers met wapenen en geld ondersteund, drongen zij onverhoeds Thebe binnen; het gelukte hun, de burgers

44*

Sluiten