Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Slag bij Issus.

spronkelijk van plan geweest met zijn leger, dat meer dan 500,000 man en daaronder 30,000 man Grieksche huurlingen tplde, den vijand op de uitgestrekte vlakte van Onchae af te wachten; hier had hij zijne legerplaats opgeslagen. maar tevergeefs wachtte hij op een aanval van Alexander. De ééne dag na den anderen ging voorbij, de voorhoede van den Macedoniër vertoonde zich niet.

De aanzienlijke Perzen werden spoedig onverschillig voor liet gevaar, dat zij vroeger gevreesd hadden; zij spotten met Alexander, die de Cilicische kustlanden niet durfde verlaten, die vreesde zich aan de wraak der Perzen bloot te stellen, en spoorden Darius aan om den vijand, die voor hem sidderde, op te zoeken. Een Macedonisch vluchteling, Amyntas, waarschuwde den koning, dat hij niet met zijn talrijk leger naar de enge dalen van Cilicië trekken zou, dewijl in de uitgestrekte vlakte van Onchae de Perzische krijgsmacht zich behoorlijk kon uitbreiden, en zich alzoo met de zekere hoop op overwinning vleien mocht. Maar Darius, die alle vreemdelingen wantrouwde, sloeg de waarschuwing in den wind, volgde den raad zijner grooten en besloot, den vijand op te zoeken. De harem, alle onnut huisraad, het grootste deel zijner schatten en zooveel slaven als niet volstrekt voor den persoonlijken dienst van den monarch noodig waren, werden naar Damascus gezonden. De koning zelf rukte aan het hoofd zijns legers naar Cilicië en legerde zich in de nauwe kustvlakte van Issus, welke Alexander kort te voren verlaten had.

Te Issus vonden de Perzen de zieken van het Macedonische leger. Zij meenden, dat Alexander voor hen op de vlucht was gegaan en gaven zich geheel aan het overmoedige voorgevoel der aanstaande zegepraal over. De zieken werden onder de wreedste folteringen omgebracht; een dergelijk lot zou, na de behaalde overwinning, ook de gevangen Macedoniërs treffen. Want van het vaderland afgesneden, was Alexanders leger — volgens de overtuiging van alle Perzische grooten — aan een onvermijdelijken ondergang gewijd.

Werkelijk hadden de Perzen den Macedonischen vorst den terugtocht afgesneden, maar tot hun eigen verderf! Nauwelijks boorde Alexander, dat Darius zijne talrijke benden in de smalle kustvlakte van Issus opeengepakt had, of hij besloot de Perzen door een stoutmoedigen aanval te verrassen.

Nog dienzelfden nacht keerde hij met versnelde marschen terug; den volgenden morgen overviel hij het Perziche leger, dat het zijne twintig maal in sterkte overtrof, en versloeg hij het in een allerbloedigst treffen.

De Perzen, zoowel als hunne hulptroepen, zochten hun heil in eene ordelooze vlucht. Darius zelf volgde hen. Hij liet zijn strijdwagen in den steek en daarin zijn opperkleed, zijn boog en zijn schild. Om des te sneller te kunnen vluchten, wierp hij zich te paard en joeg hij van daar, zoo snel als het dier hem maar kon dragen. Gaarne zoude Alexander, die den koning vervolgde, hem ingehaald hebben, maar dit mislukte; alleen de koninklijke strijdwagen met de achtergelaten kostbaarheden viel in zijne handen.

De Grieksche huurbenden waren de eenige, die den aanval der Macedoniërs langen tijd moedig het hoofd hadden geboden. Toen de slag verloren was, trokken zij in goede orde terug. Aan twaalf duizend hunner gelukte het, zich naar de Phoenicische zeestad Tripolus door te slaan; hier vonden zij schepen, waarmede een deel hunner naar den Peloponnesus terugkeerde en de overigen naar Egypte zeilden.

Sluiten