Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

708 De Tyriërs verdedigen zich dapper.

bevorderden. Alexander zelf ging, terwijl de nieuwe arbeid een aanvang nam, naar Sidon, om daar eene Phoenicische vloot bijeen te brengen, want het was hein duidelijk geworden, dal hij zonder zulk eene scheepsmacht de belegering van Tyrus bezwaarlijk binnen korten tijd tot een goed einde zou kunnen brengen. Zijn plan gelukte; de Phoenicische sleden stelden hare schepen bereidvaardig te zijner beschikking en hiermede sloot de veroveraar Tyrus van alle zijden in. , • , •

Ue dam was, toen Alexander terugkeerde, reeds weer een goed eind in zee vooruitgebracht en bedekt met eene menigte werktuigen, waarmede reusachtige rotsblokken tegen de muren der vesting geslingerd werden, om deze te vernielen. Van de torens zouden valbruggen op de tinnen der muren neer"elaten worden, om den bestormers een weg in de stad te banen. Een grool aantal vrachtschepen en triëeren werd insgelijks met catapulten, stormrammen en andere werktuigen voorzien.

Langen tijd bleet elke krachtsinspanning der Macedoniërs vruchteloos. De 130 voet hooge, uit harde steenblokken opgetrokken muur. op welks linnen kolossale torens stonden, weerstond den schok der grootste daartegen geslingerde rotsblokken. Aan de zeezijde was de muur minder hoog en stevig, daarheen richtte Alexander zijne schepen, waarop belegeringswerktuigen geplaatst waren. Deze moesten in de nabijheid van den muur ankeren, om dien met hunne catapulten en stormrammen te bestoken. Doch toen de schepen de stad naderden, vonden zij den weg door een aantal gezonken steenen versperd. Hel was een hoogst moeilijk werk, de steenen uit den zeebodem naai' boven te winden, en toch was dit noodzakelijk, zouden de schepen hun doel bereiken; dubbel moeilijk was dit, dewijl de Tyriërs voortdurend er op uit waren de arbeiders op de schepen door stoute uitvallen in gevaar te brengen. Op kleine, met schutdaken voorziene schepen kwamen zij onverhoeds aanroeien en hieuwen de ankertouwen der vaartuigen, waarop de werklieden zich bevonden, door. Tyrische duikers zwommen onder water tot in de nabijheid der schepen, om de kabels los te snijden. Eerst toen de ankers met ijzeren kettingen in zee waren neergelaten, konden de schepen der Macedoniërs behoorlijk vastgelegd worden en waren zij niet langer aan het spel deiwinden blootgesteld.

Na de uiterste krachtsinspanning slaagde men er eindelijk in, de rotsblokken uil het water te verwijderen; de met werktuigen voorziene schepen waren thans in staat den muur te naderen. De Tyriërs zagen in, dat hun toestand met den dag gevaarlijker werd. Zij wilden ten minste eene poging wagen om door een uitval de belegeringswerken te vernielen, maar deze poging mislukte: de kleine vloot, welke zij uit de noordelijke lraven uitzonden, was niet bij machte iels uit te richten, zij werd teruggeslagen met verlies van het grootste aantal harer schepen.

Het was een ongelukkige dag voor Tyrus; het lot der belegerden was beslist.

Van nu af lag hunne vloot werkeloos in de haven, die door Macedonische schepen zeer scherp bewaakt werd. Zoo wel van den dam als van de schepen zetten de werktuigen hun vernielingswerk nu onafgebroken voort en alleen van de tinnen konden de belegerden zich verdedigen. In weerwil van dit alles verloren zij den moed niet. Met bewonderenswaardige volharding en dapperheid hielden zij den strijd vol, met vindingrijke scherpzinnigheid dachten zij dagelijks nieuwe middelen uit, 0111 de belegeringswerktuigen onschadelijk te maken. Diodorus verhaalt ons:

»Daar de Macedoniërs torens hadden opgericht van dezeltde hoogte als de muren en langs neergelaten houten bruggen zich onverschrokken op de tinnen waagden, vervaardigden de Tyriërs vele verdedigingswerktuigen, door hunne vindingrijke kunstenaars uitgedacht. Zij hadden vrij groote, met weerhaken voorziene drietanden gesmeed, welke zij met de hand naar de vijanden wierpen, die op de torens stonden. Wanneer nu de haken zich in de schil-

Sluiten