Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

730

Alexanders tocht naar Indië. De rotsvesting Aornos.

sterke, op rotsen gebouwde steden. Dewijl het land geheel van goede wegen verstoken was, zagen de inwoners zich des te beter in staat gesteld tot eene krachtige verdediging. In weerwil van dit alles moesten al deze volken toch voor het krijgsgeluk van Alexander zwichten; want zij stonden allen op zich zelf, en hoe dapper zij ook vochten, toch waren zij niet bij machte om den onstuimigen aanval der voortreffelijk gewapende Macedoniërs het hoofd te bieden.

De ééne stam na den anderen werd onderworpen. De overwonnenen ondergingen een zeer hard lot. Met gruwelijke wreedheid hield Alexander onder hen huis; de mannen werden deels neergehouwen, deels als slaven verkocht. Eéne kans slechts bestond er om het moordende staal der Macedoniërs te ontkomen: eene vreedzame onderwerping. Alleen die stammen, die zich zonder slag of stoot overgaven, werden gespaard. Hoe dapperder de tegenstand was, des te zwaarder was ook de straf, welke den vijandelijken krijgslieden opgelegd werd.

Het spreekt van zelf, dat deze overwinningen den koning op zware verliezen te slaan kwamen. Hij gaf thans weer blijken van zijn onvergelijkelijk veldheerstalent, van de hem alleen eigene onverschrokkenheid en van zijne bewonderenswaardige gave om schijnbaar onoverkomelijke zwarigheden toch te overwinnen. Als voorbeeld vinde het verhaal van een merkwaardig voorval uit dien krijgstocht hier eene plaats.

Alexander had reeds de geheele landstreek tot aan den Indus onderworpen slechts eene bergvesting, die den weg langs de rivier beheerschte, bood nog tegenstand. De Macedoniërs noemden haar wegens de duizelingwekkende hoogte, waarop zij gebouwd was, Aornos: de vlucht der vogelen kon haar zelfs niet bereiken,

Niet ver van den Indus verhief de vesting zich op eene op zich zelf staande rotsmassa, wier voet een omtrek had van ongeveer vier mijlen, terwijl hare hoogte 5000 voet bedroeg. De muren dezer rotsvesting omsloten eene uitgestrekte oppervlakte bouwgrond, zoodat de levensbehoeften voor duizenden inwoners jaren achtereen binnen de vesting zelf verbouwd konden worden. Voortreffelijke bronnen voorzagen de bezetting van drinkwater, reusachtige verdedigingswerken maakten Aornos bijna onneembaar. De sage verhaalde, dat Heracles eens tot dit punt zijne zegetochten uitgestrekt, doch hier het hoofd gestooten bad, daar zelfs bij niet in staat was geweest de vesting in te nemen. Des te grooter zou de roem van Alexander zijn, wanneer hem gelukte wat Heracles niet had kunnen doen; juist het moeilijke der onderneming trok hem aan, hij was vast besloten, nadat hij het omgelegen land onderworpen had, Aornos in te nemen.

Met zijn leger omsingelde hij de rots, aan wier voet hij eene legerplaats opsloeg. Slechts één weg geleidde, voor zoover hem bekend was, naar de hoogte, maar deze toegang werd door zulke voortreffelijke werken beschermd, dal hij door eene handvol volk tegen een geheel leger verdedigd kon worden. Terwijl Alexander over de middelen nadacht, die hij tot bereiking van zijn doel moest aangrijpen, ontving hij een bezoek van een grijsaard, die jaren lang in de nabijheid der rots gewoond had en die den koning aanbood, hem een geheimen weg te wijzen, waar langs eene afdeeling soldaten tot in de nabijheid der muren komen kon.

Alexander gelastte zijn veldheer Ptolemaeüs met eene afdeeling lichtgewapenden den grijsaard te volgen. Langs moeilijke, ongebaande voetpaden bereikte Ptolemaeüs de aangeduide plek; hier verschanste hij zich en gaf hij, door hel ontsteken van een vuur, een sein aan Alexander, dat het waagstuk gelukt was. Terstond werd tegen den volgenden morgen tol de bestorming besloten, terwijl Ptolemaeüs te gelijker tijd van de hoogte een aanval wagen moest.

Maar de bestorming mislukte. Op het rotsig voetpad dreven de Indiërs zonder moeite de Macedoniërs terug. Anderen keerden hunne wapenen tegen de door Ptolemaeüs bezette hoogte en slechts met de uiterste krachtsinspanning gelukte het dezen veldheer, zich in zijne verschansingen staande te houden.

Sluiten