is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis der wereld, aan het volk verhaald

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bergvesting Aornos ingenomen. Alexander trekt den Indus over. 731

Alexander had zich thans overtuigd, dat liet onmogelijk was, van de diepte uit de rots te beklimmen; hij besloot denzelfden weg te kiezen, dien Ptolemaeüs ingeslagen bad. en dit stoute waagstuk gelukte. Doch toen hij het door zijn veldheer bezette punt bereikt had, zag hij, dat hij nog weinig bad gewonnen, want deze plaats lag vooreerst lager dan de vestingen was daarenboven door eene diepe kloof van haar gescheiden; een afgrond ter breedte van 4000 voet gaapte tusschen zijne legerplaats en de muren der stad.

Slechts één middel bestond er om Aornos te naderen, namelijk, een reusachtigen dam tot aan de muren te bouwen en op deze wijze de kloof te overbruggen. Den volgenden morgen werd met dezen reuzenarbeid een aanvang gemaakt. Alexander sloeg zelf de handen aan het werk, hij wekte de zijnen op om hoornen te vellen, steenblokken van de rots te doen lospringen en in de kloof neer te werpen, en aarde te graven ten einde den dam te voltooien. Toen de avond daalde was de dam reeds over eene lengte van 300 schreden gereed.

Tevergeefs poogden de Indiërs den volgenden dag deze belegeringswerken te vernielen, de dam strekte zich steeds verder en verder in de nabijheid deivesting uit en spoedig begonnen de belegeringswerktuigen, die daarop waren geplaatst, de muren der stad te beuken. Op den zesden dag bereikte de dam eene alleenstaande bergspits, die op dezelfde hoogte als de burg gelegen en door de Indiërs bezet was. Met wanhopige dapperheid zochten de verdedigers van den burg dezen bergtop te houden, maar Alexander stormde met zijne lijfwacht op hen in en het gelukte hem. de hoogte te overmeesteren.

Nu ontzonk den belegerden de moed. Tegenover den koning, die instaat was alle hinderpalen der natuur uit den weg te ruimen, die zelfs over deze reusachtige kloof eene brug wist te slaan, scheen elke verdere tegenstand vruchteloos; slechts de vlucht kon hen tegen zijne onoverwinnelijke wapenen beveiligen. Ten einde tijd te winnen oin te ontkomen, zonden de Indiërs een heraut naar den koning en boden hem aan, den burg den volgenden dag over te geven; onder begunstiging van de nachtelijke duisternis wilden zij dien langs geheime wegen verlaten.

Alexander doorgrondde hun plan, doch bij liet daarvan niets bemerken. De Macedonische voorposten werden ingetrokken, ongestoord begonnen de Indiërs hun aftocht. Doch in de stilte van den nacht stortten de Macedoniërs zich eensklaps met een luid krijgsgeschreeuw op hen. De belegeraars waren tot aan de muren der vesting voortgeslopen, hadden deze beklommen en vielen de niets kwaads vermoedende vijanden onverhoeds op het lijf. De meeste Indiërs werden verslagen; slechts enkelen wisten te ontkomen.

Den volgenden morgen trok het leger van Alexander juichend de vesting binnen, die door den koning nog met nieuwe verdedigingswerken versterkt werd en waarin bij eene Macedonische bezetting legde- Éij was voor hem van het hoogste gewicht, om in het vervolg het geheele land in bedwang te houden.

Met de inneming van de vesting Aornos was de verovering van de berglanden, die ten noorden van den Kabul lagen, voltooid. Ilephaestion en Perdiccas hadden intussclien de hun opgedragen taak gelukkig volbracht en ten noorden van het tegenwoordige Attok eene schipbrug over den Indus geslagen. In de eerste lentedagen van het jaar 326 trok Alexander met zijn leger deze brug over, om dieper in Indië door te dringen.

Zijn eerste doel was Taxila, de ten oosten van den Indus gelegen residentie van den met hem bevrienden vorst Taxiles. Toen Alexander de stad naderde, trok de Indische koning hem tegemoet. Hij had den grootst mogelijken luister ten toon gespreid, ten einde den overwinnaar op eene waardige wijze te ontvangen; kostbaar opgetuigde olifanten en talrijke benden feestelijk uitgedoste krijgslieden vormden den stoet, die op den klank der krijgsmuziek Alexander tegemoet trok. Taxiles begroette den koning van Azië als zijn beer en stelde zijn rijk lot beschikking van den veroveraar. Aan het hoofd zijns