Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

736 De burg der Malliërs. Alexander in dreigend levensgevaar.

van die vaartuigen werden de beste zeelieden onder zijne soldaten, de Cypriërs. Egyptenaars, Phoeniciërs en de Grieken van Klein-Azië, gelijk ook de bewoners van de eilanden, uitgekozen. Zij zouden als roeiers, matrozen en stuurlieden dienen. Nearcbus, een bekwaam vlootvoogd, ontving het bevel over de scheepsmacht. 8000 man scheepten zich onder aanvoering van den koning zelf op de vloot in. het overige gedeelte van het leger trok cader het opperbevel van Hephaestion en Craterus langs den oever der rivier den stroom af. Na het brengen van plechtige offeranden ving Alexander in November 320 v. C. den tocht aan. Hij werd niet onafgebroken voortgezet: meer dan eens landde bet leger, om alle stammen, die zich niet vrijwillig onderwierpen, aan te tasten en onder het juk te brengen.

Op dezen veldtocht gaf Alexander opnieuw blijken van die woeste wreedheid. waarvan hij in Indië reeds zoovele bewijzen gegeven had. Doch tevens spreidde hij die onverschrokken, met elk gevaar spottende dapperheid ten toon, waardoor hij zijne soldaten tot de grootste heldendaden wist te bezielen. Bij het bestormen van steden was bij altijd de eerste op de wallen; waar eenig gevaar dreigde, plaatste hij zich moedig aan het hoofd der zijnen; meer dan eens werd ten gevolge hiervan zijn leven in dreigend gevaar gebracht. Vooral was dit het geval bij het bestrijden van een dapperen volksstam, de Malliërs, die bij in meer dan éen bloedigen veldslag versloeg. Hij nam hunne steden de eene na de andere in, totdat eindelijk nog éene over was gebleven; ook uit deze plaats had 11ij de verdedigers reeds verdreven en hen gedwongen om zich in den burg terug te trekken. Oogenblikkelijk gaf Alexander bevel tot de bestorming. De stormladders werden aangebracht en tegen de muren geplaatst, doch de Malliërs zonden van hier zulk eene hagelbui van welgerichte pijlen op de aanvallers, dat de Macedoniërs verschrikt terugdeinsden. Om den zijnen nieuwen moed in te boezemen greep de koning zelf eene ladder aan; bij plaatste die tegen den muur en klom naar boven, bet schild in de linker-, het zwaard in de rechterhand. Peucestes en Leonnatus, twee zijner getrouwen, volgden hem op den voet, een derde, de oude dappere Abreas, had eene tweede ladder bestegen. Tevergeefs deden de Malliërs hun best om de bestormers terug te werpen; met zijn zwaard strijdend drong Alexander aanhoudend voorwaarts en wierp hij de verdedigers achterover van de tinnen. Zoo maakte bij zich ruim baan en het gelukte hem, de muren Ie beklimmen. Zijne getrouwen volgden hem.

Juichend hadden de Macedonische soldaten de heldendaad van hun koning aanschouwd. Zij stormden hem achterna en beklommen de ladders, bezield door den vurigen wensch om aan zijne zijde te kampen. Het gewicht der opeengepakte menigte deed de ladders breken, en genoegzaam gansch alleen stond de koning op de muren, door zijne schitterende wapenrusting den Malliërs als de aanvoerder van het vijandelijk leger kenbaar.

Uit alle torens zonden de verdedigers speren en pijlen op den veldheer at. Op den muur kon deze niet blijven; de Macedoniërs riepen hem toe, dal hij achteruit naar beneden zou springen. Maar in plaats van dezen raad op te volgen sprong bij naar beneden in den burg; geheel alleen stond bij thans binnen den vijandelijken muur. Met den rug tegen den wal geleund, verdedigde bij zich tegen de vijanden, die woedend op hem aandrongen. Elke slag van zijn zwaard deed een der Malliërs in het stof bijten, maar de overmacht was te groot, niet lang zou hij in staat geweest zijn haar het hootd te bieden. Wel weken de Malliërs terug, ontzet over de bovenmenschelijke dapperheid des konings. maar uit de verle beschoten ze hem met hunne pijlen, zoodat hij zich ternauwernood met zijn schild beschermen kon.

Leonnatus, Peucestes en Abreas bemerkten van den muur af het gevaar, waarin Alexander verkeerde; zij aarzelden niet het voorbeeld van hun aanvoerder te volgen. Met één stouten sprong stonden zij naast hem, om hem te beveiligen. Abreas stortte, door een pijl doorboord, oogenblikkelijk ter

Sluiten