Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

738 Onherbergzame streken door het leger doorgetrokken.

i^aterins een tocht, waarbij een groot aantal gevaren overwonnen moesten worden ën' bij welke gelegenheid Alexander het hem tot dus ver onbekende verschiinsel van ebbe en vloed voor het eerst waarnam. , ,

Na nlechti"e otters aan Poseidon, den god der zee, gebracht te hebben, keerde de koning naar Pattala terug en droeg hij aan Nearchus het opperbevel over de vloot op met den list om langs de kust tot aan den mond van den Funhraat te varen. Hij zelf had besloten, met een deel des legers westwaarts l n,L de kust voort te trekken en door Gedrosië en Caramanie naar Perzie £S Je keèren. Een deel zijner krijgsmacht had lnj reeds vroeger onder Craterus langs andere wegen teruggezonden, dewijl hij het bericht van oproerige bewegingen en van eigendunkelijke handelingen van de stadhouders dei Perzische provinciën ontvangen had.

VIJF EN ZEVENTIGSTE HOOFDSTUK.

,)e tocht door de woestijn. Nearchus en de vloot. Alexander en Nearchu, Alexander» strengheid ten aanzien der ontrouwe satrapen. Terechtstelling van Cleander Het van Orsines. Vlucht van Harpalus. Het groote bruiloftsfeest te Susa. l)e verbranding van Calanus.

Door het kustland Gedrosië wilde Alexander zich een weg banen; hij wilde zich in de nabijheid van de zee houden, ten einde veihgti aanlegiplaatsen

. .ip vloot te verschatten en met deze m verbinding te blijven.

Unniit waarschijnlijk ook gehoord, dat hem hoogst moeielijke marschen door pen woest onvruchtbaar kustland te wachten stonden, toch vermoedde lnj niets van de vreeselijke ontberingen en de dreigende gevaren, waaronder het " ootste deel zijns legers bezwijken zou. Tegen liet einde van Augustus 325 Pi. hjj van pattala op, om het land der Oriten door te trekken. Over S hetwelk hü insgelijks onder het juk bracht, stelde lnj de veldheeren T eon'natus en Apollophanes tot stadhouders aan. Een deel zijner troepen liet Leonnatu p l . .. ontvingen in last om het land in bedwang tt

SuÊ n ZrU tTT ES2W ™.r C Macedonische geonend en van levensmiddelen en drinkwater voorzien waren.

«Daarna trok Alexander uit het land der Oriten naar Gedrosie. Ree werd de teete en vlakke kustzoom breeder en woester, de hitte zengender, <|p we» moeilijker: dagen achtereen trok men door eenzame zandvlakten.

. in" prikple nalmnroeDen van tijd tot tijd eene onvoldoende beschuttin,, te»en de bijna loodrecht neervallende zonnestralen aanboden. Grooter in ilanta waren de mirreboschjes, die onder den invloed der zonnewarm e een ste ken crpur verspreidden en een grooten overvloed van nutteloos wegvloeienden har» uitzweetten* de Phoenicische kooplieden, die met een groot aantal het leger volgden, verzamelden hier veel van deze kostbare stof, welke in h wpsten onder den naam van Arabische mirre zoo geliefd was. In de nabijheid van de zee ot van de rivieren bloeide de sterkriekende Tamariske, langs

Sluiten