Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

742 Doodvonnissen aan ontrouwe satrapen en aan Orsines voltrokken.

ontaardden ze in woeste drinkgelagen, waarbij zoowel de veldheeren als de soldaten zicli door den wijn bedwelmden.

Eene schrille tegenstelling met de feestvreugde, die onder de troepen heerschte, vormde de doodstraf, op 's konings bevel aan vele aanzienlijke satrapen voltrokken. Reeds in Indië was het gerucht tot Alexander doorgedrongen . dat de stadhouders der provinciën hunne macht op de schandelijkste wijze misbruikten, dat zij het volk verdrukten en zich de schromelijkste afpersingen veroorloofden, 0111 op die wijze aanzienlijke schatten samen te schrapen. Zelfs de tempels waren voor hunne roofzucht niet veilig geweest. Teugelloos hadden zij zich aan de grotste zinnelijke uitspattingen overgegeven en zich op de laagste wijze aan de vrouwen en dochters hunner onderdanen vergrepen. De koning was immers ver weg, misschien keerde hij zelfs nooit uil Indië terug. Thans evenwel was hij teruggekeerd als een onvermurwbaar gestreng, maar niet altijd rechtvaardig rechter.

Niet alleen vele schuldigen, ook anderen werden ter dood gebracht, tegen wie geen enkel bewijs van ontrouw ot eigendunkelijke handelingen aangevoerd kon worden, doch die het voorwerp van den haat van machtige vijanden waren. Tot de schuldigen behoorde Cleander, de moordenaar van Parmenio, die voor den koning geroepen was om zich van zware beschuldigingen te zuiveren. Hij werd met een groot aantal soldaten, die zijne medeplichtigen geweest waren — men spreekt van niet minder dan 600—terechtgesteld.

Een minder rechtvaardig vonnis trof Orsines, den satraap van Persis. Toen Alexander te Pasargadae kwam, vond hij het graf van den grooten Cyrus vernield. Voor dezen koning, den stichter van het Perzische rijk. koesterde de veroveraar, die zich als zijn opvolger beschouwde, een oprechten eerbied. Op zijn bevel was het graf vroeger hersteld en de Magiërs, die met de bewaking van het gedenkleeken belast waren, hadden belooningen ontvangen, opdat zij hun dienst ijverig zouden voortzetten. Aan het aandenken van den eersten Perzischen monarch moest alle mogelijke eer bewezen worden.

Eene diepe verontwaardiging moest zich dus wel van Alexanders ziel meester maken, toen hij bemerkte dat liet graf vernield was. De steenen doodkist was omvergeworpen, hel lijk verminkt, de gouden baar, waarop de sarcophaag rustte, verbroken, terwijl vele kostbaarheden die zich in het graf bevonden, geroofd waren. Op Alexanders bevel werd alles in den vroegeren staat hersteld, doch hiermede was de koning niet voldaan: hij wilde de misdadigers straffen.

De Magiërs, die bij het graf de wacht hadden gehouden, werden op de pijnbank gelegd, maar geene foliering was in staat hun de minste aanwijzing af te persen, want zij wisten niets. Onbekende roovers waren in het grafgebouw ingebroken, geen enkel spoor was door de daders achtergelaten en toch moesten en zouden deze gestraft worden.

De toorn des konings keerde zich nu tegen Orsines, den stadhouder, wien het als een blijk van zorgeloosheid voor de voeten werd geworpen, dat in zijne satrapie zulk eene misdaad gepleegd had kunnen worden. Was dit reeds een zwaar vergrijp, toch had Orsines nog een anderen en grooteren misslag begaan: hij had zich een gunsteling des konings, Bagoas, tot vijand gemaakt en hiervoor zou hij met zijn leven boeten, ofschoon hij — gelijk Curtius verhaalt — steeds de grootste trouw en verkleefdheid aan Alexander betoond had.

Meesterlijk verstond Bagoas de kunst om de woede des konings tegen Orsines aan te vuren en valsche beschuldigers tegen hem te doen opstaan. Orsines werd door beulshanden opgeknoopt, in zijne plaats ontving Peucestes. de strijdgenoot en redder van den koning in den burg der Malliërs, de satrapie.

De doodvonnissen over de satrapen volgden elkander in eene onafgebroken reeks op: zij verwekten bij alle stadhouders, zelfs bij hen. die zich niets te verwijten hadden, de grootste ontzetting. Hoe veel grooter moest de angst

Sluiten