Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verbranding van Calanus.

745

trouwen der soldaten; om te bewijzen, dat hij niets anders begeerde dan aan net leger een blijk van zijne vorstelijke mildheid te geven, liet hij op verschillende punten der legerplaats tafels opslaan die met goudstukken waren beladen. Ieder soldaat, die eene rekening vertoonde, ontving het bedrag, zonder dat hij zijn naam behoefde te noemen. Nu meldden de Macedonische krijgslieden zich wel aan en niet minder dan 20,000 talenten waren er noodi" om de schulden van veldheeren en soldaten te voldoen.

Op de prachtige bruiloftsfeesten volgde te Susa eene andere zeldzame plechtigheid, die door de Macedonische soldaten met verbazing en nieuwsgierigheid aanschouwd werd, de verbranding van den Indiër Calanus. Deze. een grijsaard van meer dan 70 jaren, die tot de Indische kaste der Brahminen behoorde, was den veroveraar gevolgd, die de wijsheid van den ouden man bewonderde en hem hierom altijd met bewijzen van zijne gunst overladen had. Toldat Calanus in Perzië kwam, was hij nooit in zijn leven ziek geweest; thans echter begon hij eensklaps te sukkelen, de gebreken van den ouderdom deden zich bij hem gevoelen. Hierom nam de oude het besluit om op de wijze der Indische boetelingen zijn leven te eindigen, ten einde zoo de kwellingen van een ziekelijk leven te ontgaan. Iloe sterk Alexander zich ook tegen zulk een zelfmoord verzette, Calanus bleef onverzettelijk en op zijn dringend verzoek stond de koning toe, dat zijne lijfwachten een brandstapel van mirre- en cypressenhout oprichtten, welks vlammen een eind aan het leven van zijn gunsteling zouden maken.

*'l' bepaalden dag trok het leger met het aanbreken van den morgen lil westelijken optocht naar den brandstapel, waarheen Calanus zich in een draagstoel liet brengen. Met een hartelijken handdruk nam hij afscheid van allen, die hem dierbaar waren, hij verzocht hen, in liefde aan hem te denken en wijdde zich hierop aan den dood, Met eigen hand besprenkelde hij zich zelf, gelijk men in dien tijd de offerdieren te besprengen placht, sneed eene zijner lokken af, als een ofïer aan de godheid, versierde zich met kransen en besteeg de houtmijt onder het aanheffen van Indische hymnen.

Hij had bevolen, dat de mijl in brand gesloken moest worden, zoodra hij met het aangezicht naar de zon gekeerd en in aanbidding op de knieën was gevallen. Zijn wil werd gehoorzaamd; op hetzelfde oogenblik, waarop Calanus zich aanbiddend voor de zon nederwierp, schetterden de trompetten, het leger hief een krijgsgeschreeuw aan, en het mirrehout werd in brand gestoken. Weldra kronkelden de vlammen omhoog en sloegen boven het hoofd van den Indiër uit, die, in aanbidding verzonken, roerloos op den brandstapel geknield lag.

Ter eere van den martelaar werd de dag niet slechts met wedspelen van allerlei aard, maar ook met een wedstrijd in het drinken besloten. De onmatigste drinker werd als overwinnaar met een gouden krans gekroond. Hij had zich intusschen door dat drinken zóó overspannen, dat hij den vierden dag daarop stierf.

Sluiten