Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eeuige dagen bleef meu natuurlijk zonder bericht van de expeditie. Toen vernam men dat zij den 8«tl'n Mei op de Toscaansche kust bij Talamene, niet ver van de pauselijke grenzen, was geland. Een oogenblik vreesden Cavour en velen met hem, dat Garibaldi zich had lateu overhalen om toch, in plaats van naar Sicilië, naar Rome te gaau. Maar weldra bleek, dat hij slechts een kleiu aantal vrijwilligers onder een zijner vroegere Romeinsche strijdmakkers, Ziainbianchi, daar aan land had gezet, die wel eenigen toeloop uit den omtrek kregen en over de grenzen trokken, maar door de pauselijke troepen werden teruggeslageu en daarna door de Sardinische troepen werden ontwapend. Garibaldi zelf daarentegen was in den middag van denzelfden dag weder weggestoomd.

Gavour had als minister van marine aau den admiraal Persano het bevel over een eskader van zes stoomschepen toevertrouwd, met last Garibaldi in het oog te houden, zoowel met het doel dezen tegen de Napolitaansche zeemacht te beschermen als om hem te beletten elders dan op Sicilië te lauden. Maar zoomin de Sardinische als de Napolitaausche schepen kregen diens beide vaartuigen op hun tocht in het oog. Garibaldi stoomde rechtstreeks naar den westhoek van Sicilië, waar hij begreep dat men hem het minst verwachtte en waar ook geen troepen waren. Eerst toen hij in den voormiddag van den llie" Mei zijn doel, de haven van Marsala naderde, verschenen Napolitaansche oorlogschepen. Te laat echter om de ontscheping te beletten, terwijl Engelsche oorlogschepen, die juist in de haven lagen, ze nog eenigen tijd wisten op te houden, zoodat zij zich moesten vergenoegen met de ledige schepen te beschieten. De vrijwilligers waren alle behouden geland.

Marsala, hoewel een betrekkelijk groote stad (zij telde 24000 zielen), was, door zijn afgelegen ligging en de eigenaardigheid der bewoners, die uitsluitend van den uitvoer van wijn en vruchten, meestal naar Engeland, leefden, volstrekt ougeschikt om Garibaldi als steunpunt te dienen. Hij haastte zich dan ook om de stad te verlaten en, door een vrij aanzienlijk aantal Sicilianen vergezeld, den marsch aan te vangen in de richting van Palermo. In een van 1-4 Mei gedagteekende proclamatie verklaarde hij de dictatuur over Sicilië te hebben aanvaard in naam van Victor Emmanuel. Den volgenden dag, 15 Mei, stiet hij op een afdeeling Napolitaansche troepen onder brigadier Landi, die zich te Gatalafimi had verschanst. Beide partijen waren even sterk, maar de Siciliaansche vrijwilligers bleken niet de geringste gevechtswaarde te bezitten, zoodat de Alpenjagers den strijd alleen te bestaan hadden.

Sluiten